DE DRAAIKOLK VAN HET GEWELD

In Zuid-Afrika woedt een slepende burgeroorlog. Begonnen in de oostelijke provincie Natal, sloeg hij over naar de zwarte woongebieden van Transvaal. Medio augustus bereikten de gewelddadigheden een hoogtepunt. In tien dagen werden meer dan vijfhonderd mensen vermoord, het grootste bloedbad in zo korte tijd dat Zuid-Afrika in deze eeuw heeft gekend. Een van de obstakels op de weg naar vrede in Zuid-Afrika: de wetenschap dat het onderhandelingsproces kan worden beinvloed door gewelddadige mobilisatie van groepen aan de basis.

In de pers worden vaak vergelijkingen gemaakt tussen de gewelddadigheden in Zuid-Afrika en die elders in de wereld. Het Zuidafrikaanse geweld zou erger zijn dat dat in Ulster of in Beiroet.

Die vergelijkingen spreken mij niet aan. Ulster wordt geplaagd door gerichte terroristische aanslagen, op professionele wijze opgezet en uitgevoerd door een ondergrondse politieke beweging. In Libanon woedt van tijd tot tijd een complete oorlog tussen zwaar bewapende milities waarbij ook onder de burgerbevolking vele slachtoffers vallen. In Zuid-Afrika echter gaan de burgers zelf elkaar te lijf, vaak buurtgenoten, en wel met een wreedheid die onvoorstelbaar is.

In augustus werd het beeld beheerst door de terreur van Zulu-arbeiders, in hostels gehuisvest, die met speren, knotsen en strijdbijlen hun tegenstanders vermoordden. Die tegenstanders, veelal jonge 'comrades', verweerden zich naar vermogen, daarbij somtijds een methode toepassend die eufemistisch als 'halsband-executie' wordt omschreven, maar in feite een barbaarse wijze van lynchen is: het slachtoffer wordt in een autoband gewrongen, met benzine overgoten en levend verbrand.

Volgens betrouwbare gegevens werden in de eerste helft van dit jaar 48 personen op deze manier om het leven gebracht. Sinds het geweld in september 1984 oplaaide, tot einde juni dit jaar, bedroeg het aantal halsbandmoorden in totaal 454. Het is een conservatief cijfer.

Dit is slechts een deel van het totale politieke geweld. In de genoemde periode van september 1984 tot juni 1990 vielen als gevolg hiervan circa 7.000 doden. Vooral in 1986 nam ook de politie, grof optredend, hierin een aandeel.

Niet alle geweld is politiek van aard. Een maand of wat geleden heerste in Soweto een jubelstemming: er was een gangster gepakt, en vervolgens onthoofd en verbrand. Zijn hoofd werd op een stok rondgedragen. Toen kwam de politie en nam het hoofd in beslag, als was het een verloren voorwerp. (Phillip van Niekerk, in het maandblad Leadership, april 1990.)Zelfde bron: op een spoorbaan nabij Johannesburg wordt een vermorzeld lijk gevonden, slachtoffer van de bendenoorlog die tussen zwarte taxibedrijfjes wordt gevoerd. Vastgebonden op de rails werd hij geexecuteerd.

De kranten ontzien zich niet de gruwelen in fotoreportages vast te leggen. Het zijn beelden van mensen die rennen voor hun leven, die worden neergestoken, gestenigd of verbrand; beelden van brandende, smeulende of verminkte lijken.

In augustus hadden de persfotografen het druk. Ken Oosterbroek van de Star zag kans in enkele uren negen verschillende moorden te fotograferen, soms midden in de uitzinnige menigte. Op de voorpagina van zijn krant verscheen de best geslaagde serie: het betrof een lynchpartij.

Oorzaken

Wat is hier in godsnaam aan de hand? Hoe is het zo ver kunnen komen? Kan dit moorden niet worden beeindigd? Voor een goed begrip moeten we teruggaan naar 1984, toen een golf van zwart verzet tegen de bestaande orde steeds massaler vormen aannam. Series werkonderbrekingen, huur- en koopstakingen, allerlei andere boycots als ook felle betogingen en protesten waren de wapens waarmee werd gevochten. Coordinatie ging uit van het United Democratic Front, in 1983 gevormd, waarin reeds na een jaar circa 600 maatschappelijke organisaties samenwerkten, met in totaal zo'n twee miljoen aanhangers.

