Literaire Tijdschriften

Bandeloos uitgeven

Bij uitgeverij De Bezige Bij komen per jaar ongeveer vijfhonderd ongevraagde manuscripten binnen en gemiddeld een daarvan wordt uitgegeven. Deze dee- of mismoedig stemmende cijfers, die bij de meeste uitgevers niet veel anders zullen liggen, verstrekt redacteur Erik Menkveld in een aan het thema 'debuteren' gewijde aflevering van Parmentier. 'Vroeger had je het als debutant moeilijk om je werk uitgegeven te krijgen, tegenwoordig wil iedereen graag Nederlandse literatuur uitgeven', meent de jonge Bert Bakker in hetzelfde interview. Het gesprek met vijf 'beslissers' van vooraanstaande uitgeverijen vormt de hoofdmoot van Parmentier. Het Gelderse kwartaalblad is als vervanger van het oude Randschrift nog in zijn eerste jaargang en lijkt vastbesloten om met aantrekkelijke themanummers (tuberculose, voordracht, masturbatie in de letteren) zo snel mogelijk debutant-af te raken.

Als meest tot de verbeelding sprekend voorbeeld van een moeilijke debutant wordt John Kennedy Toole opgevoerd. Deze jonge Amerikaanse schrijver pleegde uit wanhoop zelfmoord, omdat niemand zijn manuscript wilde uitgeven, waarna zijn moeder net zolang (twaalf jaar) met de roman A Confederacy of Dances leurde, tot het in 1981 eindelijk uitgegeven werd en prompt een reusachtige bestseller.

Uitgevers vragen links en rechts schrijvende mensen om kopij, volgen de literaire tijdschriften, en zeggen allemaal heel voorzichtig te zijn met debutanten. Te gretige inzenders van ongevraagd materiaal zijn volgens Wouter Tieges van Meulenhoff gevoelige pubers, psychiatrische patienten, oude mensen, en stoere drank en meiden jongens. En Martin Ros van De Arbeiderspers steekt grif de hand in eigen boezem (in brede zin): 'Tegenwoordig wordt er veel en bandeloos uitgegeven. Het ene boek verdringt het andere (...) het is niet meer te overzien.'

Kees van den Heuvel heeft een informatieve en uitstekend leesbare tekst van het vraaggesprek gemaakt.

De Stichting Randschrift hield eerder dit jaar een literaire prijsvraag in Gelderland waar negentig inzendingen op binnenkwamen. De drie winnende staan nu in Parmentier, samen met een aantal niet bekroonde. Alice Jetten, de nummer een, springt eruit met het schijnbaar kinderlijke proza in 'De winkel van vrouw Gordijn'; korte en licht absurdistische stukjes over het leven. Niet alles overtuigt, wel de plekken waar ze gemeen ('een vergulde bedelaar die winden liet met frambozengeur') of lyrisch wordt. De onderscheiden Marc Kregting gooide Indo-jeugdherinneringen nogal vormeloos op papier, en in de eveneens bekroonde gedichten van Jos Jansen schijnen wel erg veel invloeden van voorgangers door.

Verder in dit nummer: een gesprek met Louis Ferron over doceren aan de Schrijversvakschool, en bijdragen van Kester Freriks ('Na het debuut volgt de zondeval en het verlies van de onschuld') en A. F. Th. van der Heijden: 'Hoe beroeps is een beroepsschrijver die zich van het Grote Werk laat afhouden ten einde om den brode allerlei secundaire schrijfarbeid te verrichten?'

Parmentier 1990, nr.4; 63blz. fl.12,50, Pb1381, 6501BJ Nijmegen.

