Orgel Concertgebouw krijgt romantische klankschoonheid terug

AMSTERDAM, 25 sept. Het orgel van het Concertgebouw in Amsterdam zal worden gerestaureerd. Dit maakte Martijn Sanders, directeur van het Concertgebouw, gisteren bekend tijdens een persbijeenkomst. Het werk, dat in oktober zal beginnen en op 1 april 1993 moet zijn voltooid, wordt uitgevoerd door de firma Flentrop Orgelbouw.

Er zal in de zaal uitsluitend 'snachts worden gewerkt, om de activiteiten in het Concertgebouw niet te storen. Alleen de kast van het orgel blijft staan. Het binnenwerk, bestaande uit ruim 2500 pijpen in lengte varierend van 8 mm tot 5 meter, wordt verplaatst naar de werkplaats van Flentrop in Zaandam. De totale kosten bedragen 2,45 miljoen gulden , waarvan 1,5 miljoen gulden voor rekening komt van de Stichting VSB Fonds van de Verenigde Spaarbank.

De geschiedenis herhaalt zich. Toen het Amsterdamse Concertgebouw in 1888 gereed kwam, ontbrak een niet onbelangrijk detail: het orgel. Toen de renovatie van het Concertgebouw enkele jaren geleden was voltooid, liet de restauratie van een onderdeel nog op zich wachten: het orgel. Beide keren was geldgeberek de oorzaak van de vertraging.

In 1890 moesten een loterij en een benefietconcert helpen om de het bedrag van fl.22.352,80 bij elkaar te krijgen, waarvoor orgelbouwer Michael Maarschalkerweerd het werk aannam. Honderd jaar later leveren de Rijksdienst Monumentenzorg, het Prins Bernhardfonds, een particuliere schenker en een sponsor de 2,45 miljoen gulden voor de restauratie.

Dat die herstelwerkzaamheden hard nodig zijn bleek in juli 1987 uit een rapport van een commissie, bestaande uit de Nederlandse organist Piet Kee, zijn Engelse collega Peter Hurford en de orgelkundige Henk Kooiker. Vooral door een eerdere renovatie in 1954 heeft het orgel ernstig aan kwaliteit ingeboet. Toen heeft men geprobeerd het romantische geluid van het orgel te veranderen in een soort neo-barokke klank, op dat moment het hoogste ideaal. Een deel van de pijpen werd zelfs doormidden gezaagd om meer heldere boventonen te verkrijgen. Ook werd de mechanische tractuur (de overbrenging tussen de toets en de orgelpijp) vervangen door een elektrische, die de interpretatieve mogelijkheden van de organist ernstig beperkt. Toch denkt de commissie dat het mogelijk is het orgel min of meer in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, aangevuld met een enkele 'verrijking' om het instrument beter geschikt te maken voor het moderne orkest. 'Bij de uitvoering van Zaterdagavond bleek dat het nieuwe orgel een prachtig instrument is. Het timbre van het geluid der tongwerken is aangenaam en niet scherp, de zachtere stemmen klinken rond en mollig.'

Dit schreef de recensent van het Algemeen Handelsblad na het inwijdingsconcert van het orgel op 10 oktober 1891. Van die mollige klank is inmiddels weinig overgebleven. Het orgel mist, volgens orgelkundige Kooiker, op dit moment klankschoonheid, intensiteit en muzikaliteit. In een recente uitvoering van Bruckners Te Deum door het Nederlands Philharmonisch Orkest was nog te horen dat het orgel niet meer is opgewassen tegen het geweld van een modern symfonie-orkest. Een registeruitbreiding in de stijl van Maarschalkerwaard moet hierin verandering brengen.

Piet Kee speelde gisteren enkele orgelwerken om de ergste gebreken te laten horen. De beroemde Tocata in d-moll van Bach klonk niet zo barok als men op basis van de renovatie van 1954 zou mogen verwachten. Aan het Eerste koraal van Cesar Franck, uit de tijd dat het orgel gebouwd werd, is te horen hoe de 'aangename en niet scherpe' toon in aanleg nog aanwezig is. Kee's eigen, veelzeggende commentaar na het spelen van Francks Piece heroique was veelbetekenend: 'Ik heb het geprobeerd, het zou overweldigend moeten klinken.'

    • Paul Luttikhuis