Kastenoorlog dreigt in India door plannen van premier V. P. Singh

NEW DELHI, 24 sept. Het afgelopen weekeinde hebben opnieuw verscheidene Indiase studenten zichzelf in brand gestoken uit protest tegen het voorstel van de Indiase regering om banen bij de overheid en plaatsen bij onderwijsinstellingen voor hindoes uit de lagere kasten te reserveren. In het hele land heeft dit geleid tot een nieuwe golf van protesten.

Er moesten in verschillende deelstaten troepen worden ingezet om een eind te maken aan de onlusten die meestal werden geleid door studenten en die zouden kunnen uitgroeien tot een kastenoorlog tussen de hogere kasten, die nu vrezen te worden benadeeld, en de zogeheten 'achtergebleven klasse'. Het nieuwe beleid heeft de facade van een socialistische maatschappij zonder kasten aangetast en de diepe kloof tussen de verschillende kasten in het land blootgelegd. Hoewel de grondwet kasten verbiedt, hebben de politici het systeem vaak gebruikt om stemmen te winnen.

Kanshi Ram is een van de weinige politici die dit openlijk toegeven en de kastenstrijd met vreugde tegemoet zien. Hij noemt zijn partij 'Bahujan Samuj Party' (de partij van de meerderheid) en daarmee bedoelt hij de 'onaanraakbaren' (de laagste hindoekaste) die eeuwenlang door leden van hogere kasten zijn uitgebuit. 'Hoe legt een brahmaan (lid van priesterkaste) het kastenstelsel uit?', vraagt hij.

Als antwoord opent hij zijn hand en houdt alleen zijn duim in zijn palm. 'Wat zie je nu?' Vier vingers elke vinger vertegenwoordigt een kaste: de brahmanen, de kshatrya's, de vaishnava's en de shudra's. En dan is er nog een categorie' hij doet zijn duim naar buiten 'degenen die buiten het kastenstelsel vallen: wij de uitgestotenen, de onaanrakbaren.'

Het beeld van de vijf vingers is volgens Kanshi Ram een typisch voorbeeld van subtiele manipulatie van de hogere kasten de werkelijkheid wordt volgens hem beter getypeerd door een balpen: het drukknopje bovenop staat voor de drie hogere kasten, het metalen bovenste gedeelte van de pen voor de laagste shudra-kaste en het laagste plastic gedeelte voor de uitgestotenen.

Wat aantallen betreft is de balpen van Kanshi Ram inderdaad een beter beeld van de werkelijkheid: van de 700 miljoen hindoes in India behoort ongeveer 33 procent tot de onaanraakbaren, 52 procent wordt beschouwd als de 'achtergestelde klasse (OBC) en de drie bovenkasten vormen slechts 15 procent.

De Indiase grondwet van 1951 trachtte de extreme sociale en economische achterstelling uit te roeien door een programma van positieve discriminatie voor de aangewezen kasten en stammen (SC/ST) waarbij 22,5 procent van alle plaatsen bij hogere opleidingen en overheidsbanen voor hen werden 'gereserveerd': makkelijke toegang tot banen zou de SC/ST-leden helpen om hun stigma kwijt te raken van een groep die was 'besmet' en sociaal uitgestoten.

Het resultaat na vijftig jaar van dit beleid van sociale sturing is teleurstellend: de grote meerderheid van de arme mensen behoort nog steeds tot de onaanraakbaren met wie bovendien omgang onwenselijk blijft en zij zijn nog steeds de dupe van grove onrechtvaardigheid met name op het platteland, waar velen van hen werken als lijfeigenen van een landbezittende hoge kaste. In de moderne sectoren van de maatschappij is het de hogere kasten ook gelukt om de macht in handen te houden. Bij de overheid wordt er geen enkele topbaan bekleed door de 'Harijans' (kinderen van God) zoals Mahatma Gandhi hen noemde, en er bevinden zich heel weinig leden van de SC/ST-categorie bij de enorme hoeveelheid managers van de particuliere industrie.

Een professor van de Nehru-Universiteit in Delhi verklaart dat er voor studenten uit de lagere klassen die tot de universiteit zijn toegelaten, daarna geen drijfveer is om nog hard te werken. Hij wordt toch altijd veracht door zijn medestudenten die ondanks hun betere prestaties niet slagen, omdat zij niet het voorrecht van de positieve discriminatie hebben.

In de context van deze negatieve ervaringen is de beslissing van de regering om het percentage van 22,5 procent te verhogen tot 49 procent moeilijk te begrijpen en heeft zij geleid tot een reeks rellen, gewelddadige botsingen en zelfmoorden in geheel India. De regering betoogt dat behalve de SC/ST ook de andere achtergestelde kasten voornamelijk de lage shudra-kaste moeten worden geholpen om hun 'sociale verheffing' te garanderen.

Voor de duizenden studenten die zich beroepen op hun grondwettelijke recht van gelijke rechten betekent dit een verdere verkleining van hun kans om hun toekomst veilig te stellen. In een land waar er 150.000 kandidaten zijn voor de jaarlijkse 35 hoge kaderfuncties bij de regering, verklaart de verdubbeling van het aantal gereserveerde plaatsen het geweld dat gericht is tegen de regering, maar dat langzaam in een kastenoorlog zou kunnen overgaan.

De protesten worden versterkt door wat wordt genoemd het 'botte opportunisme' dat premier V. P. Singh ertoe heeft gebracht dit sociale verdeeldheidzaaiende beleid in te voeren.

Waarom heeft premier Singh nu weer gebruik gemaakt van deze ondoelmatige middelen om sociale vooruitgang te bereiken? Een blik op de bevolkingsstatistieken geeft het eerste antwoord: door banen en gemakkelijke toegang tot opleidingen te beloven berokkent de regering schade aan honderd miljoen hogere kaste-hindoes. Maar tegelijkertijd kan er een veel grotere bevolking van 360 miljoen uit de lagere kaste worden gemobiliseerd en kan samen met de 230 miljoen Harijans de noodzakelijke meerderheid vormen bij een verkiezing. Dat is geen onaantrekkelijk vooruitzicht voor de labiele coalitie van Singh.

    • Bernard Imhasly