Ook Goudsmits werk roept twijfels op

De affaire-Buck lijkt met de smadelijke neergang van de Eindhovense hoogleraar en met de inmiddels geaccepteerde rectificatie in het blad Science definitief beklonken. De fout, zo lijkt het, lag geheel aan een kant: een organisch-chemische vakgroep die een wanprestatie leverde door een preparaat te maken dat niet slechts onzuiver was, maar waarin het veronderstelde middel tegen het AIDS-virus gemethyleerd DNA niet eens in meetbare hoeveelheden aanwezig was. De afgang had, zeker in het licht van de triomfantelijke publiciteit in april nauwelijks pijnlijker kunnen zijn.

De affaire kent in de figuur van Buck een duidelijke zondebok. In een onthullend artikel in Het Parool was vorige week te lezen hoe de prof als een dictator zijn laboratorium bestierde en zich doof toonde voor kritische geluiden van zijn eigen medewerkers. De implicatie was duidelijk: als er ooit een goede voedingsbodem bestond voor ondeugdelijke wetenschap dan was het in dit laboratorium in Eindhoven. Met het artikel was het demasque van Buck compleet. Om die boodschap nog eens extra te onderstrepen werd de hoogleraar in een dubieuze cartoon afgebeeld met het insigne van de Securitate.

Maar zijn hiermee nu alle vragen rond de affaire beantwoord en alle raadsels opgelost? Nee, integendeel. Alle aandacht heeft zich tot nog toe gericht op het organisch-chemische debacle, maar niet op de biologische proeven van de groep van prof. J. Goudsmit in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Deze proeven waren het, die met het vermeende gemethyleerde DNA uit Eindhoven remming van het AIDS-virus te zien gaven in gekweekte cellen. En alleen deze observatie maakte het artikel interessant voor publikatie in een algemeen-natuurwetenschappelijk blad als Science, door de beloftevolle laatste zin waarin stond dat het gemethyleerde DNA-preparaat een 'efficient antiviraal middel' kan zijn, 'in het bijzonder voor chronisch geinfecteerde cellen'. Met andere woorden: een remmer van het AIDS-virus, wellicht ooit therapeutisch bij AIDS-patienten te gebruiken.

Geluk bij een ongeluk? Een vraag die zich naar aanleiding van het debacle-Buck onmiddellijk opdringt is: hoe kan het dat het spul blijkbaar toch werkte, zonder dat het fosfaat-gemethyleerd DNA bevatte? Zat er, geluk bij een ongeluk, in de preparaten toch een bestanddeel dat het AIDS-virus effectief remde? En een andere vraag is: hoe kwam het dat het niet door de Amsterdamse virologen werd opgemerkt dat de aangeleverde monsters geen fosfaatgemethyleerd DNA bevatten? Hadden goede controle-experimenten de afwezigheid daarvan niet kunnen aantonen en had daarmee alle ellende niet kunnen worden voorkomen? Wat de eerste vraag betreft is het ietwat verwonderlijk dat er zo vernietigend op de persoon Buck is ingehakt, terwijl toch het biologische effect waar het allemaal om te doen was staande werd gehouden. Iemand die zich daarover erg verbaasde was prof. Alex van der Eb, hoogleraar moleculaire carcinogenese uit Leiden. 'Het viel mij op', zegt hij, ' dat er letterlijk werd gezegd: het AIDS-middel van Buck is waardeloos. Dat leek mij een onterechte conclusie, want het biologisch effect stond nog steeds overeind.' Aan het biologische effect de remming van het AIDS-virus wordt inderdaad nog steeds vastgehouden door de groep-Goudsmit, zoals blijkt uit de rectificatie die Goudsmit op 24 augustus per fax aan Science aanbood en die inmiddels in verkorte vorm en onder een andere kop is geaccepteerd voor publikatie in het nummer van 5 oktober. De remming wordt daarin toegeschreven, hetzij aan DNA dat op een andere wijze is 'gemodificeerd' (chemisch veranderd), hetzij aan bijprodukten uit de synthese van gemethyleerd DNA verontreinigingen dus die het remmende effect van natuurlijk DNA zouden 'potentieren'. Met andere woorden: de organisch-chemische resultaten van de groep-Buck worden ingetrokken, maar de virologische proeven niet. Die krijgen alleen maar een nieuwe, zij het nogal speculatieve verklaring.

