Alternatieve behandeling kanker levert slecht resultaat

Vrouwen die na een operatieve verwijdering van een kankergezwel in de borst voor een verdere alternatieve behandeling kiezen krijgen drie keer zo vaak opnieuw borstkanker als vrouwen die verder voor conventionele geneeskunde kiezen. Ook zijn bij de alternatief behandelde vrouwen de overlevingskansen duidelijk minder. Dat komt naar voren nu de resultaten van een alternatieve behandeling door het 'Bristol Cancer Help Centre' vergeleken zijn met die van de behandeling door een aantal gewone ziekenhuizen, waaronder een gespecialiseerde kankerkliniek (The Lancet, 8 september). In het 'Bristol Cancer Help Centre' krijgen de patienten een alternatieve therapie die bestaat uit een 'ontgifting' van het lichaam en uit stimulatie van het afweerapparaat. Een stringent dieet van rauwe en half gekookte groenten met soya en linzen moet voor ontgifting zorgen. Hoge doses vitamine A en C moeten de afweervermogens tegen kanker stimuleren. Daarnaast probeert men de harmonische balans tussen lichaam en geest te herstellen met counselinggesprekken, ontspanning en meditatie. Het centrum wil door een 'holistische' benadering de kwaliteit van het bestaan verhogen en zo zorgen dat er een positieve instelling tegen de kanker ontwikkeld wordt.

Deze alternatieve behandeling lijkt dus slechtere resultaten op te leveren dan een conventionele medische behandeling. De onderzoekers achten het onwaarschijnlijk dat dit komt omdat de alternatief behandelde groep patienten ernstiger ziek was dan de controlegroep. Zij hebben er de uiterste zorg aan besteed om de twee patientengroepen zoveel mogelijk vergelijkbaar te maken. Ze opperen dat een of ander onderdeel van het Bristolse behandelingsregiem verantwoordelijk moet zijn voor de slechtere resultaten. Zo is het mogelijk dat het hanteren van een stringent dieet bij verzwakte patienten de afweer tegen kanker juist doet afnemen. De onderzoekers wijzen er overigens niet op dat de betere resultaten van een conventionele behandeling ook het gevolg kunnen zijn van die behandeling (bijvoorbeeld met chemotherapeutische middelen). Er is niet onderzocht waarom de patienten voor alternatieve therapie gekozen hebben. Een van de redenen zou kunnen zijn dat de conventionele therapie in deze gevallen gefaald heeft of te kort geschoten is. Ook een groot deel van de alternatieve patienten blijkt eerder bestraald of chemotherapeutisch behandeld te zijn. Misschien ook dat de patienten aanvoelden dat ze opnieuw kanker zouden krijgen en juist op dat moment voor alternatieve therapie kozen. De onderzoekers hebben geprobeerd die laatste mogelijkheid uit te sluiten door alleen gevallen mee te tellen die na drie maanden behandeling door het 'Bristol Cancer Help Centre' nog steeds geen recidief vertoonden. Tenslotte kan het zo zijn dat de mensen die voor een alternatieve therapie kiezen op de koop toenemen dat ze meer risico lopen om te sterven. Chemotherapie en radiotherapie vormen een zeer zware last voor een patient. Dezelfde onderzoekers bestuderen nu ook nog de 'kwaliteit van het bestaan' bij beide soort therapieen. (Bart Meijer van Putten)