Staten Middellandse Zee buigen zich over mogelijkheden tot samenwerking; Zorg om problemen aan vervuilde zee

PALMA DE MALLORCA, 25 sept. Het kwijnende toerisme van de Balearen krijgt dezer dagen een welkome stimulans nu op Mallorca honderden afgevaardigden zijn neergestreken voor het bijwonen van de CVSE-vergadering over de Middellandse Zee. Hotelhouders zien hun matige service beloond met de aanwezigheid van diplomaten uit meer dan 40 landen, de Marokkanen die op straat kleedjes en houtsnijwerk trachten te slijten mogen zich verheugen in klanten uit Moskou en New York. Vermoedelijk beseffen ze niet dat ze deel uitmaken van het probleem dat tot en met 20 oktober op hun eiland ter discussie staat. Voornaamste thema van de bijeenkomst vormen immers de milieuproblemen van de Middellandse Zee en de deelnemers zijn het er al bij voorbaat over eens dat die niet alleen aan de industrie, maar ook aan het massatoerisme zijn te wijten. Ieder jaar wordt naar schatting 650.000 ton olie in de wateren van de Middellandse Zee geloosd (ofwel 17 keer de hoeveelheid die vrij kwam in Alaska bij de milieuramp met de Exxon Valdez). Inwoners van een kleine 20 landen gebruiken het water voor hun riolering. Toch verrijzen aan de kusten nog steeds nieuwe bunkers om onderdak te bieden aan miljoenen zomergasten, die op zoek zijn naar zon, zee en zand.

De zuivering van water en lucht, het tegengaan van woestijnvorming, de bestrijding van bosbranden en het beschermen van monumenten en oude stadskernen zijn dan ook onderwerpen die in werkgroepen door deskundigen zullen worden besproken. Tegelijkertijd beseffen de Europese landen die samen de CVSE vormen dat vrijblijvende adviezen op milieugebied in dorre aarde zullen vallen als de welvaart op de zuidelijke oever van de Middellandse Zee steeds verder achterblijft bij die van de EG-staten aan de overkant.

Alles wijst er op dat dat op dit moment aan het gebeuren is en vooral Spanje en Italie maken zich daar zorgen over. Volgens de huidige prognoses zal de bevolking van Noord-Afrika in de komende dertig jaar verdubbelen en gaat de levensstandaard er alleen maar op achteruit. In Madrid en Rome voelt men niet veel voor een kostbare en gecompliceerde variant op de Berlijnse muur om de zuidgrens van de EG straks te beschermen tegen illegale immigranten uit Noord-Afrika, die op de vlucht zijn voor de armoe en ellende in hun eigen land. 'Spanje ligt maar 15 kilometer van Marokko, ' zei minister van buitenlandse zaken Francisco Fernandez Ordonez gisteren bij de opening van de CVSE-bijeenkomst. 'Wij zijn een frontlijnstaat. ' De oplossing die de zuidelijke EG-landen propageren is een sterkere betrokkenheid van de Gemeenschap bij de landen van Noord-Afrika. Spanje en Italie willen dat de Twaalf vanaf 1993 een kwart van hun bruto nationaal produkt uittrekken voor economische hulp aan de zuidkant van de Middellandse Zee. Daarnaast pleiten ze voor het kwijtschelden van schulden en overwegen ze de oprichting van een ontwikkelingsbank voor het gebied. In ruil daarvoor zouden de regeringen in Noord-Afrika zich van hun kant actief moeten verzetten tegen illegale emigratie. Ordonez en zijn Italiaanse collega De Michelis kwamen gisteren in Mallorca bovendien met een nog veel verstrekkender plan voor de oprichting van een permanente Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking rond de Middellandse Zee, waarbij ook de landen van het Midden-Oosten zouden moeten worden betrokken. Het model daarvoor is de CVSE die in weliswaar eindeloos durende, maar niet geheel vruchteloze bijeenkomsten er toch maar in is geslaagd afspraken te maken over wapenbeheersing en een consensus te bereiken tussen de landen van Europa als het gaat om de erkenning van de bestaande grenzen en de kwestie van de mensenrechten.

De vraag is of de opvattingen over dit soort zaken aan beide kanten van de Middellandse Zee niet veel te diepgaand verschillen om ook maar een begin van een gesprek mogelijk te maken. Diplomaten in Palma de Mallorca zeiden gisteren in hun eerste reactie op het Italiaans-Spaanse voorstel dat geen enkel Arabisch land afspraken zou willen maken over het remmen van zijn wapenaankopen en dat bij voorbeeld de vrijheid van meningsuiting op het gebied van politiek en godsdienst algemeen als een binnenlandse aangelegenheid wordt gezien die niet met Europeanen besproken hoeft te worden. De initiatiefnemers beseffen dat ook wel. Ordonez drong daarom voorlopig vooral aan op een dialoog die zou moeten voorkomen dat in de wederzijdse betrekkingen aan Europese kant racisme en aan Arabische zijde godsdienstig fanatisme de sfeer gaan bepalen.

Joegoslavie en andere landen uit Oost-Europa hebben voorlopig positief gereageerd op het plan voor een permanente Middellandse Zeeconferentie, en ook de Sovjet-Unie ziet er wel iets in. Delegatieleider Igor Andropov meent dat het in zekere zin aansluit bij Gorbatsjovs eerdere voorstellen voor een grote conferentie voor het Midden-Oosten, al is er nog veel onduidelijks aan. Veel opheldering zal de rest van de bijeenkomst in Mallorca hem niet verschaffen, want die zal, zoals gezegd, na dit politiek getinte begin vooral aan milieu-technische zaken zijn gewijd. De 24 leden tellende delegatie uit de Sovjet-Unie bestaat dan ook vooral uit deskundigen op dit gebied. Volgens Andropov zijn het tekenen van de sterk gegroeide aandacht voor milieuzaken in zijn land. Tegelijkertijd erkent hij dat Oost-Europa op dit moment nauwelijks in staat is financieel bij te dragen aan het oplossen van de problemen rond de Middellandse Zee. In dat opzicht blijft het een kwestie tussen Noord en Zuid.