Turkije vindt plaatsing van F-16's niet nodig

DEN HAAG, 22 sept. De Nederlandse regering heeft afgelopen dinsdag bij de Westeuropese Unie in Parijs een kant en klaar aanbod gedaan voor de stationering van een squadron F-16 jachtvliegtuigen in Turkije zonder dat daarover op politiek niveau met de Turkse regering was overlegd.

Ankara heeft inmiddels laten weten dat de Nederlandse F-16's voorlopig niet nodig zijn.

In Turkse militaire kringen had men zich weliswaar zo zei gistermiddag premier Lubbers 'positief' tegenover het initiatief opgesteld, maar de ministers Van den Broek en Ter Beek hadden geen enkele toezegging van Ankara in handen toen ze dinsdagmiddag naar Parijs vlogen voor overleg met de WEU-partners.

Hoewel in een brief aan de Tweede Kamer afgelopen dinsdag al een voorkeur voor een Turkse basis werd uitgesproken liet een woordvoerder van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken gistermiddag weten: 'Voor de bijeenkomst van de WEU waren er geen consultaties met ons geweest. We waren volkomen verrast'. Het contact vanuit Nederland, zo liet het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag naderhand weten, had zich 'op militair niveau' bewogen. Waarschijnlijk waren deze contacten heel direct, want ook de Turkse ambassade in Den Haag zei er niet bij te zijn betrokken geweest. De Turkse regering meldde gisteren aan Den Haag dat het geen behoefte heeft aan een squadron Nederlandse jagers. Zij versmaadde het gebaar dat, zo stond in de brief aan de Kamer, 'als een belangrijk politiek signaal van steun aan deze bondgenoot' moest worden gezien.

Premier Lubbers vertelde gisterenmiddag op zijn persconferentie dat het Nederlandse voorstel had een 'zwaan-kleef-aan' effect had bewerkstelligd. Turkije kreeg, zo zei hij, ineens te maken met een overmaat aan aanbod van vliegtuigen. In dat geval kwam de Bondsrepubliek eerder in aanmerking, omdat het dit land grondwettelijk verboden in strijdkrachten buiten het NAVO-gebied te stationeren. De Duitse vliegtuigen zouden dus mooi naar bondgenoot Turkije kunnen, de Nederlandse naar een andere plaats in de Golfregio.

De mededeling van de Nederlandse premier had gistermiddag op het ministerie van buitenlandse zaken in Bonn een behoorlijke schrikreactie tot gevolg. De vraag of de Bondsrepubliek het plan had vliegtuigen naar Turkije te sturen ten behoeve van het luchtembargo tegen Irak werd als volgt beantwoord: 'Totale onzin. Wij sturen nergens vliegtuigen heen. Als Turkije er om zou vragen, zouden we daar ook diep over moeten nadenken. Als het zou worden aangevallen, ja, dan ligt de zaak anders, want we zijn verplicht een bondgenoot te helpen.' Waar de Nederlandse vliegtuigen nu naar toe gaan, bleef gisteren nog in het ongewisse. 'Het is zeer waarschijnlijk dat wij functie zeer wel mogelijk in een ander land gaan verrichten', zei de premier. 'Honderd procent zeker dat we gaan is er niet, maar het is wel vrijwel zeker, want er is in het gebied wel degelijk behoefte aan air-policing.'

Met welke andere landen hierover gesprekken worden gevoerd wilde Lubbers niet prijsgeven, evenmin als de ministeries van buitenlandse zaken en defensie.