Vermoeide Zwitsers stemmen andermaal over lotkerncentrales

GENEVE, 22 sept. Zondag stemmen de Zwitsers, of liever gezegd hooguit een op elke vier Zwitserse stemgerechtigden, voor de derde keer binnen elf jaar over kernenergie. De geslonken animo bij de kiezers om de tweemaandelijkse gang naar de stembus te maken staat bij dit referendum meer ter discussie dan de vraag of Zwitserland zijn bescheiden kerncentrale-park moet opdoeken of voor tien jaar 'bevriezen', zoals de keuze luidt. Voor beide voorstellen geeft Bern, zowel de regering als een meerderheid van het parlement, overigens een negatief stemadvies.

Commentatoren wijzen er op dat de tegenstanders van kernenergie die het kiesvolk met hun referenda steeds opnieuw een standpunt afdwingen beter de vraagstelling kunnen herzien. Waarom geen referendum over een financiele injectie voor onderzoek ter bevordering van de praktische toepasbaarheid van zonne- of bio-energie?, vragen zij zich af. De kunstmatig opgewekte angstpsychose van het actiewezen met leuzen als 'Waarheen vlucht U na een atoomramp?' wijst de grootste groep van de gevestigde orde griezelend af. Zij achten kernenergie in afwachting van alternatieven een noodzakelijk kwaad. Bovendien: waarom zou Zwitserland anders handelen dan het progressieve Zweden dat kernenergie ook voorlopig handhaaft, en waarom afwijken van de buurlanden Frankrijk, Oostenrijk en Italie? Is het niet hypocriet wanneer Zwitserland bij sluiting van zijn vijf kerncentrales raakt aangewezen op de invoer van kernenergie uit de buurlanden? Stemmoeheid en afkeer van actie geven de toon aan in het debat over kernenergie in Europa's oudste democratie, die volgend jaar 700 jaar bestaat.

In het kanton Bazel staat een opvallend gedenkteken. Betogers hebben hier in 1985 een monument opgericht. Op de gedenkplaat staat: 'Hier verhindert het volk sinds 1975 de bouw van een kernenergiecentrale'.

Is getekend: 'Geweldloze actie tegen Kaiseraugst'. Een agressieve anti-atoomlobby heeft de afgelopen jaren twee keer de bouw van nieuwe kernenergie-centrales onmogelijk gemaakt. Zowel bij Kaiseraugst als bij Graben waren de plannen al in een vergevorderd stadium. Het consortium, belast met de bouw van Graben, eist van Bern 300 miljoen frank schadevergoeding. In geval een meerderheid van de kiezers kernenergie zondag afwijst, kan Graben AG voorgoed naar zijn centen fluiten. Waarschijnlijk is dit echter niet. Algemeen achten deskundigen de kans op een overwinning voor de tegenstanders van kernenergie gering. In 1979, bij de eerste stemming, leed hun 'volksinitiatief' nog op een haar na schipbreuk. Een krappe 50.000 stemmen meer in hun voordeel hadden een historisch besluit kunnen opleveren. Maar in het midden van de jaren tachtig werd de kloof wijder tussen voor- en tegenstemmers. Het verschil was 160.000 stemmen. Zeventien kantons stemden tegen, slechts zes voor. Het actiewezen verzamelde toen de voor het organiseren van een referendum noodzakelijke 100.000 handtekeningen op een psychologisch gunstig moment, onmiddellijk na de ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl in de Sovjet-Unie. Bern reageerde echter snel met een rondschrijven: 'Andersoortige reactorsystemen sluiten een dergelijk ongeval in Zwitserland uit'.

In 1989 stelde de regering het energie-beleid enigszins bij. De bouw van nieuwe kerncentrales werd alleen overwogen wanneer het niet lukte de verdere stijging van het stroomverbruik een halt toe te roepen. Het advies was dus: bezuinigen op energie, anders staan U meer kerncentrales te wachten.

Tegenstanders voeren aan dat Bern hiermee een principe-uitspraak over kernenergie uit de weg gaat. De vraag is niet langer of kernenergie toelaatbaar is, maar meer of toenemend stroomverbruik Bern een andere keus laat.

Naast de bekende argumenten voor en tegen blijft in de Zwitserse discussie de Golfcrisis als een mogelijk doorslaggevend argument voor de toekomst van de energievoorziening nagenoeg onbesproken. Nu immers de prijs van olie boven 32 dollar per vat uitkomt geeft dit zowel voor- als tegenstanders nieuwe argumenten in handen.

Voor de tegenstanders staat in dit debat een ding vast: als het ook dit keer niet lukt de vijf kerncentrales in Zwitserland (Muhleberg, Beznau I en II, Gosgen en Leibstadt) op te doeken, dan wel voor tien jaar een 'moratorium' in te lassen in afwachting van de ontwikkeling van alternatieven, zal het actiewezen kernenergie over enkele jaren voor een vierde en, zo nodig, voor een vijfde maal ter discussie stellen.

    • Willem Offenberg