Om een indruk te krijgen van de geloofwaardigheid van die verklaring is het noodzakelijk om het in Nederland inmiddels wereldberoemde Science-artikel (in het buitenland nauwelijks opgemerkt, maar in het Athenaeum Nieuwscentrum in Amsterdam ligt van het betreffende nummer nog steeds een flinke stapel) in wat meer detail te bekijken. De kritieke vraag daarbij luidt uiteraard: wettigen de getoonde experimentele resultaten de conclusies? Alvorens deze vraag te beantwoorden, eerst een opmerking over een wezenlijk onderdeel van elke biologisch-wetenschappelijke bewijsvoering: het controle-experiment. Als je in een biologische proef een bepaald effect aan een bepaalde oorzaak wilt toeschrijven, moet je alle andere oorzaken die je kunt bedenken uitsluiten. Het middel daartoe is het controle-experiment. Een voorbeeld: je hebt een stofje in een bufferoplossing en het sorteert een bepaald effect op cellen. Je collega's zullen pas in het effect van dat stofje geloven als je op zijn minst laat zien dat de bufferoplossing zonder het stofje het effect niet vertoont. Deze en soortgelijke controle-experimenten vormen de ruggegraat van het medisch-wetenschappelijke onderzoek: elk goed artikel wemelt er van en de betrouwbaarheid van de conclusies staat of valt ermee.

Uit de afloop van de Buck-affaire blijkt al dat er op zijn minst een belangrijke controle in het Science-artikel heeft ontbroken: een zogenaamde fopsynthese. Het idee van een dergelijke synthese is simpel: doorloop alle (drie de) stappen van het maken van fosfaatgemethyleerd DNA, maar laat het DNA achterwege. Of, een andere mogelijkheid: voeg wel DNA toe, maar laat een essentiele synthesestap achterwege. Wanneer dergelijke controles waren uitgevoerd, zou meteen duidelijk zijn geweest dat fosfaatmethylering niet essentieel is voor het geclaimde biologische effect. En misschien zelfs dat er uberhaupt geen DNA voor nodig was.

Goudsmit erkent ruiterlijk dat een fop-synthese heeft ontbroken, maar wijst daarbij op het feit dat hij meende te mogen vertrouwen op de garanties van zijn collega's in Eindhoven. ' Wij gingen er volstrekt van uit dat die mensen wisten waarover ze het hadden. Als wij het DNA in ons eigen lab hadden gemaakt, dan hadden we die fop-synthese zeker uitgevoerd. Maar in een samenwerkingsverband werk je op basis van vertrouwen. Wij zijn zelf geen organisch-chemici en moesten er wel vanuit gaan dat het goed zat. Zoiets is heel normaal en meestal loopt het goed af.'

Kritiek

Maar de fopsynthese is niet de enige controle die ontbrak, vinden vier deskundigen die het artikel op verzoek van NRC Handelsblad nog eens aandachtig doorlazen. Zij vinden het virologische werk 'fragmentarisch', 'slecht onderbouwd' en 'allesbehalve overtuigend'. De kritiek richt zich op de methodologie en is behoorlijk technisch van aard, maar daarom niet minder mals.

In het Science-stuk draait alles om de specifiteit van de remming door de stukjes 'fosfaatgemethyleerd' DNA die uit Eindhoven werden aangeleverd. Die specificiteit zou afhankelijk zijn van de genetische 'lettervolgorde' van deze stukjes, die precies complementair waren aan stukjes virus-RNA, noodzakelijk voor de vermenigvuldiging van het virus. Laat je het stukje los op een virusstam waarin dat stukje in een of twee lettertjes verschilt en de remming is weg, zo laten de proeven zien.

