Vraagtekens

BESTUURDERS VAN DE vakcentrale FNV laten dezer dagen geen gelegenheid voorbijgaan om er voor te waarschuwen dat het volgende week te houden najaarsoverleg tussen organisaties van werkgevers en werknemers en de overheid zal mislukken als er geen afspraken op centraal niveau kunnen worden gemaakt. Maar hoe moeilijk het is dergelijke afspraken te maken heeft de FNV gisteren weer eens in eigen huis kunnen ondervinden. De bij de grootste vakcentrale aangesloten vakbonden kunnen bij de komende CAO-onderhandelingen bijna een geheel eigen beleid voeren. De gisteren unaniem in de federatieraad van de FNV aanvaarde 'coordinatie discussienota arbeidsvoorwaarden' laat de bonden, net als in voorgaande jaren overigens, optimale ruimte voor een toegespitst pakket van CAO-voorstellen. Vandaar ook de unanimiteit.

De FNV-nota is niet meer dan een omvangrijke opsomming van mogelijkheden en wenselijkheden waaruit de bonden straks hun eigen pakket kunnen samenstellen. Er wordt slechts globaal richting aangegeven, niet alle loonruimte zal worden opgeeist voor directe loonsverbetering, een deel (minimaal de helft van de produktiviteitsstijging) zal worden aangewend voor afspraken gericht op verdere herverdeling van arbeid.

De FNV heeft terecht niet gekozen voor centrale aanbevelingen, de gang van zaken in bedrijven en bedrijfstakken is daarvoor inderdaad te uiteenlopend, maar wel rijst de vraag wat nog het nut is van een zo omvangrijke coordinatienota. Zinnen als 'In de discussies met de leden zal door de FNV-bonden worden nagegaan of en onder welke randvoorwaarden de vierdaagse werkweek de hoofdvorm voor arbeidstijdverkorting in de jaren negentig zal gaan worden' tonen eerder de krachteloosheid dan de kracht van de vakcentrale aan.

DE DOOR HET kabinet aanvaardbaar geachte CAO-loonstijging van maximaal drie procent blijkt voor de FNV onvoldoende. Behalve compensatie voor de gestegen prijzen voorziet de FNV 'ruimte om enige koopkrachtverbetering te realiseren'.

In een toelichting schat FNV-voorzitter Stekelenburg het hiermee gemoeide percentage op 1 tot 1,5. Uitgaande van een voorziene prijsstijging van 2,5 procent zit de FNV daarmee al een procentpunt hoger dan het kabinet. Mocht dit percentage straks in de CAO's werkelijkheid worden, dan is dat hoogstwaarschijnlijk het einde van de koppeling. De FNV is blijkbaar bereid risico te lopen, maar dit plaatst vraagtekens bij de in de FNV-nota beleden solidariteit van werknemers met uitkeringsgerechtigden. De FNV wil verder gaan op de weg naar arbeidstijdverkorting. Maar een gemiddeld 35-urige werkweek in 1993 voor iedereen, zoals in de FNV-nota wordt voorgesteld, is een miskenning van het werkelijke probleem. De werkloosheid is geconcentreerd bij specifieke groepen. Dat maakt ook een specifieke benadering nodig.