Woltgens pleit voor eerherstel van de politiek; 'De politiekverliest wanneer ze niet opereert vanuit een visie'

DEN HAAG, 25 sept. PvdA-fractievoorzitter Woltgens kon niet achterblijven. CDA-collega Brinkman kwam begin deze zomer met 'de wethouder van Beusichem' als redmiddel voor de tanende politieke belangstelling bij 'de burger'. D66-leider Van Mierlo ging hem 24 jaar geleden al voor met ideeen voor het vernieuwen van de parlementaire democratie. Gisteren nam Woltgens de discussie op: 'Ik pleit voor de terugkeer van de politiek. De politiek moet zichzelf meer handelingsvrijheid verschaffen.' Het denken over de democratie kreeg bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen een impuls toen politici moesten erkennen dat de grote verliezer de democratie zelf was. Zo weinig burgers hadden de moeite genomen naar de stembus te gaan dat alle politieke partijen het over een ding eens waren: hier dreigt een gevaar, de legitimatie is de macht is aan het ontvallen. De lijsttrekkers van de grote partijen droegen nog op de verkiezingsavond zelf oplossingen aan, zoals meer speelruimte voor de lokale overheid, het houden van referenda en een gekozen burgemeester dan wel minister-president.

Sindsdien is over dit thema verder gedacht in Den Haag. Achter gesloten deuren door de commissie-Deetman, maar af en toe ook in het openbaar. Brinkman ontvouwde in juli zijn ideeen in het blad Christen Democratische Verkenningen: Den Haag is topzwaar, het moet beslissingen overlaten aan besturen van ziekenhuizen, scholen en gemeenten. Woltgens is het niet met Brinkman eens. Van hem geen pleidooi voor verdere decentralisatie naar lagere overheden of maatschappelijk middenveld, maar een roep om als politici zelf het heft in handen te nemen.

Tijdens een lezing aan de Technische Universiteit Eindhoven zei Woltgens gisteren dat de politieke belangstelling van de burger helemaal niet zo gering is. 'Zij krijgt alleen op andere wijze gestalte. Burgers sturen brieven of zitten in actiegroepen.' Het is volgens hem een gevolg van de ontzuiling, waardoor burgers zich niet meer 'met huid en haar aan een politieke organisatie willen binden'.

Hij de poneerde de stelling dat 'de politiek zichzelf van haar handelingsvrijheid heeft beroofd'.

Hij ziet het als een terugslag op de jaren zeventig toen, met name in de PvdA, het idee was ontstaan dat de samenleving maakbaar is. 'Over die slogan is daarna buitengewoon schamper gedaan. Misschien hadden we ook wel overtrokken ambities. Nederland is tenslotte van veel factoren afhankelijk, kijk maar naar de Golfcrisis. Maar daaruit mogen we niet de conclusie trekken dat het maar gedaan moet zijn met de maakbaarheid.'

Iedereen die de gedachte van maakbaarheid afwijst zegt volgens hem in feite dat 'het maar gedaan moet zijn met de politiek. Het is de abdicatie van de politiek door de politiek'. Dat politici alleen nog maar op de winkel passen, hebben ze volgens Woltgens aan zichzelf te danken door allerlei beslissingen uit handen te geven. 'We hebben de besluitvorming over rente en wisselkoers feitelijk uitbesteed aan de Bundesbank in Frankfurt. Met alle respect voor de Bundesbank, maar dat is onzin.'

Ook het instellen van 'commissies van wijze mannen' voor grote stelselherzieningen werd door Woltgens gehekeld. 'Eigenlijk zegt de politiek in die gevallen: sterke mannen, kunt u dat vuiltje voor ons opknappen.' De impasse in het terugdringen van het aantal arbeidsongeschikten was nog weer een ander voorbeeld. 'We hebben als politiek de ambitie om het WAO-probleem op te lossen, maar we geven werkgevers en werknemers het vetorecht. Het is de hoogste tijd dat de politiek op dit punt haar rechten herneemt.'

Ook het 'gigantisch circuit' aan adviesorganen werkt volgens Woltens verlammend. 'Als werkgevers en werknemers het in de Sociaal Economische Raad eens zijn geworden is er voor de politiek praktisch geen alternatief meer. We moeten veel vrijblijvender om adviezen vragen en vervolgens veel vrijblijvender met die adviezen omgaan.' Haagse piketpalen als het financieringstekort en de lastendruk beperken volgens Woltgens eveneens de bewegingsvrijheid. 'Die begrippen hebben een sacrosancte betekenis gekregen. Politici hebben zich zoals Odysseus aan de mast laten vastbinden om niet in verleiding te komen aan die uitgangspunten te tornen.' Uit deze reeks trok Woltgens de conclusie dat 'de politiek alleen nog maar goed is om de uitkomst te bevestigen die voorgekookt is door ambtelijke en maatschappelijke groeperingen. Daardoor houden politici zich alleen nog bezig met hun marktaandeel op de kiezersmarkt. Voor het beleid wordt immers toch al gezorgd.'

De politiek moet zich realiseren een bijzondere positie in te nemen in de maatschappij. 'Ze is verplicht niet slechts op te komen voor het belang van de enkeling of een groep, maar voor het algemeen belang. Ik pleit voor een eerherstel van dat lang verguisde begrip.'

Wetend dat critici direct gaan roepen dat de PvdA dus weer meer overheid wil, zei hij: 'Dat betekent niet dat ik nog meer nota's wil. Ik wil meer parlement, niet meer ambtelijke bureaucratie.' Voorwaarde voor een daadwerkelijke terugkeer van de politiek is volgens Woltgens de geloofwaardigheid. 'De politiek verliest wanneer ze niet opereert vanuit een visie, maar het slechts een spel is omwille van de macht.'

Met het oog op de affaire-Braks en de dreigementen vanuit de CDA-fractie zei Woltgens: 'We verliezen als wordt gezegd: als jij mijn macht aantast doe ik iets terug.' Voor een herstel van het vertrouwen van de burger in de politiek moet de overheid ook weer gaan zorgen voor zaken als veiligheid en rechtszekerheid. 'Het is funest als we het vanzelfsprekend vinden dat onze fietsen worden gestolen zonder dat de politie daar nog werk van maakt.'

Juist in een samenleving die steeds ingewikkelder wordt, is het volgens de PvdA-fractievoorzitter de taak van de politiek samenhang aan te brengen. 'Wie het financieringstekort los ziet van met het milieuprobleem steekt zijn kop in het zand. Hoe ingewikkelder de problemen, des te belangrijker is visie.'

Dat als gevolg van zijn opstelling de politiek kan polariseren neemt Woltgens voor lief. 'Ik ben op zich blij dat zich nu geen gepolariseerde discussie voordoet. Maar als ik van iets heilig overtuigd ben, moet het een zaak van ja of nee kunnen zijn.'

    • Aukje van Roessel