Vertrouwen in alle Robeco-fondsen op de proef gesteld

AMSTERDAM, 25 sept. De komende dagen worden spannend voor de beleggingsgroep Robeco. Deze week zal moeten blijken of Europa's grootste particuliere beleggingsfonds in staat is het vertrouwen van het half miljoen rekeninghouders vast te houden. Het opschorten van de gegarandeerde inkoop van aandelen Rodamco heeft een fikse deuk gegeven in het stalen imago van betrouwbaarheid van de hele groep. Robeco zal zijn beleggers moeten overtuigen dat de maatregel beperkt blijft tot zijn onroerend goedfonds en niet wordt overwogen bij de paradepaardjes Robeco, Rolinco en Rorento.

Als morgen de handel in Rodamco weer van start gaat, kunnen de aandeelhouders door het wegvallen van de inkoopgarantie een koersverlies tegemoet zien dat volgens marktdeskundigen tussen de tien en de twintig procent zal liggen. Tot deze week kon de belegger die zijn aandeel Rodamco van de hand wilde doen altijd aankloppen bij het fonds zelf, dat een koers garandeerde die precies lag op de dagwaarde van de onderliggende beleggingen. Nu deze garantie vervalt, wordt Rodamco een aandeel als andere anderen: zolang er meer aanbod dan vraag bestaat daalt de koers.

Dat is geen prettige zaak voor al die beleggers die dachten dat de wereldwijde aandelenmalaise voorbijging aan Rodamco. En het is zeker geen prettige zaak voor de Robeco-bestuurders die zelf tot voor kort de prijsgarantie als belangrijk lokkertje voor nieuwe klanten gebruikte. In het Rotterdamse hoofdkantoor wacht men nu met het lood in de schoenen af wat de reacties van de beleggers is bij de overige Robecofondsen waar de terugkoopgarantie vooralsnog wel van kracht is. De eerste reacties waren gisteren niet bemoedigend: de drie fondsen bevonden zich in de voorste regionen van het lijstje met fondsen die het meest verhandeld werden. Robeco was zelfs het meest verhandelde fonds met een omzet van 872 miljoen gulden, in Rolinco 272 miljoen en in Rorento zelfs 1,17 miljard gulden (dubbeltelling). Dat de Robeco-bestuurders zich zorgen maken over een wegsmeltend vertrouwen van de markt is begrijpelijk. De groep moet het immers hebben van de huis- tuin- en keukenbelegger die niet al te veel lastig gevallen worden met ingewikkelde verhandelingen over koersen. Het type belegger ook dat waarschijnlijk in het geheel niet heeft stilgestaan heeft bij de mogelijkheid dat de inkoopgarantie wel eens zou kunnen vervallen en zich nu afvraagt in hoeverre de overige fondsen eveneens op de nominatie staan voor een zelfde behandeling. Voeg daarbij het hoogrentende alternatief van een deposito en de dreiging voor Robeco is compleet.

Gisteren deed bestuursvoorzitter prof. dr. P. Korteweg dan ook het uiterste om duidelijk te maken dat er belangrijk verschil zit tussen de onroerend goed beleggingen van Rodamco en de aandelen en obligaties waarin de overige fondsen beleggen. Het fundamentele probleem waar Rodamco mee kampt is dat de beleggingen van het fonds voor een langere periode vast staan en niet makkelijk van de hand zijn te doen. Aan de andere kant zijn er de beleggers, die dit jaar al voor 2,3 miljard gulden, een vijfde van de uitstaande aandelen, aan Rodamco verkochten.

Dat was tot nu toe geen probleem: de beleggers waren dermate geinteresseerd om hun geld in Rodamco te beleggen, dat er eind februari (het einde van het boekjaar) 3,5 miljard gulden in kas zat. Maar gaandeweg begon deze pot langzaam op te raken. Nu heeft Rodamco nog maar 500 miljoen in kas, na voor 2,4 miljard eigen aandelen te hebben ingekocht en 600 miljoen te hebben geinvesteerd in onroerend goed. Zo groeide het schrikbeeld dat Rodamco een verder massaal aanbod van de eigen stukken wel eens niet meer uit de markt zou kunnen nemen.

Veel alternatieven waren er niet, zo verklaarde Korteweg gisteren. Rodamco zou bij een plotseling geldgebrek zeer dure leningen moeten sluiten of zijn onroerend goed tegen afbraakprijzen op de markt moeten dumpen. Zo'n aktie zou de paniekverkopen bovendien eerder groter maken. Opschorting van de inkoop van eigen aandelen, een mogelijkheid die expliciet in de statuten van Rodamco wordt geboden, was het enige dat restte. Dus slikten bestuurders en commissarissen de bittere pil, in de hoop grotere problemen te voorkomen.

De inkoopgarantie blijft bestaan bij de overige fondsen, zo onderstreepte Korteweg herhaaldelijk. Een waterdichte garantie hiervan kon de bestuursvoorzitter echter niet geven. Maar zolang de beurzen openblijven kunnen Robeco, Rolinco en Rorento op een snelle manier hun stukken van de hand doen en in geval van het uit de hand lopen van het aanbod van de stukken de kas aanzuiveren, zo bezwoor de bestuursvoorzitter. Korteweg gaf gisteren aan dat het beleggingsfonds Robeco 'kwakkelt' in de zin dat het aanbod van de aandelen de vraag overtreft. Maar met een kas van een miljard gulden, ongeveer een tiende van het balanstotaal, was er voorlopig niets te vrezen.

Niet alleen het beleggersvertrouwen in de Robecogroep wordt de komende weken op proef gesteld. Ook de specifieke opzet van het tot nu toe succesvolle Rodamco staat op de tocht. Hoewel Rodamco voor dit jaar een rendement verwacht van zo'n 4 procent en de afgelopen tien jaar met een gemiddelde van tien procent rendement redelijk goede prestaties levert, kwam het fonds aan 'de grens van zijn formule', zoals Korteweg het gisteren uitdrukte. Rodamco werd met een vermogen van 9 miljard gulden een onhandelbare kolos.

Dat wordt vooral veroorzaakt door de grote hoeveelheid kasgeld dat de afgelopen jaren toestroomde. Het relatief hoge rendement maakte het fonds naast meer bestendige beleggers immers eveneens aantrekkelijk voor 'hot money': tijdelijk stalling van geld door grote professionele marktpartijen. Zo zat Rodamco in augustus van het vorige jaar met bijna 4 miljard gulden kasgeld in zijn maag, dat niet alleen veel bestuurstijd opslorpt, maar bovendien nog eens de resultaten drukt. De onhandelbaarheid werd er niet minder op toen de renteverhoudingen veranderden en de professionele partijen hun geld weer even snel aan Rodamco onttrokken.

Daarnaast is er het fundamentele probleem in de opzet van het fonds. De beleggingen liggen voor langere tijd vast, terwijl door de omruilgarantie de tegenwaarde voortdurend beschikbaar werd gehouden voor de beleggers. Een concept dat geen problemen oplevert zolang de vooruitzichten zonnig zijn, maar nu in zwaar weer minder geschikt blijkt. Rodamco studeert nu hard op de mogelijkheid van een systeem dat het midden houdt tussen de gegarandeerde terugkoop en helemaal geen garantie. Maar of het er in zal slagen de wanverhouding tussen de illiquide beleggingen en de liquide aandelen te overbruggen is sterk de vraag.

    • Onze Steven Adolf