Bij veel van deze acties kregen of namen studenten en scholieren een voorhoederol; schoolboycots werden op grote schaal gepraktizeerd. In de verwachting dat de overwinnig nabij was, werd onder de leuze 'Liberation Now, Education Later' een groot deel van het onderwijs in de zwarte woongebieden voor lange tijd lamgelegd.

Gesteund door dit succes organiseerden de jeugdige 'comrades' zich in buurt- en straatcomites en gingen de strijd aan met de lokale bestuurders die zij als 'collaborateurs' van het apartheidsregime beschouwden. Geleidelijk viel iedereen die met hen geen gemene zaak maakte, onder dezelfde categorie. Harde pressie, om niet te zeggen terreur, werd uitgeoefend om de gelederen gesloten te houden.

In 1986 bereikte de strijd om de macht in de zwarte woongebieden een climax. Alleen door voortdurend hard politie-optreden konden de lokale bestuurders nog een schijn van gezag handhaven. In feite was de macht grotendeels overgegaan in de handen van jonge tot zeer jonge activisten. Zij waren het die het 'bevrijde' territoir tegen de gehate politie verdedigden en de onwilligen in het eigen kamp tot de orde riepen. Hier en daar werden 'volksrechtbanken' opgericht om verraders en spionnen te kunnen veroordelen.

Wraakneming

De moderne geschiedenis laat overvloedig zien wat er in een dergelijke situatie mis kan gaan. De excessen van de pemuda's (jongeren) in de Indonesische revolutie van 1945 en van de jonge Rode Khmer in Cambodja zijn even leerzaam als het snel toegenomen geweld van jonge intifadah-strijders tegen 'verdachte' volksgenoten.

Met de halsbandmethode verwierven de 'comrades' in de zwarte woongebieden hun eigen plaats in de geschiedenis van het geweld. Ze zijn zich daar zelf van bewust. Op zondag 19 augustus werden in Soweto vijf mensen verbrand. In een geval waren enige journalisten kort daarna ter plaatse. Ze kwamen in gesprek met een paar jongens die zeiden de daders te zijn. Een van hen vertelde dat het een wraakneming betrof op een Inkatha-man, een Zulu. Zulu's zeggen dat zij traditionele wapens mogen dragen, zoals speren en knobkerries (stokken met een verzwaard uiteinde). Welnu: 'We also have traditional weapons, like the necklace.'

(The Daily Mail, 20 augustus.)Het is niet alleen om hun gewelddadigheid dat deze jongeren als de 'lost generation' worden aangeduid. Het is ook omdat zij het onderwijs zijn gaan mijden. Een recent onderzoek bracht aan het licht dat 46 procent van de ondervraagde leerlingen de overtuiging had dat kinderen die voor de vrijheid hebben gestreden, in het toekomstig Zuid-Afrika schadeloos zullen worden gesteld. Waarom dan nog naar school gegaan? De situatie is catastrofaal: veel ongeregeld schoolbezoek, massaal schoolverzuim, talloze drop-outs, slechte examenresultaten, gedemoraliseerde docenten. Heel de jaren tachtig wordt er al gesproken van een 'schoolcrisis', vooral in de stedelijke gebieden. De resultaten van het schooljaar 1988-'89 vielen wederom zwaar tegen. Zo'n 120.000 jonge zwarten verlieten het middelbaar onderwijs zonder diploma, als 'mislukkelingen'. Ze voegen zich bij het kolossale zwarte proletariaat zonder kans op werk en inkomen, in feite zonder een toekomst.

Stammenstrijd

Natal vormt een apart verhaal, maar de gevolgen zijn dezelfde. Daar is in de latere jaren tachtig een grimmige strijd ontbrand tussen de aanhangers van ANC/ United Democratic Front en van de Inkatha-beweging, een conflict tussen politieke facties dat door de identificatie van veel Zulu's met Inkatha tevens inter-etnische trekken heeft aangenomen. Inmiddels zijn duizenden mensen in dit eertijds rustige gebied om het leven gekomen, terwijl tienduizenden zijn weggetrokken. In sommige streken heerst volstrekte wetteloosheid.

Deze zomer werd het geweld van Inkatha naar het gebied rond Johannesburg overgebracht. De etnische tegenstellingen zijn verder aangescherpt: de Zulu's van Inkatha leveren strijd tegen de Xhosa's die in het ANC sterk zijn vertegenwoordigd.

