Links en rechts bevechten elkaar op de Parijse podia

PARIJS, 25 sept. Wat is de Franse politiek toch veel leuker dan de Nederlandse: in Parijs wordt die deels uitgevochten door Fransen en buitenlanders te voorzien van meer cultuur. De oogst van de afgelopen vijftien jaar waren het Centre Beaubourg van Pompidou, het Musee d'Orsay van Giscard d'Estaing, het vernieuwde Grand Louvre en de Opera de la Bastille, beide van Mitterrand.

Maar de strijd tussen links en rechts houdt niet op bij de monumentale facades; hij gaat door op de podia. Ex-premier Jacques Chirac, tevens burgemeester van de stad Parijs, is ook voorzitter van het bestuur van het oude en roemruchte stedelijke theater Chatelet, centraal gelegen langs de Seine. Chirac probeert daar nu met opzienbarend vernieuwde artistieke kwaliteit te concurreren met de oostelijke nieuwe Opera Bastille van president Mitterrand, onder wie hij enige tijd premier was, in de moeizame tijd van de cohabitation, toen de president niet beschikte over een linkse meerderheid in het parlement.

Terwijl in de Bastille, die sinds de tweehonderdste Quatorze Juillet in 1989 al twee keer is geopend maar verder voornamelijk dicht was, pas half november weer een opera (Otello) op het programma staat, begon in het Chatelet vorige week het nieuwe opera- en muziekseizoen met een prachtige nieuwe produktie van Berlioz' La Damnation de Faust, gedirigeerd door John Eliot Gardiner. De staatsopera in de Bastille is inmiddels in zulke forse financiele en organisatorische problemen geraakt dat niet eens zeker is dat de Otello inderdaad op 13 november doorgaat, en dat Placido Domingo de titelrol zingt.

Chirac lijkt mede daardoor met zijn gemeentelijke theater op een forse voorsprong in de operastrijd af te stevenen. Want het Chatelet, waar eens de Ballets Russes van Diaghilev met Nijinski optraden, maakt nu opnieuw furore door het contracteren van het Frankfurt Ballett van William Forsythe als vaste bespeler. Dat een gezelschap in twee theaters resideert is volgens artistiek leider Stephane Lissner zelfs 'uniek in de historie van de dans'. In het programmaboek merkt Chirac met een on-frans gevoel voor understatement op dat het Chatelet dankzij het nieuwe elan nu is verheven 'tot het niveau van de meest briljante culturele instellingen van de hoofdstad' om zich ervan verzekerd te tonen dat de programmering 'aan uw wensen voldoet en dat een nog talrijker publiek dat zal gaan ontdekken.'

Chirac heeft ook een aanbevelingscomite geinstalleerd om zich teweer te stellen tegen de spraakmakende linkse beau monde in de Bastille onder leiding van cultuurminister Jack Lang en operabaas Pierre Berge, het zakelijk brein van modekoning Yves Saint-Laurent, die wel zo gewiekst is zijn parfum 'Opium' te adverteren op de achterkant van het Damnation-programmaboek.

De vooruitstrevende pretenties van het Chatelet worden nu gepropageerd onder leiding van parfumkoningin Helene Rochas. Zij presideert een gevarieerd gezelschap gevestigde namen: onder anderen de weduwe Pompidou, madame Chirac, Mahlerbiograaf baron Henry-Louis de la Grange, ex-operaster Regine Crespin, barones Elie de Rothschild, de Engelse Lord Weidenfeld en de Amerikaanse regisseur Robert Wilson, die in oktober samen met Tom Waits en William Burroughs de 'comedie rock' The Black Rider na Hamburg in het Chatelet brengt.