Fluitje van een cent

Volgens de viroloog prof. Willy Spaan uit Leiden ontbreekt hier echter een absoluut noodzakelijke controle: een proef met een 'gemethyleerd' DNA-fragment dat ook dat ene lettertje verschil vertoont. Pas als blijkt dat dit fragmentje de afwijkende virusvariant remt en de 'gewone' niet heb je volgens hem een overtuigend argument in handen voor specifieke remming. ' Dit spiegelbeeld-experiment is echt essentieel', vindt Spaan, ' en dat het niet is uitgevoerd is onbegrijpelijk. Het was een fluitje van een cent geweest, terwijl de hele biologische claim er op hangt'. Een nog belangrijker tekortkoming is volgens Spaan de ontoereikende controle met 'random'-DNA: stukjes met een toevallige volgorde die niet zouden moeten remmen. Die controle is niet uitgevoerd bij de AIDS-virusvariant HTLV-III B die centraal staat in de bewijsvoering. 'Dat is een misser', oordeelt Spaan. Waar de controle wel is uitgevoerd, bij twee andere varianten van het AIDS-virus, staat de remmende concentratie niet met een exact getal aangegeven, maar met 'groter dan 3 micromolair'. ' Daar heb ik absoluut kritiek op', zegt Spaan, 'Zoiets kun je gewoon niet maken'. Zeer veel twijfels roept een opmerking in de oorspronkelijke versie van de 'rectificatie' op die volgens zowel Goudsmit als de redactie van Science in de eindversie om 'ruimte-redenen' is geschrapt.

Goudsmit rept hier opeens van een reductie van de virusproductie van 84% na toevoeging van 'random'-DNA, gemeten volgens een bepaalde methode. Spaan: ' Hier is er opeens wel een heel duidelijk remmend effect van het random DNA. Dat is moeilijk te rijmen met de bewering in het oorspronkelijke artikel. Het is een duidelijke aanwijzing dat er iets niet goed zit.' De kritiek van Spaan op deze kernpunten wordt gedeeld door de moleculair-bioloog prof. Peter van der Vliet uit Utrecht, de immunoloog prof. Kees Melief uit het Amsterdam en de eerder genoemde prof. Van der Eb uit Leiden. Daarnaast hebben zij ook op vele andere punten twijfels. Van der Vliet: ' De virologie van het Science-artikel roept tal van vraagtekens op. Het stuk lijdt aan overstatements, de bewijsvoering is incompleet, kwantitatieve gegevens ontbreken. Er zijn geen titraties beschreven die aangeven wat de relatie is tussen de hoeveelheid verondersteld fosfaatgemethyleerd DNA en de mate van remming. De zaak is slecht onderbouwd, men heeft zich te weinig kritisch opgesteld ten opzichte van de eigen resultaten en heeft niet de criteria gehanteerd die men in het algemeen bij gedegen virologisch werk toepast. Ik had me wel drie keer bedacht voordat ik zonder voldoende controles een dergelijk effect had geclaimd.' Prof. Van der Eb: ' Als ik het als referee van een tijdschrift ter beoordeling had gekregen, zou ik het niet hebben geaccepteerd, maar hebben gevraagd om overtuigender experimenten met betrekking tot de specificiteit van de remming. Zoals het er nu staat is het weinig overtuigend.' Prof. Melief: ' De virologische gegevens zijn fragmentarisch. De gevonden verschillen in remmende concentraties bedragen een factor tien en dat is gezien de te verwachten meetfout van de gebruikte methode een nogal klein verschil. Sommige metingen zijn met zo weinig preparaten en controles gedaan dat ze mijns inziens geen extra informatie bieden.

Door de massale hoeveelheid niet-essentiele gegevens ontstaat een rookgordijn waardoor pas bij nauwkeurige lezing opvalt dat essentiele gegevens ontbreken.' Prof. Spaan: ' Met de tabel waar het voor het virologische gedeelte allemaal om draait is iets geks aan de hand: de resultaten in de drie kolommen aan de rechterkant zijn, als je de legenda goed naleest, gebaseerd op proeven met andere concentraties DNA dan de proeven in de linkerkolom, terwijl de suggestie is dat de gegevens in alle vier de kolommen telkens gebaseerd zijn op een en het zelfde experiment.'

Niet onderbouwd

Ondanks al deze hiaten in zijn oorspronkelijke stuk en de onzekerheid over wat er nu precies in de preparaten van Buck heeft gezeten, handhaaft Goudsmit in zijn rectificatie de claim van een sequentie-specifiek effect. Hij oppert daarvoor twee mogelijke verklaringen, maar die zijn volgens de vier critici puur speculatief en experimenteel niet in het minst onderbouwd.