Hier ligt de tweede oorzaak van het tomeloze geweld in Zuid-Afrika. De vermenging van politieke loyaliteit en etnische identiteit geeft conflicten een absoluut, onverzoenlijk karakter. In een samenleving als de Zuidafrikaanse, die in feite uit etnische minderheden is opgebouwd, kan dit tot een stammenoorlog leiden die de natie verscheurt nog voor zij is gevormd.

Wat in het hele beeld opvalt is de geleidelijke verandering in de richting van het geweld: van 'verticaal' naar 'horizontaal'. Wat in 1984 begon als een opstand van zwart tegen blank, is steeds meer ontaard in geweld tegen 'deloyale' zwarten en is thans geworden tot een conflict tussen zwart en zwart, zowel politiek als etnisch bepaald. De revolutie, zoals zo vaak, verslindt ook hier haar eigen kinderen.

Soelaas

Het beeindigen of zelfs maar geleidelijk indammen van dit geweld zal grote inspanning vergen en lange tijd nemen. Twee formidabele obstakels staan in de weg.

Aan de ene kant is niet in te zien hoe de 'comrades' nog gedisciplineerd kunnen worden. Door de fase van politieke onderhandelingen die thans is begonnen, hebben zij feitelijk hun bestaansrecht verloren en dreigen zij daardoor hun aureool van vrijheidsstrijders kwijt te raken. Er is niets dat daarvoor in de plaats kan komen. Ze hebben geen opleiding, geen kans op werk, geen mogelijkheid op andere wijze enig zelfrespect op te bouwen. Ze zijn een verbruikte generatie.

Gevreesd wordt voorts dat de afstand tussen de bezonnen gerontocratie van het ANC en de fanatieke 'young lions' in de zwarte woongebieden te groot is om nog overbrugd te kunnen worden. Na zijn eerste, vergeefse oproep in februari 'gooi je wapens in zee' heeft Nelson Mandela geen tweede poging gewaagd. Het blijft bij vage vermaningen.

Een klein dramatisch voorval illustreert de machteloosheid van de leiders. Op de televisie is aartsbisschop Tutu te zien, temidden van de bevolking van Soweto. Wanhopig over de moordpartijen dringt hij aan op beheersing en matiging. Terwijl hij spontaan met de bewoners bidt, staan jongens om hem heen van wie er een een benzinebom in de hand heeft. Een ogenblik later breekt de meute weer los.

Helaas heeft de gewelddadigheid niet alleen een naijlkarakter; zij heeft ook een nieuwe functie gekregen: politiek pressiemiddel in de thans begonnen strijd om de macht. Dat is het tweede grote obstakel op de weg naar pacificatie: de wetenschap dat het onderhandelingsproces dat zich op het hoogste niveau afspeelt, kan worden beinvloed door groepen aan de basis gewelddadig te mobiliseren.

Inkatha is daarmee al begonnen. Aanhangers van radicale bewegingen als AZAPO en het Pan Africanist Congress zijn al incidenteel in botsing gekomen met leden van het ANC, in hun ogen 'collaborateurs'. Blanke splintergroepen maken zich intussen op om met geweld te intervenieren indien het onderhandelingsproces niet naar hun wens verloopt.

Third Force

Temidden van dit alles staat de regering zwak, in zoverre zij moet steunen op een politie die zich onder de zwarten zodanig gehaat heeft gemaakt dat louter het verschijnen van politiemensen vaak al provocerend werkt. Voegt men daarbij hun reputatie van eenzijdigheid ten bate van Inkatha, dan lijkt een ingrijpende reorganisatie van het politie-apparaat een zaak van grote urgentie. Een nieuwe dienst, een soort van Third Force naast politie en leger waarover wordt nagedacht zou een oplossing kunnen zijn.

Hoe ingrijpend zoiets lijkt, het is nog altijd korte-termijnbeleid vergeleken bij de fundamentele reconstructie die politiek en sociaal-economisch nodig is om de gewelddadigheid van de Zuidafrikaanse samenleving op den duur naar een aanvaardbaar niveau terug te dringen. Over de kans op succes van een dergelijk beleid zal in het slotartikel worden gesproken.

Dit is de derde aflevering van een serie over Zuid-Afrika. De eerste delen verschenen op 10 en 17 september op de Opiniepagina.

    • J. A. A. van Doorn