Lustrumviering van internationale Biggles vereniging; De geurvan leer en motorolie

Was Biggles nog maar beschikbaar. Die zou, met zijn makkers, die Arabische wildemannen in hun lange jurken wel op hun plaats hebben gezet om de olievoorraden voor Engeland en ook voor bevriende naties veilig te stellen.

Helaas, in de met elektronische foefjes uitgeruste moderne vliegtuigen is geen plaats meer voor aansprekende personen. De laatste luchthelden waren de astronauten, daarna hebben de machines de show overgenomen.

Toch waren het niet alleen nostalgie en jeugdsentiment die zaterdag ruim honderdvijftig mensen naar Het Tolhuis in Amsterdam trokken voor de lustrumviering van de International Biggles Assocation. De vereniging nu tegen de vijfhonderd betalende leden groeit, met veel jongeren. De documentalist van de IBA bijvoorbeeld is geboren ruimschoots nadat W. E. Johns, de schepper van flying officer James Bigglesworth, D. S. O., D. F. C, in 1968 op 75-jarige leeftijd de laatste adem uitblies.

De schrijver William Earl Johns, geboren in 1893 in Hertfordshire, Engeland, diende in de Eerste Wereldoorlog bij The Kings Own Regiment Norfolk Yeomanry. In 1917 werd hij ingedeeld bij het 55ste squadron van het Royal Flying Corps, een voorloper van de Royal Air Force. Tijdens een operationele vlucht werd Johns in 1918 bij Mannheim neergeschoten door de beruchte Duitse piloot Ernst Udet. Hij raakte gewond, werd gevangengenomen, ontsnapte voor korte duur en werd daarna ter dood veroordeeld. Het einde van de oorlog redde zijn leven.

Terug in Engeland werkte Johns als luchtvaartillustrator en redacteur van het blad Populair Flying. In dit blad werden begin jaren dertig de eerste Biggles-verhalen gepubliceerd: avontuur, kameraadschap en de geur van leer en motorolie. Het jeugdtijdschrift Modern Boy wilde in 1932 de verhalen wel opnemen, maar dan moesten de vloeken, de drank en de vrouwen eruit. Dit leidde er toe dat Biggles in een van de eerste verhalen een fles limonade uit een goed jaar van voor de oorlog opentrok om een geslaagde vlucht met zijn 'chums' te vieren.

Die makkers van escadrilleleider Bigglesworth waren kapitein Algernon 'Algy' Lacey, eerste luitenant 'Ginger' Hebblehwaite en Lord Lissimouth Bertie Lissie. Beruchte vijand was de Pruisische kolonel Erich von Stahlhein. De overste van Biggles was kolonel Raymond.

Mark van Valderen, samen met voorzitter Bert van Vondel de drijvende kracht achter de vereniging: 'Tja, die Biggles he. Ik raakte eraan verslaafd toen ik ziek was en de boekjes van mijn oudere broer kreeg. Ik was toen een jaar of negen. De grote Biggles-hausse rond 1966 was toen in Nederland net voorbij. Nu lees ik ze niet echt meer, maar is het verzamelen van het werk van W. E. Johns het belangrijkst geworden. Ik heb nu zevenhonderd boeken van Johns, maar ik kan nog even vooruit, want de verhalen zijn behalve in het Engels, Duits, Frans en Spaans ook verschenen in het Swahili, Hindi, Chinees, Tsjechisch en in de Scandinavische talen. 'Behalve verzamelen van het werk van Johns die ook talloze verhalen en series voor volwassenen bleef schrijven, zelfs een boek over tuinieren willen we stimuleren dat zijn werk weer wordt uitgegeven. We vinden het bijzonder leuk dat er nu een stripverhaal over Biggles is verschenen. Verder willen we zoveel mogelijk biografische gegevens over Johns verzamelen. Het was een man die nogal op zijn privacy was gesteld. Volgens mij was het ook niet zo'n aangenaam persoon, een beetje reactionair. Maar de verhalen blijven prachtig.' Wellicht werd de hang naar privacy veroorzaakt door zijn slechte huwelijk met Moud Hunt. Scheiden was in die tijd maatschappelijk niet geaccepteerd en W. E. Johns kon pas officieel met zijn vriendin Doris Leigh gaan samenwonen na de dood van zijn vrouw, in 1961. In die tijd kocht Johns, die door de oplage van zijn boeken een vermogend man moet zijn geweest een landhuis voor meer dat honderdduizend pond.

Paul Marriot, Engelse gast op de International Biggles Association en onbetwist winnaar van de Biggles-quiz die daar werd georganiseerd, kocht zeven jaar geleden in Engeland een tweedehands Biggles-boek en was toen verkocht.

Hij is inmiddels secretary/treasurer van het driemaandelijkse blad Biggles en Co, the W. E. Johns quarterly, een 'concurrent' van het Nederlandse blad Biggles News.

Johns was in 1968 bezig aan het 169ste Biggles-verhaal 'Biggles does some homework' toen hij overleed. Het gerucht ging dat Kingsley Amis dit verhaal zou voltooien, maar daar is nooit iets van terecht gekomen. 'Trek de blokken voor de wielen weg, Algy ouwe jongen, we stijgen op en zullen die beroerde kerels eens een lesje gaan leren.' In de cockpit gezeten keek Biggles achter zich om. Zijn hand greep de gashendel, klemde zich eromheen en de Spitfire, gevolgd door drie groepen, elk van drie machines, suisde de lucht in... .'