Sprookje van pond voorbij

Het sprookje is voorbij. Gisteren is het Britse pond sterling met ruim vier cent gekelderd, nadat het eerder deze week al twee cent had moeten prijsgeven. De hoop dat de munt spoedig tot het Europese Monetaire Stelsel (EMS) zou toetreden is vervlogen met uitspraken van premier Thatcher en de Westduitse bankpresident Karl Otto Pohl die beiden de Britse inflatie (10,6 procent) te hoog vinden voor een spoedige toetreding.

Deelname aan het EMS, het Europese stelsel van binnen smalle marges schommelende wisselkoersen, zou een einde maken aan de hevige koersfluctuaties van het pond en zodoende de munt aantrekkelijker maken voor beleggers. De hoge Britse rente van vijftien procent zou ongestraft omlaag kunnen omdat buitenlandse beleggers voor het lagere risico best wat rente-inkomsten willen afstaan. Een lagere rente zou een opluchting zijn voor de Britse huiseigenaren en bedrijven die geld moeten lenen.

In reactie op de sinds mei aanzwellende geruchten dat het pond 'spoedig' tot het wisselkoersmechanisme zou toetreden, besloten de afgelopen maanden steeds meer beleggers alvast ponden te kopen nu deze in hun ogen nog laag geprijsd was als instabiele munt. De koers liep op en stond begin deze week nog op 3,3385 gulden tegen 3,2820 gulden aan het slot gisteren.

De geruchten kwamen een paar maanden gelden op gang toen de Britse premier Thatcher liet doorschemeren dat ze niet langer een toetreding om principiele redenen zou afwijzen. Toetreding betekent dat de munt via sturing van rente, begrotingstekort en andere economische instrumenten op een nagenoeg vaste koers wordt gehouden ten opzichte van de andere deelnemende valuta. De beleidsmakers moeten zich met bij voorbeeld de rentepolitiek veel sterker aan andere landen conformeren, het verlies van een stukje souvereiniteit waar Thatcher veel moeite mee had. Haar vorige minister van financien Lawson moest vorig jaar het veld ruimen toen hij al te snel het pond wilde 'weggeven'. Thatcher, die al elf jaar aan het bewind is en graag als eerste Britse premier een vierde termijn begint, erkende begin dit jaar dat de hoge rente de economie teistert en de kans op herverkiezing doet slinken. Toetreding met een lagere rente leek daarom alsnog het minst slechte alternatief.

Afgelopen woensdag zette Karl Otto Pohl, de machtige president van de Duitse centrale bank, het pond op zijn plaats: hij constateerde dat de inflatie in Groot Brittannie (10,6 procent) ver boven het niveau in de Bondsrepubliek (2,8 procent) en het gemiddelde bij de lidstaten (5 procent) ligt. De grotere Britse geldontwaarding zou het pond onder aanhoudende druk zetten en daarom een snelle toetreding onwenselijk maken. Pohl heeft zich zonder succes tegen een geforceerde monetaire eenheid in beide Duitslanden verzet, maar wil niet nog eens capituleren voor hogere politieke belangen. Het gezag van Pohl werd onderstreept door een koersdaling van het pond met een paar cent.

Thatcher ging er niet tegen in. Tijdens een bezoek aan het Zwitserse Bern erkende ze dat de Britse inflatie nog zeker een paar procent omlaag moet voordat toetreding realistisch wordt.

Dat het pond op haar woorden nog sneller duikelde dan na de opmerkingen van Pohl, onderstreepte dat de munt nog altijd een soevereine munt is die niet volledig vanuit Frankfurt wordt gedirigeerd.

De bezwaren van Thatcher zijn nu van praktische in plaats van principiele aard, maar het gevolg blijft hetzelfde: vertraging van de Europese monetaire eenwording die zou moeten uitmonden in een Europese munt, de ecu.