DE NIEUWE SOCIO'S VAN DE SLOTERPLAS

Aan de noordwestelijke rand van Amsterdam worden grootse plannen gesmeed. Daar moet de concurrentie van Ajax als hoofdstedelijk voetbalbolwerk gestalte krijgen. Bij FC De Sloterplas proberen Richard Smith en zijn prominente vrienden aan de hand van een opmerkelijke ideologie een club voor het volk te creeren. Zoveel mogelijk leden en zoveel mogelijk voetballen.

Wanneer Richard Smith iets in zijn hoofd heeft, gebeurt het meestal. De meningen over de Amsterdamse fysiotherapeut verschillen, maar over het algemeen staat hij bekend als een gedreven vakman, een handige jongen met een aanstekelijk enthousiasme. Fysiotherapie cq sportrevalidatie gaan zeker bij hem en zijn talrijke medewerkers en volgelingen verder dan technische manipulatie. Mentale beinvloeding en aandacht voor de geblesseerde sportmensen worden tot zijn handelsmerk gerekend. Mede daarom behoren met name beroemde voetballers uit binnen- en buitenland tot zijn clientele. Maar Smith trekt ook mensen uit andere hoeken van de samenleving aan, vooral prominenten, want die rekent de excentrieke Amsterdammer graag tot zijn vrienden.

Zijn hang naar publiciteit, zijn zakelijk instinct en zijn passie voor sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder staan aan de basis van zijn ambities om van de bescheiden Amsterdamse eersteklasser FC De Sloterplas een aansprekende voetbalclub te maken die wat betreft populariteit en in de toekomst in sportief opzicht kan wedijveren met Ajax. Het wordt in Amsterdam weer tijd voor een gezonde volksclub, vindt Smith, zoals Blauw Wit of DWS. Want dat is het voor Jan Publiek afstandelijke, arrogante, commercieel georienteerde Ajax al lang niet meer.

De baas

Drie maanden geleden liet hij zijn oog vallen op FC De Sloterplas, een zwalkende, met een leegloop bedreigde club die zijn domicilie heeft op het verscholen sportcomplex Spieringhorn. Zijn hooggegrepen ambities kregen gehoor in Amsterdam-Noordwest en een maand geleden liet hij zich kronen tot voorzitter. Andere bestuursleden kent de club onder zijn leiding niet. 'Ik neem alle beslissingen', zegt Smith. 'Behalve de voetbaltechische dan. Daar zijn de trainers voor. Met een bestuur heb je te veel meningen. Dan schept alleen maar verwarring. Een vereniging is een bedrijf. Daar is een man de baas. Er mag er maar een de lijnen uitstippelen.' De basis van een club moet het ledenbestand zijn, meent Smith. Hij trekt de vergelijking tussen Ajax en Barcelona. 'Ajax doet het op basis van publiek. Gaat het goed dan zit het stadion vol, gaat het slecht dan blijven de mensen weg. Barcelona heeft honderdduizend leden, socio's. Dat zijn mensen die zich betrokken voelen bij de club en zoveel mogelijk blijven komen. Alleen met leden heb je als club levensvatbaarheid. Vinden we vijfduizend leden, dan hebben we vijfduizend toeschouwers.'

Daarom is Smith op jacht naar leden. Sinds hij actief is voor FC De Sloterplas is het ledenaantal gegroeid van van 210 naar 260. Een groot deel van de aanwas is medewerker aan het instituut van Smith te Amsterdam. Hij heeft al zijn personeel verplicht lid te worden. De administratie van de club wordt beheerd door twee economie-studenten die eveneens bij Smith in het bedrijf werken. Aan de kassa van het veld staan medewerkers van hem, evenals naast zijn vriendin aan de bar in de kantine. Al zijn therapeuten zijn betrokken bij de fysieke gesteldheid van de spelers van De Sloterplas. Toen op 31 mei de selectie compleet was, besloot Smith de voorbereiding op het volgende seizoen te beginnen met een algehele revalidatie. Al zijn dertig medewerkers werden ingezet om in hun vrije tijd de spelers te verlossen van lichamelijke ongemakken.

