Amsterdam verstrikt in jungle van drugshulp

De PvdA-gemeenteraadsfractie in Amsterdam wil junks die bij herhaling strafbare feiten plegen harder aanpakken (NRC Handelsblad 14 september). 'Mensen die slachtoffer zijn van de overlast moeten gaan merken dat de politiek er iets aan gaat doen', meent raadslid R. van Hoeve. Twee jaar geleden, bij de introductie van het 'straatjunkplan', was dat ook al het credo: harder aanpakken. Kennelijk is dat niet gelukt.

Aan de gespierde taal ligt het niet. Die maakt furore in het stadhuis. Vorig jaar heetten ze nog 'straatjunks', het jaar daarvoor 'extreem problematische druggebruikers' en vroeger gewoon 'verslaafden', maar nu spreekt men over 'criminele junks'. Het gebruik van harddrugs is echter zelf al crimineel. Een criminele junk is dus een dubbele crimineel. Zeker, dat vergt een harde aanpak.

Maar zolang de gemeente de drugshulp toevertrouwt aan tien elkaar beconcurrerende stichtingen, zolang het politiebureau Warmoesstraat dat toch het centrum van de hardere aanpak zou moeten zijn een wanorganisatie blijft, zolang justitie niet weet wat ze tegen al die kleine delicten (voor de meeste is geen voorlopige hechtenis toegestaan) moet ondernemen en niet weet waar ze kandidaten voor alternatieve straf kwijt kan en er ook geen regelingen voor het naleven van die straf zijn, zolang zal de taal van het stadhuis niet in daden worden omgezet. Als de gemeenteraad van Amsterdam harder optreden tegen de overlast verlangt, dan overtuigt de gemeente de slachtoffers van die overlast het beste van haar goede bedoelingen door de uitvoering te waarborgen.

Tien stichtingen

De Amsterdamse drugshulpverlening bestaat uit ten minste tien stichtingen. Ieder met een eigen directeur, een eigen bestuur, een eigen ideologie, een eigen administratie en een eigen lobby in de gemeenteraad.

Voor het veldwerk zijn verantwoordelijk Stichting Streetcorner (lobby PvdA) en Stichting de Regenboog (lobby CDA). Veldwerkers wijzen zwervende junks op de hulpverleningsmogelijkheden. De junks die de meeste overlast veroorzaken lopen al enkele jaren mee en weten onderhand wat er te halen is.

De GG en GD geeft medische hulp en verstrekt methadon. De verslaafden zijn blij dat ze gratis een bodem kunnen leggen voor verder gebruik; de GG en GD is blij dat hij ieder jaar met tabellen kan komen van aantal, leeftijd en herkomst van de verslaafden en de gemeente is blij dat ze wat aan het buitenland kan laten zien. De bedoeling van de methadonverstrekking was een begin te maken met hulpverlening, maar omdat de junks door de wijkposten niet worden doorverwezen, komt dat er niet van. Winst is dat de druggebruikers voor een deel van hun dagelijkse behoeften niet uit stelen hoeven.

De maatschappelijke hulpverlening komt voor rekening van de Stichting Drugshulpverlening Amsterdam (SDA), waarbij de Stichting Uitkeringenbeheer is ondergebracht. Twee stichtingen houden zich bezig met werkprojecten voor (ex-)verslaafden: Stichting Progein en Stichting Maatschappelijk Herstel Voorzieningen. Voor de klinische hulpverlening zorgt de Stichting Jellinekklinieken van het Jellinekcentrum. Bij dit centrum is ook de Stichting Consultatiebureau Alcohol en Drugs ondergebracht waar verslaafden terecht kunnen voor ambulante hulpverlening.

Voor Duitse drugsverslaafden bestaat de Stichting AMOC. En dan verleent de gemeente ten slotte nog subsidie aan de Stichting Maatschappelijke Dienst Harddrug Gebruikers, ook wel de junkie-vakbond genoemd.

De ervaren druggebruiker is overal wel een keer geweest en weet de stichtingen aardig tegen elkaar uit te spelen. Geen van deze stichtingen wordt door de gemeente op haar resultaten beoordeeld. Waarom niet?

