Artsen zonder grenzen: concurrentie hoeft niet slecht tezijn; Kampen Jordanie vol hulpverleners

AMMAN, 25 sept. Zoals vrijwel alle internationale hulporganisaties die naar Jordanie snelden om de Jordaanse regering bij te staan in de opvang van vluchtelingen uit Koeweit en Irak, heeft ook Artsen zonder Grenzen de eerste weken een kantoortje ingericht in een hotelkamer in de hoofdstad Amman. Vanuit dat kleine zenuwcentrum met badkamer en minibar worden alle contacten onderhouden met de Jordaanse autoriteiten, met het team in het vluchtelingenkamp en met het hoofdkwartier in Amsterdam.

In de ontbijtzaal en de lift van het luxueuze Amra-hotel komen ze elkaar regelmatig tegen, de vertegenwoordigers van de verschillende Rode Kruis-organisaties, van Medecins du Monde, het Save the Children Fund, Pharmaciens sans Frontieres, SOS Kinderdorf, Artsen zonder Grenzen, de Internationale Organisatie voor Migratie (die de repatriering organiseert) en van nog vele andere hulpinstellingen. Herkenbaar zijn ze aan de speldjes, badges, stickers en T-shirts met het beeldmerk van hun club: rode of witte kruisjes, halve maantjes, duiven en palmtakjes.

Ze zijn geen onbekenden voor elkaar, maar contacten tussen de verschillende organisaties beperken zich tot het noodzakelijke minimum. Ieder heeft zijn eigen ideologie, zijn eigen geldschieters, zijn eigen aanpak en zijn eigen team in het veld. Men is, zo geeft een enkeling schoorvoetend toe, concurrent. 'Concurrentie hoeft niet slecht te zijn', zegt B. Meijer, logistiek medewerker van Artsen zonder Grenzen. 'Zo boort iedereen tenslotte zijn eigen financiele bronnen aan. Maar het moet natuurlijk niet te gek worden. Ik heb in het Middenamerikaanse staatje Belize gewerkt en daar waren op een bevolking van 200.000 mensen twintig internationale hulporganisaties.' Artsen zonder Grenzen, hier aanwezig met een groep van zo'n vijftien medewerkers uit verschillende Europese landen, is voor de concurrentiestrijd goed toegerust. In tal van conflict- en rampsituaties heeft men ervaring opgedaan zij het niet altijd even positieve ervaringen. Het jongste jaarverslag noemt als slechte voorbeelden de aardbeving in Armenie, waar een chaos ontstond 'mede als gevolg van de enorme toevloed van hulpverleners en hun goederen', en de vulkaanuitbarsting bij het Colombiaanse stadje Armero ('ook daar waren de hulpverleners over elkaar gestruikeld en werden tonnen zinloos materiaal ingevlogen'). In Jordanie was Artsen zonder Grenzen reeds een paar dagen nadat de Jordaanse regering de internationale gemeenschap om hulp had gevraagd bezig met het opzetten van een tentenkamp op een door Amman aangewezen plaats de woestijn in het niemandsland tussen de Jordaanse en Iraakse grens. Het zou in de eerste chaotische weken van de enorme vluchtelingenstroom een toonbeeld van orde en rust zijn vergeleken bij de erbarmelijke omstandigheden in andere vluchtelingenkampen.

De Aziaten worden in tenten ingedeeld per nationaliteit. Elke tent kiest een vertegenwoordiger en de vertegenwoordigers vormen samen commissies, die tweemaal daags vergaderen over allerlei huishoudelijke zaken die het kamp leefbaar moeten houden.

De medewerkers van Artsen zonder Grenzen niet alleen artsen maar ook verplegers, technici en logistieke medewerkers wandelen regelmatig door het kamp om te bemiddelen bij problemen, om boosdoeners in de kraag te grijpen die met hun vieze handen in de drinkwatertank zitten of om weer eens een praatje te maken bij die tent met leuke Filippijnse meisjes. Een kartonnen doos met het opschrift 'Brievenbus, postzegel niet nodig' hangt naast de bescheiden hospitaaltent en wordt elke dag geleegd, waarna de inhoud wordt overgebracht naar Amman om vandaar de wereld te worden ingestuurd.