Terwijl in de Bastille het typisch Franse repertoire slechts een curiositeit is met dit seizoen alleen een Gotz Friedrich-enscenering van Samson et Dalila van Saint-Saens heeft het Chatelet nu een omvangrijke serie met Franse muziek van Berlioz tot Debussy. Na La Damnation de Faust komen er nog nieuwe scenische produkties van Offenbachs Les contes d'Hoffmann (regie: Alfredo Arias) en van Ariane et Barbe-bleu van Dukas, in de regie van Ruth Berghaus. Verder zijn er dan nog concertante uitvoeringen van Beatrice et Benedict van Berlioz, Samson et Dalila, Werther van Massenet en l'Africaine van Meyerbeer. William Christie en Les Arts Florissants brengen dan nog concertant twee oude Franse opera's: Orfeo van Rossi en Alcione van Marais.

Naast Mozart (een nieuwe produktie van Die Zauberflote en een concertante Mitridate) en Rossini (een Semiramide met Lella Cuberli en Martine Dupuy) brengt het Chatelet een serie concerten en recitals met klassieke muziek, jazz, rock en ook hedendaagse seieuze muziek: onder andere een uitvoerig 'portret' van Brian Ferneyhough met een optreden van het Nieuw Ensemble onder leiding van Ed Spanjaard.

Ook de Bastille Opera, erfgenaam van de in 1671 gestichte Academie Royale de la Musique, presenteert zich echter modern en ambitieus als 'un opera different'.

Daar wordt wel het gevestigde internationale repertoire uitgevoerd (Verdi, Tsjaikowski, Puccini en twee Mozarts), maar daar gaat tevens veel twintigste eeuws en hedendaags werk: Katja Kabanova van Janacek, Noye's Fludde van Britten, Un re in ascolto van Berio en de Europeras 3 en 4 van John Cage, aangevuld met concertante portretten van vier eigentijdse Franse componisten.met de voorbeeldige uitvoering van La Damnation de Faust is het Parijse operaseizoen in het Chatelet in ieder geval waardig geopend. Het is dan ook jammer dat Chirac ook niet meer geld heeft dan voor slechts vijf voorstellingen van deze 'opera', die met zijn snel wisselende losse scenes lange tijd werd beschouwd als geschikter voor een film dan voor het podium. Bij de Nederlandse Opera maakte Harry Kupfer van La Damnation zelfs een voorstelling als de apocalyps van het theater: een zaal op het podium die tenslotte in elkaar zakt.

De van oorsprong Griekse regisseur Yannis Kokkos weet met veel vertoon van gevarieerde hedendaagse theatertechniek een enscenering te maken die er inderdaad uitziet als een filmvoorstelling. Kokkos maakt geen 'conceptuele' voorstelling, maar illustreert de handeling tot in de kleinste details.

Mephistopheles loopt hier rond als een regisseur die in wisselende encadreringen telkens nieuwe, fascinerende beelden tevoorschijn tovert, zo vol poezie en duivelse magie dat Faust ze voor werkelijk houdt en die pseudo-realiteit als vanzelfsprekend binnenstapt. De beelden zijn van een adembenemende schoonheid en herinneren in hun plasticiteit en meeslependheid soms aan die grote heroische schilderijen in het Louvre van Gros en meer nog van Gericault: Le radeau de la Meduse (1819). De typische Wagnerzangeres Waltraud Meier heeft geen moeite een bewonderenswaardig strak gezongen lyrische Marguerite te vertolken, Michael Myers is een zeer Frans en in de hoogte heel wendbaar klinkende Faust en Monte Pederson is een adequate Mephistopheles. John Eliot Gardiner, die eerder in een met Anne-Sofie von Otter en Michael Myers getuige de Philips-opname een prachtige Damnation uitvoerde, dirigeert het Philharmonia Orchestra hoorbaar met evenveel verbeeldingskracht als Kokkos zichtbaar maakt: een voorstelling om zich mee te verlustigen.

    • Kasper Jansenvoorstelling
    • Rene Schirrer
    • Yannis Kokkos. Gezien
    • Waltraud Meier
    • Michael Myers
    • Ruth Holton. Regie
    • Monte Pederson