Hinderlijk, maar niets aan te doen

De scholen zijn weer begonnen, het vergaderseizoen is aangebroken, buiten giert de herfststorm en de regen klettert tegen de ramen. Nederland is verkouden. Toch vinden de meeste snotneuzen en hoestbuien hun oorsprong niet in de koude buitenlucht maar in scholen en vergaderzalen.' Crowding is het belangrijkste effect, ' zegt de Groningse longartsdr. E. Lowenberg. En de Rotterdamse viroloog prof. dr. N. Masurel: ' Wetenschappelijk is nooit aangetoond dat kou de mensen vatbaarder maakt voor infecties door verkoudheidsvirussen.' Bij dat onderzoek werd bijvoorbeeld de ene helft van een groep vrijwilligers vanuit een warme kamer in een koud bad gezet de andere helft hoefde niet. Daarna werd iedereen met een verkoudheidsvirus besmet. Een duidelijk verschil in aantal loopneuzen en hoestbuien bij de twee groepen werd niet gevonden.

Niettemin is het begrip kouvatten diep verankerd in onze cultuur. Wie in de kou komt of op de tocht staat, voelt ook slijmvorming in de luchtwegen. Iedereen is een paar dagen na een nat pak door een onverwachte regenbui wel eens koortsig en verkouden geworden

In het eerste geval was hier sprake van een overreactie op een koudeprikkel. Zulke reacties kunnen ook optreden na blootstelling aan rook, chemicalien en bijvoorbeeld chloor in het zwembadwater. In het tweede geval kan het verband tussen kou en besmetting toeval zijn, maar een relatie is door onderzoek nooit uitgesloten. ' Misschien is het virus virulenter, misschien de mens gevoeliger, ' aldus Lowenberg.

De herfst kent in ieder geval twee oorzaken voor een loopneus. Overreactie en allergie of verkoudheid zijn van elkaar te onderscheiden. Allergieen kennen, na de grote hooikoortspiek in het voorjaar, in het najaar een korte opleving. In de vochtiger wordende huizen waarin nog niet hard wordt gestookt, vermenigvuldigen de huismijten zich snel. Veel mensen zijn allergisch voor de uitwerpselen van dat beestje. De slijmvliezen waarmee onze keel, neus en luchtwegen zijn bekleed krijgen het dan druk. De slijmcellen produceren meer slijm en speciale trilharen duwen slijm en daarin opgenomen vervuiling naar buiten. Een allergie of overreactie gaat over als de prikkel weg is.

Virusinfectie

Een echte verkoudheid wijkt niet zo snel. Verkoudheid is het gevolg van een virusinfectie. Virussen zijn, generaliserend gesproken, pakketjes erfelijk materiaal, DNA of RNA, met een eiwitomhulling. Om zich te vermenigvuldigen moet een virus een cel binnendringen waar het grondstoffen en de 'chemische fabriek' van de gastheer exploiteert om nakomelingen te maken. De cel legt daarbij het loodje.

De typische luchtweginfectie kenmerkt zich door vloeibaar en lichtgekleurd slijm in neus en keel; door hoestprikkels met een meestal droge hoest; vaak een hese stem; mogelijk een lichte bindvliesontsteking van de ogen en vaak een rauw gevoel achter het borstbeen. Koorts kan, maar hoeft niet op te treden.

Virussen en bacterien worden vaak verward. Een bacterie is een levend eencellig organisme met een eigen stofwisseling en het vermogen zich voort te planten. Virussen zijn veel kleiner en kunnen alleen in een gastheercel tot leven te komen. Zowel virussen als bacterien kunnen ontstekingsreacties of infecties veroorzaken. Bacterien zijn met antibiotica te bestrijden. Virussen niet. AIDS, griep, polio en verkoudheid zijn virusziekten. Iedere ziekte wordt door een apart virus veroorzaakt. Anti-virale geneesmiddelen bestaan vrijwel niet. Vaccinatie vooraf is de enige manier om virusziekten te voorkomen. Tegen het verkoudheidsvirus is niets voorhanden.

