Nederland helpt in Afrika bij bloedtransfusies

AMSTERDAM, 25 sept. Het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst (CLB) in Amsterdam gaat een aantal Afrikaanse landen helpen met het opzetten van eigen bloedtransfusiediensten en bloedverwerkende laboratoria.

Dit project van het CLB, een laboratorium van het Rode Kruis waar het bloedserum van Nederlandse bloeddonoren wordt verwerkt, is onderdeel van het AIDS-bestrijdingsprogramma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Volgens een inventarisatie van de WHO bestaan er in Afrikaanse landen nauwelijks centrale bloedtransfusiediensten. Meestal is er geen georganiseerde donorwerving. De ziekenhuizen organiseren hun eigen bloedinzameling, maar hebben meestal gebrek aan bloed. De opbrengst van de bloedinzamelingen is laag: gemiddeld 3,1 bloedeenheden per 1000 mensen per jaar. In de Westeuropese landen geven 1000 mensen ieder jaar 55,1 eenheden bloed.

De donoren en hun bloed worden nauwelijks getest op besmettelijke bloedziekten als hepatitis en AIDS. De projecten zijn daarom ondergebracht in het krachtige AIDS-bestrijdingsprogramma van de WHO. Eind van het jaar komen uit Zambia de directeur en een assistent van de op te richten bloedbank voor een training naar Amsterdam. Begin volgend jaar gaan medewerkers van het CLB in Zambia adviseren. Malawi is minder ver gevorderd en krijgt hulp bij het opstellen van een nationaal plan voor een bloedtransfusiedienst. In Zimbabwe bestaat die al en denken de autoriteiten aan de bouw van een fabriek voor bloedprodukten. Finland en Nederland helpen daarbij. Verder zijn er plannen om Nigeria en het Zuidafrikaanse thuisland Lesotho te assisteren. 'Met het opzetten van bloedtransfusiediensten is het probleem van de verspreiding van het AIDS-virus overigens de wereld niet uit, ' aldus CLB-directeur prof. dr. E. J. Ruitenberg. 'Slechts vijf procent van de AIDS-gevallen wordt door geinfecteerd bloed veroorzaakt. In Afrika wordt 75 procent van de besmetting door heteroseksueel contact veroorzaakt en tien procent door intraveneus druggebruik of door overdracht van moeder op kind.' Ontwikkelingssamenwerking steunt het WHO-project. Het past in het kader van de technologiebevordering in de ontwikkelingslanden, een nieuwe beleidspunten die onlangs door minister Pronk zijn geformuleerd.

Het CLB is in de jaren zeventig ook betrokken geweest bij het opzetten vanbloedbanken in ontwikkelingslanden, toen vooral in Vietnam en het Caraibisch gebied. In de jaren tachtig heeft dat werk stilgelegen door beleidsveranderingen op het toenmalige Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking.