Residentie Orkest voor belangrijke periode

DEN HAAG, 24 sept. Chefdirigent Hans Vonk heeft een nieuwe stek gevonden bij het Orkest van de Westdeutsche Rundfunk in Keulen, waar hij waarschijnlijk al volgend jaar zal beginnen; voor artistiek directeur Theo Muller startte vrijdagavond het eerste, volledig door hem samengestelde seizoen; Bert van den Akker, voormalig directeur van het conservatorium in Zwolle, is sinds 1 september in functie als algemeen directeur; en het podium van de Anton Philipszaal is aangepast aan de wensen van orkestleden en dirigent. Wat kan er nog mis gaan bij het Residentie Orkest? Zo op het oog is alles rustig, maar soms bedriegt de schijn. Want wie zal bijvoorbeeld Hans Vonk over twee jaar opvolgen in de muziekwereld is dat op korte termijn? En hoe zal de relatie zijn tussen de nieuwe chefdirigent en de artistiek directeur? Die vraag is van groot belang is, omdat de dirigent mede verantwoordelijk is voor het artistiek beleid.

Nadat het Residentie Orkest vele jaren speelde en repeteerde in wisselende zalen met als enige overeenkomst een beroerde akoestiek, was men in 1987 zo blij met de eigen zaal, dat men de al spoedig opgemerkte nadelen aanvankelijk voor lief nam. Een van de zwakke plekken van de zaal was het podium. Door de breedte en de rechthoekige vorm konden de musici elkaar slecht horen, wat het samenspel niet ten goede kwam. Bij de opening van het seizoen is een nieuw podium in gebruik genomen, waarbij de musici in een halve cirkel om de dirigent zitten. Het is inschuifbaar en als een hovercraft met behulp van luchtdruk eenvoudig te verplaatsen, zodat het kan worden aangepast aan de orkestbezetting.

De kwestie van het podium is echter niet de enige. In een bijeenkomst ter gelegenheid van de opening van het seizoen noemde directeur Van den Akker vrijdag als doelstellingen voor de komende jaren de bouw van een ondergrondse zaal voor concerten in kleine bezetting en een theatercafe dat tevens dienst kan doen als foyer, kosten ongeveer 4,5 miljoen gulden. Met zo'n extra ruimte zou de Anton Philipszaal, volgens Van den Akker, kunnen uitgroeien tot het muzikale centrum van Den Haag. Daarbij is het wenselijk dat de gemeente financiele steun geeft aan concerten door anderen dan het Residentie Orkest, om te voorkomen dat het risico te veel drukt op het budget van het orkest, dat eigenaar is van de zaal.

Artistiek heeft het orkest de zaken inmiddels goed geregeld. Theo Muller maakte een seizoensprogramma waarin, geheel in de traditie van het Residentie Orkest, weinig gespeeld repertoire een stevig aandeel heeft. De seizoensopening was daarvan een voorbeeld. Twee van de werken die op het programma stonden, Soir de fete van Chausson en Les Djinns van Franck, hoor je zelden in de concertzaal. Het orkest moet nog even wennen aan het nieuwe podium, aan het samenspel valt nog wel wat te verbeteren. Maar als dat voor elkaar is, is het Residentie Orkest een gezelschap om goed in de gaten te houden.

    • Paul Luttikhuis