De problemen in de tentenkampen in de hete, Jordaanse woestijn zijn niet zozeer van medische, als wel van organisatorische aard: hoe krijgt iedereen een tentdak boven zijn hoofd, waar halen we voldoende drinkwater en voedsel vandaan, hoe verloopt de distributie ordelijk en wie mag wanneer met de bus doorreizen naar Amman om vandaar huiswaarts te keren? In de hoofdstad kampen de Jordaanse autoriteiten met heel andere problemen. Met de beste bedoelingen hebben zich in korte tijd tientallen hulporganisaties aangediend met elk hun eigen bijdrage om de nood van de vluchtelingen te lenigen. De coordinatie van deze veelal ongerichte liefdadigheid blijkt zoals zo vaak in dergelijke noodsituaties op zich al een taak van enorme omvang. Als na de eerste weken nog geen lijn in de chaos is gebracht, veegt kroonprins Hassan de elkaar beconcurrerende internationale hulporganisaties, vooral die van de Verenigde Naties, in het openbaar fiks de mantel uit.

Goede coordinatie van noodhulp, een bekend probleem bij acute calamiteiten, is langzamerhand de inzet geworden van een ideologisch debat. Hulporganisaties als het Internationale Rode Kruis werken doorgaans nauw samen met de lokale Rode Kruis- (of Rode Halve Maan-) organisaties, en op die manier meestal ook met de plaatselijke autoriteiten. Artsen zonder Grenzen, beducht voor vertragende bureaucratische rompslomp, geeft er de voorkeur aan in noodsituaties zoveel mogelijk zelfstandig aan de slag te gaan.

In Nederland levert de Werkgroep Medische Ontwikkelingssamenwerking (Wemos) af en toe scherpe kritiek op de aanpak van Artsen zonder Grenzen. Na de aardbeving die in juni Iran trof, stuurde de organisatie een medisch hulpteam terwijl de Iraanse overheid had laten weten alleen geld en eventueel hupgoederen nodig te hebben omdat ze zelf over voldoende artsen beschikte. Volgens Wemos komt Artsen zonder Grenzen te snel tot de conclusie dat het nodig is dat ze uitrukt. De politieke en sociale achtergronden van veel rampen blijven daardoor onzichtbaar, terwijl aan de lokale hulporganisaties voorbij wordt gelopen. Medische noodhulp, zeker die uit het buitenland, is meestal overbodig, volgens Wemos. Artsen zonder Grenzen zou echter te zeer op publiciteit belust zijn om zich terughoudend op te stellen.

Als 'salondogmatiek' deed directeur J. de Milliano van Artsen zonder Grenzen de verwijten van Wemos na de Iraanse aardbeving van de hand. 'Hoe kun je zo naief zijn te stellen dat 'omdat de Iraanse minister van binnenlandse zaken dat zegt' geld de meest efficiente vorm van hulpverlening is?'.

In het jaarverslag over 1989 stelt hij: 'De oorzaken van conflicten en oorlogen, maar ook van de ernstige gevolgen van natuurrampen, liggen in sociale structuren, de kloof tussen arm en rijk. Maar dit kan voor een humanitaire organisatie als Artsen zonder Grenzen geen reden zijn om te wachten tot een structurele oplossing in zicht komt.' In Jordanie bleek de snelle reactie van de Artsen zonder Grenzen een zegen voor grote groepen vluchtelingen, die zo niet aangewezen waren op het onhygienische en overbevolkte kamp dat het Internationale Rode Kruis en de Jordaanse Rode Halve Maan na twee weken nog altijd niet op orde hadden.

Maar dat Artsen zonder Grenzen zich bewust is van het belang van publiciteit valt moeilijk te ontkennen. Om de contacten met de pers goed te laten verlopen is de communicatie- en pr-medewerker van de Franse zusterorganisatie naar Amman overgevlogen. En het hoofdkantoor in Amsterdam stelt de tijdelijke dependence in Amman per fax en telefoon voortdurend op de hoogte van de krantenartikelen en televisie- en radioprogramma's in het vaderland waarin de organisatie wordt genoemd. 'En hoe was Cor gisteren op NOS-laat?', wil men in Jordanie graag weten.

    • Juurd Eijsvoogel