Nieuwe vondst van terracotta krijgers in China

PEKING, 24 sept. China is wellicht het enige land ter wereld waar de Monumentenwet bepaalt, dat archeologische opgravingen voorrang hebben boven de aanleg van civiel-technische werken. Dankzij deze wet zijn archeologen de afgelopen maanden, op het moment dat de aanleg van een nieuw vliegveld met toegangsweg begon, op een complex van keizerlijke grafkelders gestoten dat de in 1974 ontdekte 'eeuwige wacht' van 8.000 terracotta krijgers en paarden voor China's eerste keizer Qin Shi Huangdi in omvang zal overtreffen.

De 24 kelders maken deel uit van de graftombes van Han Jingdi (188-141 v. Chr.), de vierde keizer van de Han-dynastie en zijn gemalin en bevatten naar schatting tienduizenden sculpturen, allen zwaar beschadigd. De in maart begonnen opgravingen zijn nog in volle gang en het zal wellicht jaren duren voordat een volledig beeld van de nieuwe vondsten bestaat. De Chinese media hebben er inmiddels enige malen uitvoerig aandacht aan besteed, maar buitenlandse journalisten mogen het opgravingsgebied vooralsnog niet bezoeken.

De nieuwe ontdekking is een indirect gevolg van die uit 1974. Toen stieten boeren bij het slaan van een bron ten westen van Xi'an toevallig op het hoofd van een terracotta-beeld dat een van de 8.000 krijgers van de 'eeuwige wacht' bij het graf van China's eerste keizer Qin Shi Huangdi bleek te zijn. De in 1979 voor het publiek geopende gerestaureerde grafkelder is door archeologen geroemd als het 'achtste wereldwonder' en is een van China's meest favoriete reisbestemmingen. In 1988 bezochten 360.000 buitenlandse toeristen het onderaardse terracotta-leger bij Xi'an; beduidend minder dan het aanbod, omdat het minuscule vliegveldje van deze miljoenen-stad niet meer kon verwerken. De bouw van een nieuw internationaal vliegveld bij Xianyang, 22 km ten noordwesten van Xi'an, is begin dit jaar begonnen en de eerste fase moet eind van het jaar klaar zijn. De recente ontdekkingen zijn gedaan op het trace van de weg van het nieuwe vliegveld naar de stad Xi'an door het dal van de Wei-rivier. In dit dal lagen 2.300 en 1.200 jaar geleden vlakbij het huidige Xi'an China's eerste rijkshoofdstad Xianyang in de tijd van de kortstondige Qin-dynastie (221-207 v. Chr.) en het veel glorieuzere Changan, hoofdstad tijdens China's twee Gouden Eeuwen, de Han Dynastie (206v. Chr. -220 n.

Chr.) en de Tang-dynastie (618-907). Behalve de in 1974 ontdekte tombe van Qin Shi Huangdi liggen er grafheuvels met bijbehorende kelders voor de bewaking van de graven van negen Han- en twaalf Tang-keizers in het dal. Het Volksdagblad verhaalde onlangs hoe de hoofdingenieur van de wegenbouwmaatschappij van de provincie Shaanxi, Lin Jicun, voorjaar 1989 de directeur van het provinciaal archeologisch bureau Wu Farong een wegenplan toonde en hem verzocht voor het begin van de aanleg een archeologische expeditie te organiseren. Wu juichtte daarop: 'Voordat de vliegtuigen opstijgen, gaan wij onderaards'. Wu installeerde zich op 6 maart van dit jaar met zijn team in Xianyang en de afgelopen maanden verrichtten de archeologen en hun boormeesters 367.000 boringen langs het wegtrace. Op 19 mei werd de eerste kelder geopend, die echter leeggeplunderd bleek te zijn. In de volgende drie kelders, die in lengte varieerden van 27 tot 291 meter, werden 500 terracotta-beeldjes van naakte mannen en 300 andere voorwerpen, waaronder bogen, speren, zwaarden, hellebaarden en munten, gevonden. De terracotta mannen met zeer gevarieerde gelaatstrekken en geslachtsorganen hebben geen armen en zijn slechts 60 cm groot. De krijgers in de in 1974 blootgelegde Qin-tombe zijn daarentegen 1.80 groot, hebben armen en dragen wapenrokken. Archeoloog Wang Xueli heeft daaruit al geconcludeerd dat de figuren zijden gewaden droegen die verweerd zijn en hetzij houten armen hadden, die gerot zijn of koperen armen, die gestolen zijn. In juli kwam vast te staan dat er 24 kelders zijn met een totale lengte van 2.600 m en een oppervlakte van 10.000 m. De kelders zijn vier meter breed en zeven meter diep en liggen 20 meter van elkaar. Het hele complex is vijf maal zo groot als de tombe van Qin.

Keizer Qin Shihuangdi werd zo geobsedeerd door zijn zucht naar onsterfelijkheid dat hij 700.000 dwangarbeiders en corvee-plichtigen 36 jaar aan zijn onderaards grafpaleis liet werken en dat met de meest kostbare schatten liet vullen. Zijn tirannie was echter zo wreed geweest dat vier jaar na zijn dood al een opstand onder generaal Xiang Yu uitbrak. De beroemde historicus Si-Ma Qian legde vast dat Xiang Yu alle grandioze monumenten van Qin liet plunderen en platbranden, inclusief de tombe en de kelder met de keizerlijke garde. Zo moest de herinnering aan Qin voor eens en voor altijd uitgewist worden.

Xiang Yu plaatste een van zijn volgelingen op de troon als eerste Han-keizer en het 'Boek der Historische Gedenkschriften' meldt dat de nieuwe dynastie aanbeval om alleen stenen en geen goud en zilver mee in het graf te nemen. De Han-keizers schaften ook alle 'wrede wetten van de Qin' af en introduceerden het beleid van 'in vrede leven met het volk'. Dit beleid duurde bijna vier eeuwen en leidde tot een grote bloei van economie, cultuur en wetenschap. De meeste Han-keizers waren in tegenstelling tot Qin ook geliefd, maar dit kon niet voorkomen dat ook hun tombes en grafkelders vernield en geplunderd werden. Door wie en wanneer? Dit is voor historici en archeologen wellicht de interessantste vraag die door de nieuwe vondsten is opgeroepen. Boeren in de omgeving zijn wat wereldser. Het Volksdagblad meldde dat zij zich nu al verheugen op de nieuwe stroom welgestelde buitenlanders die in de niet al te verre toekomst de nieuw ontdekkingen zullen komen bezoeken.

    • Willem van Kemenade