SPRAAK

B. F. Skinner is dood. In alle necrologieen staat te lezen dat hij een belangrijk boek heeft geschreven over taal: Verbal Behavior. Stel, u leest zo'n stuk en komt daarin bijvoorbeeld tegen dat Skinner ' geheel tegen de zin van linguisten het gebruik van taal beschouwde als een aangeleerd proces, steunend op beloning en bestraffing' (de Volkskrant) of dat Skinner probeerde te bewijzen dat taal geleerd wordt met behulp van 'operante mechanismen' en dat die stelling hem op een harde terechtwijzing van Noam Chomsky kwam te staan (NRC Handelsblad). Uw nieuwsgierigheid is geprikkeld, maar u begrijpt er niet veel van. Dus u denkt: daar wil ik meer van weten. Omdat u de geinteresseerde leek bent voor wie de Prisma van de taal is bedoeld, schafte u dat redelijk geprijsde boekje met 2000 taalkundige begrippen van A tot Z verklaard onlangs aan. U kijkt onder 'behaviorisme'. En u vindt geen Skinner of Verbal Behavior. Alleen een heel algemene omschrijving van wat behaviorisme is. U wordt dus nergens ook maar een cent wijzer. Goed. Kan gebeuren. Maar stel nu dat uw buurman een hersenbloeding krijgt en afatisch wordt, of de juf op school vertelt u dat uw zoontje dys-lectisch is, of u merkt dat hij ineens stottert. U wilt een idee krijgen van wat dat inhoudt, en grijpt weer naar uw Prisma van de taal. U kunt zichzelf de moeite besparen: u grijpt mis. Ooit opgevangen misschien dat mensen verschillende taalregisters tot hun beschikking hebben (tegen de koningin zeg je niet gauw 'he wijffie')? Taalregister noch register staat erin.

Of u bent dol op taalspelletjes en -grapjes? Met Opperlands, anagram, spoonerisme en rebus wordt u bediend, maar cryptogrammen, malapropismen, en Tom Swifties ontbreken. Door allerlei advertenties nieuwsgierig geworden naar wat 'neurolinguistisch programmeren' toch mag wezen? Dat gaat al beter: neurolinguistiek staat erin. En nog mooier, als u meer wilt weten, kunt u een van de gespecialiseerde inleidingen raadplegen die zijn opgenomen in de bibliografie.

De bibliografie. Het is me niet gelukt die te vinden. Wel kwam ik al zoekend allerlei talen tegen; het Tigrienja, het Bengali, het Makua, het Frygisch, het Kazachs, het Mordwiens, en zo zijn er nog tientallen exotische namen in deze Prisma te vinden. Onder 'taal' valt te lezen dat er zo'n vijfduizend talen bestaan, die er natuurlijk niet allemaal instaan, want het boekje kent maar tweeduizend ingangen. Wat de criteria zijn geweest voor het wel of niet opnemen van een bepaalde taal? Joost mag het weten. Ik weet het, geen enkel lexicon is compleet. Maar met de inhoud van de omschrijvingen is het nog veel treuriger gesteld. Niet alleen heerst ook daar de willekeur, maar bovenal spreekt uit de uitleg onbegrip.

Heleen Kost begrijpt te weinig van taalkunde om er een lexicon over te kunnen samenstellen. Ze weet bijvoorbeeld niet dat letters en spraakklanken verschillende dingen zijn (het Nederlands kent zo'n veertig spraakklanken, maar we hebben maar zesentwintig letters om die weer te geven). Dat blijkt althans uit het lemma 'vingeralfabet'. Dat is volgens haar een ' Symboolsysteem ontwikkeld ten behoeve van het onderwijs aan doven, waarbij iedere spraakklank wordt weergegeven door een afzonderlijk gebaar van de vingers'.

Maar het woord zegt het eigenlijk al; het vingeralfabet dient om de letters weer te geven.

Het bewijst dat Kost niet weet waarover ze praat. Het gevolg is dat sommige van haar omschrijvingen onbegrijpelijk zijn, en haar uitleg bij bijvoorbeeld tranformationeel-generatieve grammatica eigenlijk een dijenkletser.

De geinteresseerde leek is hiervan de dupe; die heeft niets aan dit boek.

    • het Spectrum 1990
    • Liesbeth Koenen Prisma van de Taal