Er bestaan tientallen verschillende virussen die verkoudheid, of beter gezegd luchtweginfecties veroorzaken. De belangrijkste familie is die van de rhinovirussen. Masurel: ' Daar zijn nu 120 tot 130 verschillende serotypen van bekend die ons allemaal, onafhankelijk van elkaar, kunnen besmetten en allemaal dezelfde verkoudheidsverschijnselen veroorzaken. Iedere Nederlander wordt naar schatting gemiddeld viermaal per jaar door een rhinovirus besmet, maar in de helft van de gevallen merken we daar vrijwel niets van. Iemand voelt zich misschien een dag iets minder.' Om het belang van de rhinovirussen aan te geven: de op een na belangrijkste familie, de adenovirussen, veroorzaakt tien procent van de luchtweginfecties. Er zijn meer dan 40 typen bekend die echter niet allemaal dezelfde werking hebben. Luchtwegaandoeningen met adenovirussen geven vaker een ernstiger ziektevervolg dan de rhinovirussen. Zo veroorzaakt type 7 nog wel eens virale longontsteking bij kleine kinderen.

Nog andere virussen, de para-influenzavirussen en het respiratoir syncytieel virus (RS-virus), veroorzaken vooral bij kleine kinderen, de soms ernstiger luchtweginfecties. Het RS-virus veroorzaakt bijvoorbeeld de meeste ziekenhuisopnamen bij kinderen in het eerste levensjaar. Lowenberg: ' Sommige kinderen met een virusinfectie maken een alarmerend geluid: gierend inademen gevolgd door blaffend hoesten. Meestal loopt het goed af. Dit noemt men wel valse kroep.' Een virus komt de luchtwegen meestal binnen op rondzwevende vochtdruppeltjes. Besmette mensen kunnen het virus al verspreiden voordat ze zelf ziek zijn. Soms wordt de verspreider zelf niet eens ziek. De incubatietijd is een paar dagen. Wie al een weekje verkouden is, is meestal geen besmettingsbron meer.

Buiten de gastheer overleeft het virus niet lang een paar uur tot een dag. Het is dus zaak dat de mensen elkaars lucht inademen. Behalve via aerosolen in de lucht kan besmetting ook via voorwerpen (deurknoppen, speelgoed) en direct speeksel-speekselcontact (zoenen) plaatsvinden.

Niet bekend

De ziekteverschijnselen ontstaan doordat het virus de dunne cellaag van de slijmvliezen aantast. De slijmcellen worden geprikkeld tot overproduktie terwijl trilhaarcellen door de virusinvasie van vorm veranderen en hun werk niet meer goed kunnen doen. Door de groei van het virus, maar evengoed door het eigen afweersysteem van de patient gaan de slijmvliescellen dood. Hoesten en niezen moet de rommel nu naar buiten brengen. Koorts is ook een gevolg van de toegenomen activiteit van het afweersysteem, evenals de gezwollen neus en keel: de bloedvaten zetten uit en brengen vocht met afweerstoffen in het omringend weefsel.

Griep wat anders

Griep (influenza) is heel wat anders. De drie typen influenzavirussen (A, B en C) zijn een aparte familie. Griep uit zich in koorts, hoesten, soms hevige spier- en gewrichtspijn, algemene malaise en keelpijn. Zelden gaat griep met een neusverkoudheid gepaard. Maag-darmklachten als diarree of verstoppingen komen wel voor. De termen buikgriep en zomergriep slaan meestal op diarree en ingewandstoornissen die door (niet-influenza)virussen, door een lichte bacteriele voedselvergiftiging of door overmatig alcoholgebruik kunnen worden veroorzaakt. Met griep heeft dat allemaal niets te maken.

Eenderde van de jonge kinderen op het spreekuur van de huisarts komt voor luchtweginfecties. Bij oudere mensen is dat ongeveer eenvijfde. Meestal is dat doktersbezoek onnodig. Maar soms gaat het mis.