Veteranen zijn klein van stuk

De arabist J. Brugman zet in de vorm van een boekbespreking (Kassa Houari: Confessions d'un immigre) zijn ideeen uiteen over de plaats van buitenlanders in de Nederlandse samenleving. Hij gelooft niet in een 'multiculturele samenleving' waar alle culturen gelijkwaardig zijn. Het van overheidswege stimuleren van onderwijs in eigen taal en cultuur kan volgens hem alleen maar leiden tot verwarring, vergissingen (een Marokkaans kind Arabisch leren terwijl het Berbers de moedertaal was), en, van de weeromstuit, tot fundamentalisme. Een immigrant doet er volgens Brugman verstandig aan zich niet te laten belemmeren door de Islam maar zo goed mogelijk te integreren in zijn nieuwe land. Immigrantenkinderen hebben meer aan extra Nederlandse les dan aan Turks of Arabisch. J. Pen onderzoekt in 'Bang voor de Duitsers' of de Duitse welvaart de Nederlandse economie plat zal drukken. Echt gevaarlijk lijkt hem pas een Europese monetaire unie ('ook de Nicholas Ridleys moeten we in de gaten houden'), maar het geval-DDR zet elke voorspelling op losse schroeven 'iets abnormalers dan de samensmelting van de twee Duitslanden heeft zich in de economische geschiedenis nooit voorgedaan.' On-Hollands Maandblad-achtig is het artikel 'Romantische nevels' van de filosoof S. F. Baekens. Over Schubert: 'De tovertuin van zijn liederen wordt omzoomd door de talloze dramtische en lyrische schakeringen die het licht- en schaduwspel van het hart oproept. (...) De huiveringwekkend onwereldse schoonheid van de monotone rouwzang laat een stil contrapunt klinken tegen het vluchtige welslagen dat het leven tot het bedrog van de zelfvoldaanheid verleidt.'

Zulk rococo-proza is in Hollands Maandblad niet vaak te vinden. Baekens schenkt een tiental kunstenaars korte paragrafen; Novalis, Von Kleist, Caspar David Friedrich, Turner, Jean Paul en anderen. Zesendertig zakelijke noten vullen het stuk (vijf bladzijden) aan.

Opvallend aanwezig in dit nummer zijn verder: Frank Koenegracht met twaalf gedichten ('Ik stond te zwijgen./ Ik zocht woorden af.// Mijn mond was een hond.'), Bindervoet en Henkes met 'De intocht van Christus in Amsterdam' ('zaterdag') gevolgd door vier veel minder geslaagde gedichten, en onze ambassadeur in Nieuw Zeeland A. L. Schneiders met een verhaal over een kranslegging: 'Klein van stuk zijn de meeste veteranen. Zijn ze zo gekrompen of maken kleine mannen een betere kans om op het slagveld te overleven dan grote?' Elsbeth Klein droeg een spannend verhaal bij over een zo onbegrijpelijk onderbelichte oorlog: die in Ethiopie.

Hollands Maandblad 1990/7-8. 62 blz. fl. 12,50. Uitg. i.s.m. Veen.

De zondige aartsengel

Het weekblad HP/De Tijd sprong deze week midden in een rel door het artikel over balletleider en choreograaf Rudi van Dantzig te plaatsen dat door anderen geweigerd was. Bert Janmaat van het Nederlands Instituut voor de Dans wilde 'De erfzonde van een aartsengel', geschreven door twee redacteuren van het Dansjaarboek (Pieter Kottman en Evan van Schaik), niet opnemen in het jaarboek omdat het te polemisch van toon zou zijn.

In het nieuwe nummer van het Vlaams-Nederlandse cultuurtijdschrift Ons Erfdeel staat dit omstreden artikel ook, maar dan anders. De eerdere versie in Ons Erfdeel, ondertekend met Eva van Schaik, is iets uitgebreider over het verleden en veel minder scherp. Het nieuwe weekblad en/of de (co-)auteur heeft het stuk enigszins anders geredigeerd 'heipalen' werd 'fundamenten' bijvoorbeeld, en 'politiek verloederende wereld' werd 'politiek verloederde wereld'. Er zijn ook andere nuances, zo is er in Ons Erfdeel sprake van 'smeulend dansvuur' wat in HP/De Tijd werd tot 'vuur van de bezieling dovende'. Het weekblad belicht fel de meest recente en de minst prettige gebeurtenissen in Het Nationale Ballet, en waar Van Schaik voor Ons Erfdeel Van Dantzigs artistieke kwaliteiten en gebreken centraal stelde, gaat het stuk in HP/De Tijd hoofdzakelijk over zijn falend beleid als artistiek leider. Het kritische retrospectief werd tot een heftig ter-verantwoording-roepen de aanklagende vragen aan het slot, culminerend in de oproep direkt weg te gaan, zijn allemaal nieuw. Heel het slot is nieuw, met 'het corps de ballet is een rommeltje', 'falende woorden, geen daden', en de kwestie van de mileuonvriendelijke folders die Van Dantzig (lijstduwer van Groen Links) liet maken.

Van 'choreograaf sans gene' tot erfzondige aartsengel.

Ons Erfdeel; 33ste jrg. nr.4. 1990. 157blz. fl.22,00. Mu- rissonstraat 260, 8530 Rekkem, Belgie.

    • Margot Engelen