Dewael: samen deelnemen aan Biennale en Buchmesse; d'Anconanuanceert visie op cultuurpolitiek Vlaanderen

BRUSSEL, 24 sept. Minister d'Ancona (WVC) betreurt de gevolgen van haar opmerkingen over de Vlaamse cultuur.

Dat zei de minister zaterdag tijdens de slotzitting van het Algemeen Nederlands Congres in Brussel. De commotie onstond na haar redevoering voor de openingszitting van het congres, in april van dit jaar. Zij verklaarde toen in een door een ambtenaar uitgesproken lezing dat Nederland en Vlaanderen weliswaar een taal hebben, maar geen 'cultuurgemeenschap' vormen. Haar Vlaamse collega Patrick Dewael meende in haar woorden 'minachting' voor de Vlamingen te beluisteren, en ook in Nederland kwam veel kritiek.d'Ancona zei echter van mening te blijven dat integratie van de Vlaamse en Nederlandse cultuur onmogelijk is: 'Het doet afbreuk aan de rijkdom van de beide cultuurvarianten als deze zouden versmelten tot een cultureel eenpansgerecht.'

De minister ziet evenmin iets in een vergaande integratie van de Vlaamse en Nederlandse cultuurpolitieke systemen. 'Cultuurpolitiek is in Nederland anders dan in Vlaanderen, en dat is geen bijkomstigheid.' De minister liet zaterdag weten erg verbaasd te zijn geweest over de kritiek. Ze verklaart alle opwinding uit het feit dat het begrip 'culturele eenheid' in de traditie van de Vlaamse cultuurpolitiek kennelijk geladen is. Ze had niet willen ontkennen dat Vlaanderen en Nederland dezelfde culturele wortels hebben, maar alleen willen aangegeven dat beide landen in de loop der jaren verschillende varianten hebben ontwikkeld, die een volledige integratie in de weg staan. 'Mijn opvatting dat de varianten niet zouden hoeven te versmelten tot een geheel moet in sommige Vlaamse oren hebben geklonken alsof ik het bestaansrecht ontkende van een algemene cultuur van de Lage Landen met de gemeenschappelijke Nederlandse taal als voedingsbodem', aldus d'Ancona.

Als belangrijke oorzaak voor het ontstaan van twee cultuurvarianten noemde d'Ancona de gescheiden ontwikkeling van Belgie en Nederland gedurende de afgelopen driehonderd jaar. Op het moment dat in Nederland de staatsvorming vrijwel voltooid was, verviel Vlaanderen voor eeuwen 'tot een soort wingewest'.

Deze achtergrond verklaart volgens d'Ancona het grote belang dat de Belgen aan de taal hechten. In Vlaanderen is de aandacht voor de eigen taal tevens een streven naar politieke en culturele emancipatie.

Een ander gevolg is dat de Vlaamse cultuurpolitiek sterk van de Nederlandse verschilt. In Vlaanderen is het cultuurbeleid sterk gepolitiseerd en gericht op de versterking van het nationale bewustzijn. De minister van cultuur speelt daarin een belangrijke rol. In Nederland is zoiets volgens d'Ancona niet goed denkbaar. Daar is veel meer gedelegeerd aan niet-politieke advieslichamen en aan fondsen. Om elke indruk van arrogantie weg te nemen besteedde minister d'Ancona opvallend veel prijzende woorden aan de Vlaamse cultuur en de Vlaamse beweging: 'Ik kan me niet goed voorstellen dat Vlamingen die zo hard hebben gevochten voor het Vlaamse cultuureigene, en die daarin zelfbewust zijn, er nu naar gaan streven om dat dierbare en zelfbewuste cultuureigene op te lossen in een algemene Nederlandse cultuur.'

Taalunieverdrag

Na afloop van de toespraak van d'Ancona liet de Vlaamse minister van cultuur Patrick Dewael weten dat hij wel degelijk naar integratie streeft. Een discussie over het onderwerp was wat hem betrof zelfs overbodig. 'Men gaat het Taalunieverdrag toch niet op de helling zetten! Dit verdrag gaat onvoorwaardelijk uit van integratie op het gebied van de taal en de letteren.' Minister Dewael is er, in tegenstelling tot d'Ancona, heilig van overtuigd dat de diversiteit binnen de Nederlandse taal goed tot zijn recht kan komen via een gemeenschappelijk kader van regelgeving, beleid en steunmaatregelen. 'We zouden als bewindslieden een voorbeeld moeten nemen aan de talloze samenwerkingsverbanden die nu al tussen Vlaamse en Nederlandse culturele organisaties bestaan.' Dewael noemde vier concrete projecten waarin de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen verder gestalte kan krijgen: een gemeenschappelijk paviljoen op de volgende Biennale van Venetie', te leiden door Rudi Fuchs en Jan Hoet, een Vlaamse dependance van het Vlaams-Nederlands theaterfestival, gemeenschappelijk optreden bij het ontwerp van een culturele paragraaf in het Europees Verdrag, en een gemeenschappelijk Nederlandstalig paviljoen op de Frankfurter Buchmesse in 1993. Dewael stelt zich voor deze en andere samenwerkingsprojecten in het kader van de Nederlandse Taalunie verder uit te werken.

De Vlaamse minister maakte zich niet erg bezorgd over zijn verhouding met zijn Nederlandse collega. 'Men heeft soms de indruk gehad dat er een regelrecht duel d'Ancona-Dewael werd uitgevochten. Dit is onjuist. ' Dewael herinnerde eraan dat hij d'Ancona de afgelopen tien dagen al drie keer had ontmoet. 'Misschien moeten we het zelfs wat rustiger aan gaan doen. De mensen zouden er iets van kunnen gaan denken.'