NS: hoger tarief remt groei aantal reizigers

DEN HAAG, 24 sept. De NS-directie verwacht dat de voor 1991 aangekondigde verhogingen van de treintarieven tot een afremming van de groei in het reizigersvervoer zullen leiden. Wel zullen de met 2,5 tot 10 procent te verhogen tarieven, die nog door de Tweede Kamer moeten worden goedgekeurd, tot gevolg hebben dat de opbrengsten van het treinvervoer reeel met ongeveer een half procent stijgen. Dat zegt de directie van de Nederlandse Spoorwegen over het tariefsakkoord dat vorige week met minister minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) is bereikt. In tegenstelling tot vorige jaren wordt een groot deel van de tariefsverhogingen niet per 1 april 1991 doorgevoerd, maar op verzoek van de minister al per 1 januari aanstaande. De minister wil dat op die manier alle openbaar vervoerstarieven op dezelfde datum worden bijgesteld. Voor de NS, die ervan uitgaan dat de tarieven met minimaal de stijging van de kosten van levensonderhoud omhoog gaan en dat die 2,5 procent bedraagt, heeft dit tot consequentie dat per 1 januari alle enkele en retourreizen met iets meer dat 2,5 pct worden verhoogd. De tarieven van weekabonnementen worden dan met gemiddeld 6,5 pct verhoogd, die van maandabonnementen met 3,1 procent. De prijzen van de Meer Manskaart, de Jongerenkaart en de 60+-kaart blijven gelijk en die van de Rail-Aktiefkaart (voor reizen buiten de spitsuren) wordt per 1 april verlaagd. Veel reizigers in de doelgroep van de Railaktiefkaart zitten volgens de NS in de leeftijd van 26 tot 59 jaar en zijn eigenlijk autoreizigers. Met het bijzondere tarief proberen de Spoorwegen deze mensen uit de auto te krijgen. De NS en de minister beperken de tariefsverhogingen niet tot de stijging van de kosten van levensonderhoud. Zo worden de jaartrajectkaart, de NS/OV-jaarkaart en de NS-kortingskaart volgend jaar april met gemiddeld 7, 7,6 en 10 procent verhoogd.