FNV bepleit verdere arbeidstijdverkorting

AMSTERDAM, 25 sept. De FNV wil bij de onderhandelingen over collectieve arbeidsovereenkomsten voor volgend jaar het accent leggen op het scheppen van meer werkgelegenheid. Om dit te bereiken willen de FNV-bonden - in tegenstelling tot vorig jaar - verdere arbeidstijdverkorting.

Daarnaast zullen de bonden zich sterk maken voor een loonstijging van 3 tot 3,5 procent, inclusief prijscompensatie. Dit zei FNV-voorzitter J. Stekelenburg gisteren na afloop van de federatieraad, waarin het CAO-beleid voor 1991 is vastgesteld.

In de CAO-nota van de FNV worden geen percentages genoemd, omdat de financiele ruimte voor verbetering van arbeidsvoorwaarden per branche verschilt. Maar Stekelenburg zei dat de CAO-onderhandelingen niet zouden mogen leiden tot een hogere gemiddelde loonstijging dan 4 procent. 'Anders komen we in de gevarenzone', meent hij. Het kabinet krijgt dan problemen met het behoud van de koppeling van uitkeringen en ambtenarensalarissen aan de loonontwikkeling in de marktsector. 'Daarom zijn centrale afspraken noodzakelijk', aldus Stekelenburg.

De FNV wil volgende week dinsdag in het zogenoemde Najaarsoverleg met werkgevers en kabinet proberen een deel van de loonruimte in te zetten voor centrale afspraken over nieuwe werkgelegenheid - voor met name etnische minderheden, (herintredende) vrouwen en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten. Maar de FNV-voorzitter toonde zich pessimistisch over de uitkomst. Hij zei niet te begrijpen dat 'de uitgestoken hand om de lonen te matigen' tot dusver door werkgevers en kabinet is genegeerd. Zonder afspraken op centraal niveau zullen de resultaten op het terrein van werkgelegeheid en arbeidsmarkt 'per saldo beduidend minder zijn', voorspelde hij.

In de nota Arbeidsvoorwaarden 1991, die unaniem door de achttien aangesloten bonden is aanvaard, wil de FNV een deel van de loonruimte (minimaal de helft van de productiviteitsstijging) inzetten voor extra arbeidsplaatsen. Dit betekent dat er naast de prijscompensatie enige ruimte overblijft voor een echte koopkrachtverbetering.

De FNV-voorzitter benadrukte dat herverdeling van werk juist in een periode van een afnemende economische groei belangrijker wordt. Tussen de aangesloten bonden bestaat verschil van mening over de weg waarlangs dit moet gebeuren, bijvoorbeeld via invoering van een vierdaagse werkweek of door uitbreiding van het aantal roostervrije dagen. 'Maar in 1993 moet voor iedereen een gemiddelde werkweek van 35 uur gerealiseerd of tenminste afgesproken zijn', zei Stekelenurg. In oktober wordt een nota over de 4-daagse werkweek gepresenteerd 'om de discussie weer los te trekken'. De VUT is volgens de FNV een effectief instrument om arbeidsplaatsen 'vrij' te maken. In alle bedrijfstakken streeft de FNV naar een VUT-leeftijd van 60 jaar. Daarnaast willen de FNV-bonden de mogelijkheid openen van een zogenoemde deeltijd-VUT met een lagere leeftijdsgrens. Daarbij kunnen werknemers zelf kiezen of ze geheel of gedeeltelijk in de VUT gaan, of blijven doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd.

In een eerste reactie wijst de werkgeversorganisatie VNO verdere herverdeling van werk van de hand. 'Verdere arbeidstijdverkorting is uit den boze', aldus de VNO-woordvoerder. Over de looneis van de FNV wil de VNO-woordvoerder zich niet uitlaten. 'Er bestaat voor ons geen aanvaardbare gemiddelde loonstijging. De situatie verschilt sterk per sector.'