Kinderen, CARA-patienten en mensen bij wie de afweer onderdrukt is, hebben extra aandacht nodig. Bij kinderen komen vaker virussen voor die heviger ziekten geven. Lowenberg: ' Als bij kinderen de temperatuur snel erg hoog wordt, of een dag of drie rond de 38 tot 39 graden blijft, dan moet er een dokter bijkomen.'

Bij anderen dreigen eigenlijk alleen complicaties als bacterien zich op het beschadigde slijmvlies nestelen. Dat is te merken doordat het slijm dikker en groen wordt. Vooral bij CARA-patienten en als de ontsteking zich uitbreidt naar de onderste luchtwegen (luchtpijp en longen) dreigen dan verstoppingen in de luchtwegen waardoor de bacterien in de afgesloten ruimte extra kansen krijgen. Zware bronchitis en longontsteking dreigen dan en een bezoek aan de dokter is aan te bevelen. Lowenberg noemt als richtlijn dokterbezoek na vijf dagen groen sputum.

Waarmee stuurt de huisarts zijn patient naar huis? Allereerst het advies om rustig uit te zieken. En dan nog iets om te slikken misschien. Lowenberg: ' Er wordt nog veel te veel antibiotica gevraagd en voorgeschreven als er nog helemaal geen bacterien in het spel zijn.' Neusdruppels helpen verstoppingen opheffen, maar mogen niet langer dan een week worden genomen. Hoe vaker er wordt gedruppeld, hoe korter de werkingsduur is. Hoestdrankjes bevatten meestal een slijmverdunner en veel suiker. Ze verzachten alleen. Hoestremmers werken zeker, ze onderdrukken de hoestprikkel in de hersenen. Masurel ontraadt ze: ' Het spul moet er uit. Hoesten en snuiten is goed.' Koortsonderdrukkers geeft Masurel liever ook niet: ' Een aantal virussen wordt boven 37 graden instabiel. Koorts is een prachtig natuurlijk afweermiddel.'

Na drie weken moet het allemaal echt voorbij zijn. Wie dan nog hoest moet naar de dokter.

Ophalen

Wel of niet snuiten is trouwens een controversieel onderwerp. Masurel adviseert snuiten. Jonge huisartsen adviseren soms ophalen. Dit snorken zou voorkomen dat slijmproppen door overdruk, uitgeoefend bij het snuiten, de voorhoofdsholten inschieten en daar langdurige ontstekingen veroorzaken. Masurel: ' Als je opsnuift moet je het slijm daarna wel doorslikken en dat lijkt me geen pretje als je toch al beroerd bent. Als je goed snuit, in een zakdoek, zonder beide neusgaten tegelijkertijd dicht te knijpen, loop je geen enkel gevaar. Snuiten is ook de meest natuurlijke methode. Kijk maar hoe het altijd gedaan is en hoe het in de dierenwereld toegaat.' Hoeveel middelen tegen verkoudheid worden ingezet is niet goed te achterhalen. De hoestremmers, hoestdrankjes, neusdruppels, stoombadpreparaten, prikkelende smeersels en weerstandsbevorderaars zijn bijna allemaal zonder recept verkrijgbaar. Maar de dokter mag er vaak ook een recept voor uitschrijven. De fabrikanten verkochten vorig jaar voor 50 miljoen aan hoest- en verkoudheidsmiddelen. De consument gaf er naar schatting 75 miljoen aan uit.

De markt is in beweging, ook omdat de vergoedingen door het ziekenfonds zijn veranderd. De afgelopen jaren is de omzet van twee preparaten, Echinaforce en Nisyleen, afkomstig uit de kruidengeneeskundige en homeopathische apotheek en al decennialang op de Nederlandse markt zeer sterk gegroeid. Omzetstijgingen van tien tot twintig procent per jaar waren normaal. Gecontroleerd onderzoek naar effecten bij patienten is er niet, maar dat geldt voor bijna alle hoestdrankjes.

Verkoudheid is een ziekte die zonder arts en geneesmiddel bijna altijd vanzelf overgaat. Lowenberg haalt met genoegen een oude uitspraak aan: ' Een verkoudheid duurt normaal drie weken, maar na dokterbezoek 21 dagen.'