Opgebrand

De enkele instelling die het heeft gewaagd de hulp in te roepen van een organisatie-adviesbureau, mocht een vernietigend rapport ontvangen. Een ziekteverzuim van twintig procent is geen uitzondering in de drugshulp vijftig procent komt ook voor. Volgens de vakliteratuur lijden veel drugshulpverleners aan het burned-out syndroom. Zij zien de zin van hun werk niet, raken overspannen en voelen zich opgebrand.

Dat is niet alleen maar aanstellerij. De drugshulpverlening is niet ingesteld op de problemen die zich voordoen. Het gaat allang niet meer om mensen die te veel hebben geexperimenteerd en die nu weer de weg terug moet worden gewezen. Op die leest zijn al die stichtingen geschoeid, daar is nooit iets aan veranderd. Maar de problemen zijn wel veranderd. De lastige druggebruikers van nu zijn of mensen die kampen met problemen van culturele integratie, of mensen die aan zware psychische stoornissen lijden. De drugshulp kan daar evenmin als andere instellingen iets aan doen.

Het valt de drugshulp te verwijten dat ze niet aan de bel trekt uit angst de subsidie te verliezen. Zo blijft iedereen doormodderen. Af en toe gebeurt er wel iets goeds, zoals de spuitenomruil. Daar wordt dan ook over de hele wereld reclame mee gemaakt.

Intussen doet iedere stichting haar eigen 'intake'. Sommige medewerkers zijn jaren bezig daarvoor een computerprogramma te ontwikkelen. Die programma's zijn niet uitwisselbaar en de gegevens worden ook niet uitgewisseld. Alle problematische druggebruikers hebben al tientallen 'intake-gesprekken' achter de rug. Ach, als je in ruil daarvoor een bed en wat eten krijgt... De betrokkenen ervaren het gebrek aan samenhang en resultaten ook als een probleem. De overlegstructuren planten zich snel voort: op diverse plaatsen in de stad scharen hulpverleners zich rond de tafel en praten in wisselende groepen over samenwerking. Sinds tweeeneenhalf jaar komen ook de directeuren van de drugshulpvoorzieningen regelmatig bij elkaar om te overleggen met gemeenteambtenaren. Iedereen zit daar met de beste bedoelingen, maar alle directeuren willen voor alles directeur blijven en de gemeente wil hen niet dwarszitten. Geen beter voorbeeld van een gordiaanse knoop dan de Amsterdamse drugshulpverlening.

Allegaartje

In de zomer was de Amerikaanse criminoloog prof. Becker in Amsterdam om onderzoek te doen naar het Nederlandse drugsbeleid. Hij zei onder de indruk te zijn van de flexibele houding in Nederland tegenover drugs. 'Er wordt hier nagedacht over het probleem, er wordt over gediscussieerd en als een bepaalde aanpak niet werkt, dan komt men met iets anders. Die open houding spreekt mij enorm aan.'

Zeker, er wordt nagedacht en gediscussieerd, maar de drugshulpverlening is zo'n allegaartje dat geen enkel idee het verder brengt dan de vergadertafel.

Overigens zei dezelfde Becker dat de Amerikaanse harde aanpak op een debacle uitloopt. 'De war on drugs is een oorlog die veel geld kost, het juridisch systeem uitput en niet het resultaat oplevert dat ervan wordt verwacht. Hoe meer druggebruikers als criminelen worden behandeld, hoe meer er naar de gevangenis moeten. En ze komen er telkens terug. Dat kost handen vol geld. Het is veel goedkoper en het heeft meer effect als je probeert de levensomstandigheden te verbeteren. Criminaliteit is een normaal verschijnsel. Helemaal uitroeien doe je het nooit. Je moet zoeken naar een redelijk evenwicht.' Dat evenwicht is zoek als Amsterdamse gemeenteraadsleden de burger moed in spreken door om de zoveel tijd te roepen dat er nu echt een hardere aanpak nodig is van lastige druggebruikers, terwijl de politieke moed ontbreekt om het mes te zetten in de wildgroei aan stichtingen op dit gebied. Als alle drugshulpverleners nu ophouden met vergaderen dan kunnen vanaf morgen alle lastige junks, het zijn er ongeveer 250, 24 uur per dag een individuele begeleiding krijgen.