Subsidie voor dialoog tussen oorlogskinderen

UTRECHT, 22 sept. De stichting Kombi, die ontmoetingen organiseert tussen kinderen van 'goede' en kinderen van 'foute' ouders krijgt voor de periode van een jaar van de stichting Informatie- en Coordinatie Orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen (ICODO) een subsidie van 10.000 gulden. Als voorwaarde voor de subsidie stelt het ICODO dat de activiteiten van de stichting Kombi voornamelijk moeten worden georganiseerd door kinderen van 'goede' ouders. 'Concreet betekent dit dat de gespreksgroepen naar onze mening niet georganiseerd dienen te worden door 'kinderen van foute ouders', en dat tenminste de helft van de deelnemers aan zo'n groep zou moeten bestaan uit kinderen van oorlogsgetroffenen, ' aldus ICODO-directeur drs. J. Weerts in een deze week verzonden brief aan de stichting. Het bestuur van Kombi wil zich eerst beraden op de voorwaarde die het ICODO stelt alvorens het bedrag te accepteren.

Gedurende het tienjarig bestaan van ICODO, het feit dat volgende week luister wordt bijgezet met een congres over de gevolgen van oorlog en geweld, heeft de stichting regelmatig kritiek te verduren gekregen over het feit dat kinderen van 'foute' ouders niet tot haar doelgroep behoren. Weerts: 'Als je praat over de eerste- en tweede generatie oorloggslachtoffers dan heb je het over iets anders dan over kinderen die nog steeds lijden onder het feit dat hun ouders of een van hen hebben gecollaboreerd met de bezetter. Dat zijn twee verschillende groepen. De laatste valt buiten de statuten.' De stichting Kombi is op 1 mei van dit jaar opgericht en wil een platform zijn voor de nu volwassen mensen die kort voor, tijdens of na de oorlog in Europa of Azie zijn geboren en die nog steeds de gevolgen ondervinden van de Tweede Wereldoorlog. De stichting organiseert gespreksgroepen voor alle kinderen van de oorlog, dus ook voor hen wier ouders tijdens de oorlog 'fout' waren. Alleen een dialoog tussen kinderen van 'goede' en van 'foute' ouders kan het isolement waarin de laatsten zich nog steeds bevinden doorbreken, aldus de stichting. 'Het is niet zo dat wij zo nodig de kinderen van 'foute' ouders moeten 'helpen' maar de dialoog is ook van belang voor onze eigen verwerking, ' aldus mevrouw E. Nagel-Ossendrijver (59), bestuurslid van Kombi.

Dat Kombi voor haar activiteiten toch in aanmerking komt voor subsidie van het ICODO komt omdat het initiatief voor de gemengde praatgroepen is genomen door mensen die zelf vervolgd zijn geweest, zegt Weerts. 'Als het verzoek was gekomen van de werkgroep Herkenning, de zelfhulpgroep van kinderen van foute ouders, hadden we nee gezegd.'

'Is dat nu bijna 35 jaar na de oorlog nog wel nodig?' vroegen buitenstaanders zich tien jaar geleden af toen het ICODO zijn werkzaamheden begon. Dat er wel degelijk behoefte bestond aan informatie en advies over zowel materiele als immateriele problemen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog bleek al snel: bij het bureau dat op 1 april 1980 werd geopend regende het telefoontjes van mensen die om advies vroegen. In de afgelopen tien jaar hebben zich jaarlijks zo'n negenhonderd mensen tot het ICODO gewend.

De grootste groep hulpvragers is vijftig jaar en ouder. ICODO-medewerker J. Lamboo:'Op deze leeftijd kunnen de late gevolgen van de oorlog tot uiting komen. Bij deze mensen neemt de spankracht af, ze gaan met VUT of ze worden ontslagen. Ze zijn minder veerkrachtig en dus kwetsbaarder voor onderliggende trauma's.'

De laatste tijd signaleert hij een stijging van het aantal tweede generatie oorlogsslachtoffers dat zich tot het ICODO wendt. Ook neemt het aantal telefoontjes van RIAGG-medewerkers toe. Lamboo: 'De eerste vraag is meestal: kan ik m'n client bij jullie kwijt want zijn problemen hebben waarschijnlijk met de oorlog te maken. Maar wij zeggen: als een client in behandeling is en na een paar gesprekken over zijn oorlogservaringen begint, moet je hem juist niet doorverwijzen want dat kan overkomen als een afwijzing.' Het ICODO richt zich voor wat betreft de kennisbevordering vooral op huisartsen, maatschappelijk werkers en eerste lijns-psychologen. In de huisartsenopleiding van de medische faculteit van de universiteit van Nijmegen, Utrecht, de Vrije Universiteit en en de Universiteit van Amsterdam is sinds een aantal jaren plaats ingeruimd voor een cursus die is gericht op het onderkennen van problemen die samenhangen met de oorlog bij patienten.

Weerts: 'Onder huisartsen leeft nog steeds heel sterk het idee: deze problemen zijn zo ingewikkeld, daar kan ik niets aan doen. En ook zeggen ze: 't is zo zeldzaam, dat komt in mijn praktijk niet voor. Het komt natuurlijk wel voor, de vraag is of de hulpverlener het herkent.' Voor de toekomst voorziet Weerts dat het werkterrein van het ICODO zal worden uitgebreid tot slachtoffers van collectief geweld. 'De komende tien tot vijftien jaar blijft zorg voor oorlogsgetroffenen noodzakelijk maar parallel daaraan willen we ons gaan bezighouden met slachtoffers van terreuracties, vliegtuigkapingen en gijzelingen.' Stijgend aantal tweede generatie oorlogsslachtoffers