Fitheid

Voetballers moeten een individuele medische begeleiding hebben, vindt Smith. 'Dat gebeurt in andere clubs niet. Voetballers lopen rond met overblijfselen van blessures die ze al in hun jeugd hebben opgelopen. Die zijn daarna nooit meer serieus en effectief behandeld. De medische staf van clubs, ook van betaalde, is onderbemand. Dat is ook de reden waarom veel voetballers voortdurend geblesseerd raken. Ieder lichaam verschilt. Oude, verwaarloosde verwondingen spelen op of ondermijnen de kracht van spieren en pezen. Dat heeft mijn aandacht. Ik wil het lichaam van een voetballer na het seizoen herstellen en weer opbouwen voor het volgende, bijvoorbeeld ook door voeding. Fitheid is de basis van de sportbeoefening.' Om de fysieke conditie van de spelers op peil te brengen voerde Smith de trainingsuren op. In plaats van twee keer per week, wordt de selectie geacht ten minste vier avonden op te draven. Daarnaast bestaat de mogelijkheid overdag te trainen. 'Als je wilt tennissen of golfen kun je op elk uur van de dag spelen, maar als je voetbalt kun je dat alleen op vastgestelde tijden. Dat is toch onzin. Voetballers willen toch ook altijd kunnen voetballen. In Amsterdam is er te weinig gras. Daarom wil ik een club waar ieder lid de hele week kan voetballen.' De club baarde de afgelopen weken vooral opzien door de toetreding van prominente namen. De ex-bondscoach van het nationale hockeyteam, Hans Jorritsma, zou als manager zijn aangesteld. Daarnaast was ex-bondscoach en ex-Ajax-coach Cor van der Hart aangetrokken om dagtrainingen te leiden. 'Nee hoor, ik ben de manager', zegt Smith. 'Jorritsma is door zijn schouder afgekeurd als sportleraar. Hij kan daarom niet voor ons werken. Hij studeert nu sportmanagement. Ik geef toe. Dat kan me in de toekomst van pas komen. Maar Jorritsma ken ik uit de drie jaar die ik samen met hem voor de hockeybond werkte. Hij is gewoon een van mijn vrienden die ik heb gevraagd lid te worden. Dat vraag ik aan al mijn vrienden. Dat geldt ook voor Van der Hart. Die man wil op zijn leeftijd in beweging blijven. Daarom doet hij mee tijdens de ochtendtrainingen. Daar is niets verdachts aan.' Van der Hart zegt al die publiciteit rondom hem niet te waarderen. Vorige week draaide hij zich razendsnel om toen hij een complete tv-cameraploeg op het veld zag staan om de training te volgen. 'Ik kan niet werken omdat ik een vut-uitkering heb. Maar ik wil wat te doen hebben. Ik wil gewoon in beweging blijven, anders verveel ik me rot.'

Marokko

In maart keerde Van der Hart terug van Marokko en Turkije, waar hij in totaal twintig maanden als trainer werkte. Als een echt voetbaldier volgde hij gistermiddag de verrichtingen van de spelers van De Sloterplas tegen Stormvogels. 'De wil is er en de techniek ook wel, maar tactisch kan het wat beter', oordeelde de man die bij het Nederlands elftal en later onder meer bij Ajax als een uitstekende voetbalanalyticus te boek stond. 'Tactiek is niet afhankelijk van niveau. Voetbal is voetbal.' Van der Hart zal zich niet bemoeien met de technische leiding van de club. 'Als ik advies van Van der Hart nodig heb, zal ik het hem vragen. Hij is natuurlijk niet niemand, ' zegt Ton Ojers, sinds anderhalf jaar hoofdtrainer. Hij wordt geassisteerd door de ex-profs Martin Haar, vorig jaar nog speler in het eerste elftal, en Gerrie Kleton, die nog steeds meespeelt. De selectie wijkt op liefst vijftien plaatsen af van die van vorig seizoen. Een groot aantal spelers vertrok naar een andere club. 'Dat was de teneur in de club. Iedereen liep weg', verklaart Ojers. Het huidige spelersbestand telt dit seizoen een aantal prominente Amsterdamse amateurs en ex-spelers uit het betaald voetbal, zoals Marcel Veerman en Edwin Bakker.

FC De Sloterplas verloor (0-1) gisteren voor het eerst na achttien wedstrijden, maar de kans dat het elftal promoveert is nadrukkelijk aanwezig. 'Iedereen is net zo ambitieus als Smith. Maar we moeten geduld hebben', beseft Ojers. En Smith: 'We willen promoveren aan de hand van de mogelijkheden. Goed en attractief voetbal is het belangrijkste. In de toekomst willen we betaald voetbal spelen. We moeten eens met Vlissingen praten. Is het al een paar keer mislukt in Amsterdam? Nou en, wij doen het anders. We gaan het wiel niet voor de tweede keer uitvinden. Alle grote steden in Europa hebben twee grote clubs. Waarom dan niet Amsterdam?' De voorzitter/manager heeft een bureau ingeschakeld een 'grote sponsor' te zoeken. Om het groeiende ledenaantal comfort te bieden is ten minste een zittribune nodig, hopelijk later een stadion. Toch heeft Smith al 64 business-seats a raison van 450 gulden ter beschikking gesteld. Sjaak Swart, Leo Horn, Jaap van Zweeden en Marcel Peeper hebben al betaald. Zij nemen als vriendendienst voorlopig genoegen met twee geverfde tegels waarop hun nummer. 'Maar', zegt Smith, 'het zijn wel de goedkoopste business-seats van de wereld.'

    • Guus van Holland