Nu pas kan worden begonnen met stellen van diagnoses; Situatie in psychiatrische kliniek Leros licht verbeterd

ATHENE, 25 sept. Er is enige verbetering opgetreden in de situatie van de psychiatrische inrichting op het Griekse eiland Leros, die een jaar geleden in het nieuws kwam door de daar heersende wantoestanden. Maar er wacht nog een gigantische taak. Dat is de conclusie van oud-minister van buitenlandse zaken en lid van de Raad van State M. van der Stoel, die in het weekeinde een bezoek bracht aan het eiland en daarover gisteren contact had met leden van de Griekse regering, onder wie premier Mitsotakis.

Van der Stoel is voorzitter van de Raad van Advies van de stichting Leros. Deze is enkele weken geleden opgericht op initiatief van Nederlandse psychiaters die zich, samen met een Grieks psychiatrisch team uit Thessaloniki, al voor de beruchte publikatie in het Britse weekblad Observer voor verbetering van de wantoestanden inspanden. A. J. W. Vrijlandt, medisch directeur van Vijverdal bij Maastricht, en drs. W. L. Bonhof, penningmeester van Zon en Schild bij Amersfoort, reisden als bestuursleden van de stichting met Van der Stoel mee.

Al vanaf 1983 interesseert ook de EG zich voor de hoognodige verbetering van de psychiatrische zorg in Griekenland. Daartoe moeten de Grieken een project ontwikkelen, dat echter nog steeds niet van de grond is gekomen. Het grootste deel van een door de EG ter beschikking gesteld bedrag van 60 miljoen Ecu dreigt daardoor niet te worden gebruikt. Premier Mitsotakis en de onderminister van gezondheid, George Sourlas, hebben Van der Stoel in het vooruitzicht gesteld dat het project op 1 november zal zijn ontwikkeld, zodat het akkoord tussen Griekenland en de EG kan worden gesloten. Als gevolg daarvan zal een aantal Italiaanse en Nederlandse psychiatrische verpleegkundigen worden ingeschakeld op Leros. Sinds vorig jaar werken op de vrouwenafdeling van de kliniek op Leros Nederlandse psychiatrische verpleegkundigen. Het personeel, grotendeels van het eiland zelf afkomstig, is inmiddels gewonnen voor het idee om buitenlandse verpleegkundigen in te schakelen.

De patienten, van wie sommigen tientallen jaren geleden naamloos in de inrichting zijn terechtgekomen, moeten weer een gevoel van identiteit krijgen door middel van activiteiten en enig eigen bezit, om te beginnen een tandenborstel. Op deze basis zijn de Nederlandse krachten begonnen met elf vrouwen in een kleine, eigen ruimte waar minimale huiselijkheid is gecreeerd en waar in de loop der maanden is gebleken dat veel van deze vrouwen wel degelijk over huishoudelijke en andere vaardigheden beschikken.

Ook voor de overige vrouwen lijkt de situatie, in het kader van de nieuwe aanpak, enigszins te zijn verbeterd. Zo worden zij 's morgens weliswaar nog steeds massaal gewassen (en daarbij opgesloten), maar niet meer met de spuit en iedereen wordt apart afgedroogd met een handdoek.

De uit het Observer-artikel berucht geworden binnenplaats bij het door Van der Stoel eveneens bezochte paviljoen 16, waar mannen naakt werden schoongespoten, blijkt te zijn afgebroken. Veel van de patienten die dit paviljoen bewonen waren trouwens afwezig: zij waren naar een feest dat, ongetwijfeld niet toevallig, juist op de middag van het bezoek was georganiseerd.

Het feest was mede bedoeld als een demonstratie van de wijze waarop de grote inrichting (ruim duizend patienten) op het eiland (achtduizend inwoners) is 'ingebed'. Leros verkeert, ondanks veel idyllische facetten, toeristisch nog in een beginstadium. Ruim de helft van de eilanders leeft, direct of indirect, van de inrichting. Men is aan de patienten gewend en op hen ingesteld. Na al het rumoer heerst er onder de bevolking vrees voor opheffing, waartoe overigens geen plannen bestaan. Wel zullen volgende maand waarschijnlijk 110 patienten naar kleinere eenheden elders in Griekenland worden overgebracht. 'Het moet niet zo worden dat alleen de meest hopeloze gevallen achterblijven', kreeg Van der Stoel op de slotbijeenkomst met de psychiaters nu vijf te horen. De patienten van Leros zijn daar vroeger overigens niet terechtgekomen op medische, maar op sociale indicatie: als er twee jaar geen familiebezoek was geweest, werd men naar het eiland afgevoerd. Aan diagnose van de eigenlijke kwalen kan eigenlijk pas nu worden begonnen.

Dokter Vrijlandt: 'Toen ik hier de eerste keer kwam was het ergste eigenlijk niet die primitieve toestanden met naakte mannen en vrouwen. Het ergste was voor mij de totale uitgeblustheid, het ondergaan van de patienten in de massaliteit. Het ontbreken van enig programma. Er waren hier mannen die al dertig jaar, dag in dag uit, ook op feestdagen, dezelfde sleur doormaakten: schoongespoten worden, eten, slapen, eten, slapen'. De eindeloos lange rijen bedden zonder nachtkastjes zijn er nog steeds; er is nu eenmaal een gigantisch ruimtegebrek. Maar in de sfeer is iets veranderd. Dit geldt zelfs voor de allertreurigste afdeling van 113 zeer zwaar gehandicapte 'kinderen' van 3 tot 46 jaar die overigens organisatorisch niet onder 'Leros' ressorteert die aan Van der Stoel, bij uitzondering, ook werd getoond. Ook deze patienten hebben geen enkel contact meer met hun families.

Tot voor kort hing hier speelgoed aan touwtjes boven de bedjes zodat de kinderen er niet bij konden en zij het niet vuil konden maken. Nu hingen de poppen, bij wijze van versiering, aan de wand, maar in een zaal stonden zij op kastjes, binnen bereik. Er was ook allerlei materiaal aangevoerd om te leren lopen, maar het wachten is nog op de eerste fysiotherapeut.

    • Frans van Hasselt