Ryzjkov heeft schijn tegen zich

Wie is er niet voor de markteconomie? Alleen het woord al werkt bevrijdend. Het verlost de spreker van de zonden van zijn socialistische verleden en biedt het aureool van de toekomst. In het parlement van de Sovjet-Unie heerst dezer weken dan ook ideologische consensus. Over de richting waarin de Opperste Sovjet het land moet leiden, bestaat amper meningsverschil. Bijna iedereen is voor de 'overgang naar een markteconomie'. Zelfs het bijvoegelijk naamwoord 'gereguleerd' valt tegenwoordig nog zelden.

Alleen over de manier waarop en het tempo waarin die weg moet worden ingeslagen, wordt nog enige strijd geleverd. Ook al wekt het politieke debat daarover toch vooral de indruk een afrekening te moeten zijn met personen en minder met ideeen. Zo heeft president Michail Gorbatsjov van de Sovjet-Unie zijn economisch adviseur Abel Aganbegjan ingeschakeld om een compromis uit te werken. Dat lijkt in bijna alle opzichten op het 'vijfhonderd dagenplan', behalve dan dat het minder ver gaat in zijn decentralisatie van bevoegdheden naar de deel-republieken en derhalve meer macht reserveert voor de centrale unie en dus ook voor haar president, die het toch al zo moeilijk heeft met de rijzende ster van 'president' Boris Jeltsin van Rusland.

Minister-president Nikolaj Ryzjkov en zijn vice-premier Leonid Abalkin dreigen in dat gevecht nu het onderspit te delven. Zij verdedigen namelijk een visie die tegenwoordig meer en meer als belachelijk wordt ervaren. Zij staan op het standpunt dat behoedzaamheid geboden is. En daar heeft de overgrote meerderheid van de Opperste Sovjet geen geduld voor, zeker niet nu het Russische parlement heeft besloten 1 oktober aanstaande gewoon te beginnen met zijn eigen radicale economische hervormingsbeleid en gisteren, heel terloops, ook nog even een motie aannam waarin het aftreden van de regering-Ryzjkov werd geeist.

Kardinaal probleem

Maar in feite gaat het debat over een ander kardinaal probleem in de politieke en bestuurlijke cultuur van de Sovjet-Unie: over de relatie tussen wenselijke breukpunten en historische continuiteiten, kortom, over de vraag of een 73 jaar oud bestel in nog geen anderhalf jaar op zijn kop kan worden gezet.

Het plan dat een groep economen rondom de presidentiele adviseur Stanislav Sjatalin in opdracht van Gorbatsjov en Jeltsin heeft opgesteld, heeft de charme van zijn logica en, in Sovjet-verhoudingen, dus ook van zijn radicaliteit. In 'vijfhonderd dagen' moet de ommezwaai zijn beslag krijgen. De eerste honderd, die volgend jaar januari voorbij moeten zijn, dienen volgens dat programma te worden gebruikt om een begin te maken met de privatisering van het staatseigendom, zowel in de industriele als agrarische sector. Tegelijkertijd moet het financieringstekort, dat nu tussen de 120 en 130 miljard roebel zou bedragen, te worden teruggedrongen tot maar liefst vijf miljard roebel. Een reeel equivalent in guldens is niet te geven. Officieel is de roebel in ieder geval 3,30 gulden waard.

De Sjatalin-groep hoopt dat formidabele bedrag bijeen te kunnen sprokkelen door alle infrastructurele investeringen boven een half miljard roebel voor een jaar af te blazen, de ontwikkelingshulp aan landen als Cuba en Ethiopie met 75 procent in te krimpen, te snoeien op de defensiebegroting (tien procent) en het KGB-budget (twintig procent) en per 1 januari alle subsidies aan slecht renderende bedrijven en kolchozen te staken. Op deze manier denken de economen de bankbiljetten-pers een halt te kunnen toeroepen. Tot nu toe verschafte de overheid zich zo altijd haar geld en dat leidde, door het formele en stringente prijsbeleid, tot inflatie op de markt en bijna totale schaarste in de staatswinkels. Om de sociale gevolgens op te vangen, moet de regering de prijzen van 100 tot 150 eerste levensbehoeften in deze periode zien te bevriezen.

In de daarop volgende honderdvijftig dagen is de voltooiing van de grootscheepse privatisering aan de orde. De resterende kolchozen en sovchozen kunnen dan verder aan de boeren worden verkocht en de bedrijven, restaurants en winkels aan degenen die ze willen hebben. In deze tweede periode zouden de prijzen langzaam maar zeker mogen worden losgelaten, met uitzondering van die van onder andere olie, gas, staal, brood, meel, melk, suiker, medicijnen en schoolboeken. Ook in de derde fase dienen de prijzen van deze goederen bevroren te blijven. Het motief daarvoor is dat het tussen de 250ste en 400ste dag het zwaarst zal worden. Het zal, aldus de werkgroep-Sjatalin, de tijd worden van bedrijfssluitingen, massale werkloosheid en looneisen om de prijsverhogingen te compenseren. Maar in de laatste honderd dagen zal het herstel van de Sovjet-economie dan toch zichtbaar worden, zo voorspellen de hervormers.

