Sovjet-islamieten zijn sterk verdeeld over Golfcrisis

UTRECHT, 22 sept. 'In de islamitische Sovjet-republieken heerst de overtuiging dat er op het ogenblik een wereldwijde aanval plaatsheeft van het christendom op de islam', aldus dr Rafik Alijev, een van de deelnemers aan het vijftiende Arabisch-Islamitische Congres dat deze week in Utrecht is gehouden. Volgens de 40-jarige islamoloog uit Azerbajdzjan, lid van de Academie van Wetenschappen in Bakoe, zijn de Sovjet-moslims niettemin sterk verdeeld over de Golf-crisis, 'al spreekt het de mensen zeker aan dat Saddam Hussein het als moslim tegen het Westen heeft opgenomen'. In de Sovjet-Unie leven naar schatting 65 miljoen moslims, waarmee de USSR qua aantal de vijfde islamitische natie ter wereld is. De meeste Sovjet-islamieten zijn afkomstig uit het shi'itische Azerbajdzjan en de soennitische Centraal-Aziatische republieken Oezbekistan, Tadzjikistan, Kazachstan, Kirgizie en Toerkmenistan. In de afgelopen zeventig jaar leidde de islam een sluimerend bestaan in de Sovjet-Unie. Openlijke belijdenis van het geloof was niet toegestaan. Telde de Centraal-Aziatische republieken in 1917 veertigduizend moskeeen, twee jaar geleden waren daar slechts tweehonderd van over. Nog in 1986 verklaarde Michail Gorbatsjov: 'We moeten een stringend en compromisloos gevecht aangaan tegen alle religieuze uitingen en derhalve onze atheistische propaganda verhevigen.'

Wat betreft de islam speelde daarbij zeker de demografische ontwikkeling een rol. Als de huidige bevolkingsopbouw doorzet, zal over tien jaar een vijfde deel van alle Sovjet-burgers islamiet zijn, oftewel een op de drie soldaten van het Rode Leger. Inmiddels is het centrale bewind in Moskou overstag gegaan en hebben de moslims veel meer vrijheid gekregen. Sommige waarnemers spreken sindsdien over de grootste moslim-revival ter wereld. Moskeeen schieten als paddestoelen uit de grond, het aantal islamitische instituten is in vijf jaar tijd verdrievoudigd en vijftienhonderd Sovjet-burgers kregen dit jaar toestemming voor een haj naar Mekka. 'De terugkeer naar de religieuze waarden en normen vindt in een duizelingwekkend tempo plaats', meent dr. Alijev. 'Hoe langer hoe meer komen ook de plaatselijke partijbonzen en bureaucraten openlijk uit voor hun islamitische identiteit.'

Van oudsher behoort een groot deel van de Sovjet-islamieten in Centraal-Azie tot een van de semi-clandestiene broederschappen, waaronder de soefi's. Deze beweging gaat uit van een direct, persoonlijk contact met God in een religieus systeem zonder clericale hierarchie. De aanhangers van deze mystieke tak van de islam verschillen in wezen niet veel van andere moslims maar het geheime karakter van hun broederschappen maakt controle van buitenaf praktisch onmogelijk. Het feit dat de overheid de officiele vertegenwoordigers van de islam geen strobreed meer in de weg legt wordt dan ook wel verklaard uit de heersende angst voor een door de goed georganiseerde broederschappen voorbereide opstand tegen het centrale bewind in Moskou. Dr. Alijev acht een jihad tegen de Russische republiek echter 'zeer onwaarschijnlijk, althans zeker in de eerstkomende tien jaar'.

Dat heeft volgens hem alles te maken met de specifieke geschiedenis van de islamitische Sovjet-volkeren. Anders dan in Iran of het Midden-Oosten vormt de islamitische identiteit, met name in Centraal-Azie, de voornaamste drijfveer voor etnisch nationalisme. 'Op lokaal niveau kan dat soms wel leiden tot anti-Russische pogroms maar de kans dat moslim-volkeren elkaar onderling in de haren vliegen is vooralsnog veel groter', aldus Alijev. Hij doelt daabij onder meer op recente rellen tussen Mescheten en Oezbeken en tussen Kirgiezen en Oezbeken. Deze bloedige botsingen stellen volgens de Azerbajdzjaanse islamoloog en filosoof niet alleen de onderlinge samenwerking tussen de diverse islamitische bewegingen op losse schroeven, 'maar ze vertragen ook de liquidatie van het gehele politieke systeem.'

Herwaardering

De herkregen religieuze en andere vrijheden hebben tot nu toe vooral geresulteerd in een herwaardering van de eigen geschiedenis. Zo pleiten de autoriteiten in Tadzjikistan voor de herinvoering van het Arabische schrift. 'In Azerbajdzjan bestuderen we koortsachtig de fundamenten van onze nationale identiteit en de wortels van onze cultuur. Wat dit aangaat, kunnen de afgelopen drie jaar vergeleken worden met de vijftig jaar daarvoor', aldus Rafik Alijev. Volgens hem identificeren zijn landgenoten zich daarom ook meer met het etnisch verwante Turkije dan op het aangrenzende, shi'itische Iran. Dat land steunde Azerbajdzjan weliswaar tijdens de burgeroorlog met Armenie, maar die hulp stelde volgens Alijev in de praktijk weinig voor. Enerzijds wegens de Iraanse wens Moskou niet te veel voor het hoofd te stoten, anderzijds wegens de aanwezigheid van een omvangrijke Azerbajdzjaanse gemeenschap aan de Iraanse kant van de grens en de eis van het Azerbajdzjaanse Volksfront de over twee landen verspreide Azeri uiteindelijk bijeen te brengen in een islamitische Azerbajdzjaanse republiek.

Zelfs het gegeven dat tachtig procent van alle islamieten in de Sovjet-Unie tot een der talrijke Turkse volkeren behoort, zal volgens Alijev niet tot eenheid leiden. 'De opkomst van de islam voorziet in de eerste plaats in eenopvulling van het ontstane machtsvacuum', stelt hij. 'Ook de stichting van autonome, islamitische republieken zal binnen de kortste keren tot onderlinge verdeeldheid leiden. Want de Sovjet-Unie heeft nu eenmaal een stadium bereikt waarin geen enkele ideologie het langer dan tien jaar zal uithouden.'

    • Alfred van Cleef