Volmaakte concurrentie op de markt

Het bordje dat de evenaar markeert draagt de laconieke tekst: Breedte 0,00. Het wekt een vreemde sensatie van volbrenging, zo iets als de gezette Balboa moet hebben gevoeld toen hij, en niet 'stout Cortez' zoals John Keats dichtte, op een bergtop in Darien stond en de Stille Oceaan aanschouwde. Of wat Columbus moet hebben gevoeld toen hij een Caraibisch eiland ontdekte, het San Salvador noemde en meende dat hij India had bereikt. Of misschien wat Henry Stanley heeft gevoeld bij zijn veronderstelde 'ontdekking' van de oude Livingstone, die bij de waterval in Niassaland lag te zonnebaden. De arme Livingstone wilde niet ontdekt worden. Het was net zo'n historische vergissing als die van Keats en Columbus.

Maar de verbeelding is veel duurzamer dan het harde feit. En ze verleent gewicht aan wat slechts in de menselijke geest bestaat. Zoals bijvoorbeeld het jaar 2000: dat is niets anders dan een aanduiding op een kalender die ooit door een Romeinse keizer is ingesteld, maar iedereen verwacht wereldschokkende gebeurtenissen bij de aanvang van het nieuwe millennium. De 'nieuwe' ziekten, zoals AIDS en hepatitis B, worden geweten aan de verderfelijke invloed van de aftakelende twintigste eeuw: het gif van dood en ontbinding. Nieuwe profeten van het oude testament, die zich thans milieu-activisten noemen en (erger nog) vegetariers, slaan om zich heen als duizenden dolgeworden Johannes de Dopers, eten walgelijk gezondheidsvoedsel en wijzen mij met de vinger na omdat ik de voorkeur geef aan sardines uit blik en corned beef.

De evenaar is alleen maar een lijn op een kaart, getrokken door een cartograaf die meende dat de planeet er aardig uit zou zien met een ceintuur om zijn uitpuilende middel. Maar de mensen die hier in de hoge bergen wonen, beschouwen de evenaar als hun prive-eigendom en hebben hun land ernaar genoemd: Ecuador. Ze beweren zelfs dat hij hun volk equidad (billijkheid) en en equanimidad (gelijkmoedigheid) schenkt. Het vreemde is dat het nog wel eens waar zou kunnen zijn. Hoe druk het op de markten van Quito ook is, er is weinig gedrang en geduw, en het geluidsniveau is laag. Een merkwaardig verschijnsel voor iemand als ik, gewend aan het rumoer van New York City, Bombay en Hong Kong.

In een drukke straat in het centrum van Quito bleef een vrouw die voor me liep opeens staan om iets op te rapen dat ze had laten vallen. Ik botste tegen haar aan, en een andere vrouw botste tegen mij aan. Ik stapte opzij om plaats te maken en ontdekte dat mijn achterzak was opengesneden, maar mijn portefeuille had ik nog. De zakkenrolster lachte legen me als wilde ze zeggen: 'Pech gehad, volgende keer beter'.

Ik grijnsde terug en we gingen gelijkmoedig ons weegs. Verder noordwaarts houden de Otavallo-'Indianen' hun openluchtmarkt waar ze hun kustnijverheidsprodukten verkopen: zachte wollen truien met schitterende motieven, poncho's, omslagdoeken, sjaals, dekens en spreien. Een paar honderd kramen die hun waar allemaal voor exact dezelfde prijs verkopen. Afdingen is er niet bij. De volmaakte concurrentie de ideale markt zoals beschreven door een oudere generatie economen. Een trui die de Scandinaviers voor 100 dollar verkopen is hier voor tien dollar geprijsd. De Otalvallo's zijn zeer trots op hun zakelijke integriteit en ook op hun persoonlijke hygiene. Ik heb nog nooit mensen in zulke smetteloze kleren gezien. Hun broeken zijn hagelwit en hun blauwe jassen zorgvuldig geperst. Ik zag een vrouw haar nagels schoonmaken met een splintertje hout, veel aandachtiger dan de manicure in het St. Regis Hotel in New York haar vak uitoefent.

Deze Ecuadorianen zijn werkelijk vreedzaam, heel anders dan hun zuiderburen in Peru, die doorlopend te kampen hebben met guerrillastrijders die de ongerijmde naam Lichtend Pad dragen, of dan de Medellinos meer naar het noordwesten in Colombia, die verwikkeld zijn geraakt in het wapengeweld van de drugshandel. In Ecuador gaat men meer bewust om met de inlandse waarden en denkwijzen dan in Chili, Mexico of op de Engelssprekende Caribische eilanden. De elite is o zo Madrid-georienteerd, net als op de Filippijnen of in welke andere rooms-katholieke vroegere Spaanse kolonie ook, maar de Ecuadoriaanse bodem lijkt zijn bewoners met ferme maar zachte hand bij hun oorspronkelijke cultuur te houden, zonder ze te wurgen met roestige ketenen. Ik hoorde een Indiaanse genezer hoog opgeven over het het ethos van zijn stam. 'Wij vinden, ' zei hij, 'dat wie niet met een behoeftige medemens deelt wat hij heeft verbouwd of gemaakt, gelijk staat met een dief.'

Het IMF had hem eens moeten horen!De hele dag blijf ik me ervan bewust dat deze mensen al honderdvijftig jaar lang vrij zijn van koloniaal bewind zij het niet van koloniale beinvloeding veel langer dus dan wij op het Indiase subcontinent. De spoken van generaal Sucre die de Spanjaarden met succes beoorloogde en de bevrijder Simon Bolivar, waren nog voortdurend in de harten en de gesprekken van de mensen rond.

Het indrukwekkendste historische monument in Quito is niet door mensenhanden gemaakt. Op de top van de bergketen die de stad omgordt bevindt zich een rotsformatie in de gedaante van een mannenhoofd en -hals, inclusief en profil een prominente adamsappel. Iedereen praat erover als 'de liggende generaal Sucre'. Waar je ook heengaat binnen een straal van honderdvijftig kilometer van Quito, altijd ligt daar generaal Sucre op de bergkam, welluidend overschaduwd door de Chimbarazo, Cotapaxi en Pinchincha, de hemel in te staren als om de zegen van de goden af te smeken over de afstammelingen van de Quito-Indianen die Ecuador bewonen. Zijn beden schijnen gehoor te vinden.

    • Medewerker van Nrc Handelsblad
    • Is Freelance Journalist te New York
    • Afkomstig uit Sri Lanka