Van der Vliet: ' De titel van de oorspronkelijke versie van de rectificatie, waarin stond dat niet-fosfaatgemethyleerd DNA een verhoogd biologische effect vertoonde, was een regelrechte ramp. Dat ging weer precies dezelfde kant op: losse opmerkingen, ongedegen werk. Ik ben in ieder geval erg blij dat het onder die kop uiteindelijk niet zal verschijnen.' Van der Eb: ' De rectificatie is even speculatief als het oorspronkelijke artikel en je hebt er even weinig aan. Toen ik hoorde van die proef met dat random-DNA, ben ik wel geschrokken. Sommige mensen in mijn omgeving vinden dat het sowieso allemaal bullshit is, maar ik vind dat men alle proeven nog maar eens opnieuw moet doen, en dan netjes. Wie weet zijn de claims volkomen juist, maar dan willen we het graag zeker weten. Laat ze het allemaal nog eens precies uitzoeken.' Melief: ' Goudsmit en medewerkers houden recht overeind dat er sequentie-specifieke remming is. Uit de rectificatiebrief blijkt dat er in de preparaten verontreinigingen zitten in wisselende, onbekende concentraties. Daarom zeggen de gerapporteerde remmende concentraties nu nog maar heel weinig. Alleen hierom al hadden ook de virologische gegevens moeten worden ingetrokken.' Spaan: ' Buck gaf toe dat hij er naast heeft gezeten en dat waardeer ik. In het nieuwe Science-stuk blijven de virologische gegevens overeind staan, terwijl de preparaten waarmee is gewerkt helemaal niet meer exact gedefinieerd zijn. Het is onmogelijk om zonder nieuwe proeven te achterhalen hoeveel en welk DNA er nu eigenlijk in de preparaten heeft gezeten en de gegevens over de remmende concentraties zijn hierdoor betekenisloos geworden. De enige juiste handelwijze in zulke omstandigheden is om al je resultaten terug te trekken, met de aankondiging dat je de zaak verder zult onderzoeken. Dat Goudsmit dit niet doet, neem ik hem wetenschappelijk gesproken kwalijk.'

Tweede artikel

Goudsmit, geconfronteerd met de inhoud van bovenstaande kritiek, zegt 'zeker een week' nodig te hebben om deze te kunnen beantwoorden. Iets dat tot nu toe geheel buiten de publiciteit is gebleven, is dat de groepen van Goudsmit en Buck na het Science-artikel nog een tweede stuk hebben gepubliceerd waarin ook proeven met 'fosfaatgemethyleerd' DNA van Buck voorkomen (Goudsmit et al. [1990], AIDS 4, 559-564). Goudsmit verklaarde desgevraagd dat hij 'niet onmiddellijk van plan' is om ook dat stuk terug te trekken of te rectificeren. ' Ik trek dat pas terug op het moment dat ik aantoon dat DNA niet nodig is voor die proeven'.

Als duidelijk is geworden wat er precies aan de hand is, verklaarde hij echter, zal hij zeker een corrigerend zinnetje in het tijdschrift (waarvan hij overigens zelf editor is) doen opnemen.

De Amsterdamse hoogleraar tilt overigens niet zo zwaar aan de intrekking van het Science-artikel. ' Wij gaan met ingang van deze week uitzoeken wat er aan de hand was, of het nu lag aan het DNA of niet. Dat noem ik het opruimen van de rotzooi. Er zijn wat vraagstellingen over, maar niet zo veel. In mijn ogen komt het in de wetenschap heel vaak voor dat er stukken worden gepubliceerd die achteraf niet waar blijken. Meestal worden die niet ingetrokken, maar verschijnt er een jaar later weer een ander artikel waaruit je concludeert: 'He, het vorige was dus niet waar'.' ' Vooruitgang in de wetenschap is niet iets dat op jou persoonlijk drijft. Van alle werkzaamheden die je verricht blijven er een aantal staan die belangrijk zijn. Door anderen wordt bewezen of iets de moeite waard is of niet. Wetenschap verschilt niet zo heel veel van journalistiek. Een journalist schrijft ook wel eens iets waarvan hij later denkt: dat had ik niet moeten doen. Maar iets terugtrekken doet hij nooit, want de volgende dag wordt er in de krant weer gewoon vis verpakt en gaat iedereen over tot de orde van de dag.'