Prijs voor commercials typeert Nederlands filmklimaat

UTRECHT, 24 sept. Toen de Russische regisseur Aleksej German de uitnodiging aanvaardde om tijdens de Nederlandse Filmdagen de Cinema Militans-lezing te houden, werd hij het slachtoffer van een tolk die nog nooit van het gelijknamige artikel van Menno ter Braak gehoord had en hem wijs maakte dat het een lezing moest worden over oorlogsfilms. Gisteren gebruikte German in de Utrechtse Pieterskerk dit misverstand als alibi om een ruim twee uur durend verhaal te houden vol briljante gedachten en invallen, maar zonder een hecht doortimmerde structuur. Onder veel meer behandelde German de problematiek van waarheid en leugen in film, merkte op dat vrijheid en kunst niets met elkaar te maken hebben, dat talent zo zeldzaam is als een regenboog en dat poezie gedijt op vuilnis. Ook gaf German gedetailleerde beoordelingen van de belangrijkste films die dit jaar in Cannes te zien waren, tijdens welk festival hij deel uitmaakte van de jury. De aardigste typering betreft David Lynch's Wild at Heart. Een Russische anekdote vertelt hoe iemand in een meer dat volgens alle deskundigen geen vis meer bevatte, toch een snoek ving. De verklaring van de experts was dat de visser niet op de juiste manier gehengeld had. Volgens German vist Lynch verkeerd, maar hij vangt wel de snoek.

Tijdens de Filmdagen werd zaterdagavond de Cannon Award voor de beste eindexamenproduktie van de Filmacademie uitgereikt aan Joram Lursen voor De finales, een film over het vriendje van Marco van Basten dat beter voetbalde dan de latere vedette, die deze zomer al werd uitgezonden door de NOS. Het ingenieuze scenario van De finales werd geschreven door een derdejaarsstudent, Frank Ketelaar, van wie de Filmdagen ook een eigen film vertonen, Groeten uit Grasdijk. Ketelaar vertelt daarin een anekdote over een wethouder van kunstzaken in een klein stadje, die zich beet laat nemen door een beeldend kunstenaar. Deze laat zijn in opdracht van het gemeentebestuur vervaardigde sculptuur vlak voor de onthulling in scherven vallen en vervangt het dan door een waslijn met een gele sok. Het vaardig gemaakte filmpje heeft weinig om het lijf en datzelfde probleem lijkt op het ogenblik veel Nederlandse filmers te treffen.

Het huidige subsidiebeleid van met name het Filmfonds bevordert hardnekkig debutanten, zodat veel regisseurs nooit meer aan een tweede of derde film toekomen. Het gevolg is dat de nog steeds groeiende kwaliteiten van cameralieden, geluidsmensen en art directors geen gelijke tred houden met de mogelijkheden van regisseurs om ervaring op te doen. Daardoor ontstaan vaak films die er fantastisch uitzien, maar weinig te zeggen hebben.

In dit klimaat was het logisch dat de Nederlandse Filmdagen besloten voor het eerst een Gouden Kalf toe te kennen in de categorie commercials. Misschien typeert de kunst om in twintig seconden voor een vrijwel ongelimiteerd budget een ambachtelijk hoogstandje tot een goed einde te brengen met een boodschap die de maker verder een zorg zal zijn, wel het beste de stand van zaken in de Nederlandse film.

Over de wereld van de reclame maakte Bernie IJdis een onthullende, amusante en door begrijpelijke problemen bij de totstandkoming niet altijd even heldere documentaire, De pitch. Die titel duidt op de competitie tussen verschillende reclamebureaus om een belangrijke client binnen te halen, in de dit geval de campagne voor het biermerk Amstel van de Heineken-brouwerij. IJdis kreeg van twee bureaus toestemming om te filmen tijdens de Heineken-pitch, zeer tegen de zin van de brouwerij overigens. Het beeld van de reclamebusiness dat er uit naar voren komt is niet zo flatteus. De camera legt genadeloos de protserige interieurs vast, de gemaakte vlotheid van de medewerkers en bevestigt alle vooroordelen over de grenzeloze honoraria die er te verdienen zijn. Als rode draad lopen door de film de brommerkoeriers, die de hele dag met art work heen en weer pendelen tussen de bureaus en hun opdrachtgevers, als gehelmde tegenhangers uit de onderwereld van de vederlichte hemelbewoners. Als zijn bureau de pitch om Amstel aan de man te brengen verloren heeft, loopt een van degenen die dag en nacht aan een proefcampagne gewerkt heeft nonchalant de gang in en zegt: 'Ach, het blijft een burgerlijk biertje'.

    • Hans Beerekamp