Wetgeving

De Russische federatie van Jeltsin heeft dit programma de afgelopen weken enthousiast omgezet in concrete wetgeving. Wezenlijke details daarin zijn onder meer: het toelaten van buitenlandse investeerders die binnen Rusland vrijelijk met hun roebels mogen doen wat ze willen en het opheffen van de monopoliepositie van de ministeries die zich tot nu toe bezig hielden met handel en transport, met de spoorwegen, de mijnbouw en de staatsbanken. De privatisering van het bankwezen is belangrijk omdat zo een rationele maar ook harde kredietmoraal zal worden geintroduceerd in de economie. Geheel conform de strucuur van de Westerse welvaartsstaat zal er uiteraard ook een belastingsysteem worden geintroduceerd, van een progressieve loon- en inkomensbelasting tot BTW. Het programma van Jeltsin en diens regering-Silajev biedt niet alle dagen feest. Grigori Javlinksi, een van de economen die de Russische variant van het Sjatalin-plan heeft uitgewerkt en een van de vice-premiers van Rusland, erkent het. 'Het proces zal buitengewoon gecompliceerd en pijnlijk worden. Maar we hebben geen alternatief, omdat we een catastrofale erfenis hebben.' Er is in theoretisch opzicht waarschijnlijk weinig tegen in te brengen. De methode die Ryzjkov en Abalkin nu tevergeefs in de Opperste Sovjet aanprijzen, gaat in ieder geval veel minder ver. Ze willen de prijzen van overheidswege nu al verhogen, in de hoop zo de sokken vol roebels die nu onder de matrassen van de burgers liggen te kunnen afromen. Dit voornemen leidde dit voorjaar tot een run op de winkels en, in politieke zin, tot de vervreemding tussen regering en parlement die zich nu wreekt. Belangrijker nog is dat de premier en zijn plaatsvervanger het staatsapparaat greep willen laten houden op de economie. Kortom, hun plan laadt de verdenking op zich dat het de Sovjet-Unie hooguit van de regen in de drup zal helpen.

Gereguleerd

Maar er is meer. Ryzjkov zelf zegt sociale en politieke motieven te hebben. Hij is geporteerd voor een strikt 'gereguleerde overgang' om de onvermijdelijke sociale chaos binnen de perken te houden. Volgens hem leiden de plannen van Sjatalin en Aganbegjan tot hollende inflatie, de formele prijsbeheersing ten spijt. En ik weet waarover ik het heb, aldus de premier. 'Als ik niet zoveel informatie had gehad over de situatie in het land, had ik ook in het plan van Sjatalin geloofd'. Het rare is dat Ryzjkov met deze bezwaren niet serieus wordt genomen. Hij heeft natuurlijk ook de schijn tegen. Als premier staat hij immers voor de tot nu toe onwankelbare staatsbureaucratie die bang is voor haar eigen hachie en als oud-directeur van de staalgigant Oeralmasj tevens voor het militair-industrieelcomplex in de Oeral dat zich tot nog toe het hart van de Sovjet-economie mocht wanen, maar bij uitvoering van het nu omarmde programma fikse veren moet laten.

Desondanks zou die schijn wel eens behoorlijk echt kunnen blijken. Want met het aannemen van een hervormingsplan zijn de ongeveer zeventig(!) ministeries in Moskou nog niet ontmanteld, laat staan de bureaucraten die er werken. En als het militaire apparaat straks zijn tanden laat zien, al was het maar bij wijze van protest, is het hek helemaal van de dam. Om nog maar te zwijgen van de mogelijke reacties van de burgerij. Het idee van Gorbatsjov om een referendum te houden is bedoeld om de burgers bij de consequenties van het nieuwe beleid te betrekken en zichzelf op voorhand enigszins te vrijwaren. Via de prijsbeheersing a la Sjatalin moet de bevolking bovendien worden verzoend met de contra-indicaties van de 'schock-therapie'. Maar werkt het zo wel? De markt is nu ten dele zwart, maar ook als die wit wordt, is de wet van vraag en aanbod nog steeds van kracht en zal schaarste in de winkels elders tot woeker leiden. Zeker als de regering van Rusland er conform de vorige week aangenomen wetten inderdaad toe overgaat de valutawinkels te sluiten.

Vrije boeren

In de eerste drie fasen van het overgangsprogramma zou de toch al hoge druk bovendien nog wel eens kunnen worden opgevoerd door de nieuwe vrije boeren, die boven alles willen afrekenen met welke vorm van collectivisatie dan ook. Het verkopen van land aan hen is mooi, maar hoeft daarom nog niet meteen een oplossing te zijn. Temeer daar het agrarische vraagstuk in Rusland, met zijn eeuwenlange traditie van horigheid en enigszins paternalistische en mislukte hervormingsexperimenten uit de vorige eeuw, niet alleen een erfenis is van het stalinisme en zijn 'gedwongen collectivisatie' maar ten dele ouder is dan welk bolsjewisme dan ook.

De radicale politiek die nu zo enthousiast wordt geetaleerd, gaat er desondanks van uit dat het wel degelijk mogelijk is en blijft om de prijzen in te toom te houden en daarmee ook het sociale klimaat. In een anarchistisch land als de Sovjet-Unie (en daar heeft het toch veel van weg) lijkt de staat die macht echter met de dag meer te moeten ontberen.

Welke andere sancties buiten hard roepen, heeft de overheid dan nog tot haar beschikking in een samenleving waarin de oude cultuur van 'alles is verboden behalve wat is toegestaan' nogal abrupt en over de volle breedte in het omgekeerde is komen te verkeren? De consensus die zich nu op het politieke vlak aftekent, zou dan wel eens heel broos kunnen blijken. Al was het maar omdat er nu erg weinig politici zijn die zeggen waar het echt op staat.

    • Hubert Smeets