Slagveld Cambodja

Na meer dan twee jaar van vruchteloze onderhandelingen lijken de strijdende partijen in Cambodja eindelijk op weg naar vrede. In een gezamenlijk communique zien zij een belangrijke rol weggelegd voor de Verenigde Naties in afwachting van nationale verkiezingen. Voor het eerst stonden vertegenwoordigers van de drie guerillabewegingen en de regering in Phnom Penh hand in hand voor de camera's. Maar Cambodja is nagenoeg ontoegankelijk voor journalisten en wat er werkelijk gebeurt weet men niet. Alleen door toeval is een glimp op te vangen van het strijdtoneel.'Z e beloofden dat er vrede zou komen zodra de Vietnamezen zouden vertrekken. Maar wat gebeurt er? Ze vallen met man en macht aan, beschieten onze dorpen, doden onze jonge mannen, dwingen onze meisjes... u begrijpt wel wat ik bedoel.' Try Chheang Huot staart voor zich uit. Hij is vice-gouverneur van Sisophon, hoofdstad van de provincie Banteay Meanchay in het Noordwesten van Cambodja. Hoofdstad is een groot woord voor het stoffige, slaperige oord dat op dit hete uur enigszins doet denken aan een stadje uit een western. Af en toe komt een paard en wagen langs en wordt de onderuitgezakte vice-gouverneur met een korte tik tegen de rand van de hoed gegroet. Maar net als in een western is de lome rust hier bedrieglijk. 's Nachts wordt Sisophon regelmatig beschoten door troepen van de verzetscoalitie die onder leiding staat van voormalig koning en president Norodom Sihanouk en waar nu ook de Rode Khmer deel van uitmaakt. Wanneer Try Chheang Huot over de Rode Khmers begint te spreken duurt het niet lang voor de tranen over z'n wangen biggelen. Met een mengeling van machteloosheid en woede vertelt hij de verhalen die iedere Cambodjaan steeds opnieuw herhaalt: over vermoorde familieleden en vrienden, over martelingen en over de burgeroorlog die het land nu al tien jaar, sinds de Vietnamezen een einde maakten aan het regime van de Rode Khmer, in z'n greep houdt.

Na de officiele terugtrekking van Vietnamese troepen in september vorig jaar laaide de burgeroorlog in alle hevigheid op. De aan Thailand grenzende provincie Banteay Meanchay vormde een van de voornaamste doelwitten van het verzet. Vanuit de vluchtelingenkampen net over de Thaise grens begonnen de guerilla's een grootscheeps offensief dat in enkele maanden leidde tot de verovering van dorpen en gehuchten, waaronder het belangrijke verbindinsstadje Svay Chek, op zo'n twintig kilometer van Sisophon. ' Svay Chek viel na drie weken heftige strijd, met vaak meer dan 1000 mortierinslagen per etmaal, ' vertelt Try Chheang Huot. ' Ons elfde regiment heeft daarna een verdedigingsgordel rondom Sisophon opgeworpen.'

Sisophon is met zijn 35000 inwoners van strategisch belang, omdat het stadje op het kruispunt ligt van de Nationale Routes 5 en 6, richting Battambang en Siem Reap. Battambang is de op een na grootste stad van Cambodja en nabij Siem Reap liggen de symbolisch belangrijke tempels van Angkor, de overblijfselen van het eens machtige Khmer-rijk, waar prins Sihanouk en de Rode Khmer zo graag aan refereren. Hoewel regeringstroepen in de weken voor onze komst Svay Chek hebben heroverd denkt Try Chheang Huot niet dat de vijand daarmee is verslagen. ' Het probleem met de Rode Khmer is dat ze overal kunnen opduiken waar je ze niet verwacht, ' zegt hij. ' Ze hebben bases en munitievoorraden in de bossen, in de jungle, op bergkammen waar we ze niet kunnen bereiken. China geeft hen zoveel wapens dat ze de strijd gemakkelijk jaren kunnen volhouden.'

Try Chheang Huot schenkt nog eens een bier in. Het is tien uur in de ochtend en een verzengende zon zorgt er voor dat haast niemand zich op het dorpsplein waagt. In een teug slaat de vicegouverneur z'n glas achterover. Hij herinnert zich de tijd dat hij in Californie studeerde. Het was de flower-power periode en uit de ramen op de campus hing een spandoek met een tekst 'Make love, not war'. ' Mijn terugkeer naar Cambodja viel samen met het begin van een tragedie die tot de dag van vandaag voortduurt, ' zegt Try Chheang Huot en hij neuriet zachtjes zijn favoriete deuntje uit zijn studietijd: 'The river of no return'.

Veiligheid

De reis naar Sisophon, waar we die ochtend zijn aangekomen, is op een typisch Cambodjaanse manier 'geregeld'. Het ministerie van buitenlandse zaken in de hoofdstad Phnom Penh geeft journalisten geen toestemming om het front langs de Thaise grens te bezoeken. De officiele reden is dat men de veiligheid van de gasten in dit gebied niet kan garanderen. Bij gebrek aan toestemming behandelen we de veel efficientere weg van de omkoping. De traditie van het 'bonjouring' stamt uit de tijd dat Cambodja nog een Franse kolonie was en een handdruk waarmee wat geld gepaard ging vaak wonderen deed. Nog steeds staat het Franse woord 'regler' voor alles wat officieel niet mag en toch mogelijk wordt gemaakt. ' De stad lacht de staat uit, zoals een overspelige vrouw haar domme echtgenoot' schrijft Konrad ergens, en die zin drukt precies uit hoe de Cambodjanen zich door het leven heenslaan. We krijgen te horen dat vanaf het vliegveld van Phnom Penh 's ochtends vroeg een helicopter met een aantal ingenieurs naar de provincie Banteay Meanchay zal vertrekken, waar men de schade die het verzet aan bruggen en wegen heeft toegebracht zal inspecteren. Voor honderd dollar kijken enkele veiligheidsfunctionarissen de andere kant op en is de Russische piloot bereid om twee journalisten, een cameraman en een fotografe mee te nemen op voorwaarde dat we nog dezelfde dag met hem zullen terugvliegen. Eenmaal in Sisophon ontvangen de autoriteiten ons alsof ze ons verwachten. De communicatielijnen in Cambodja functioneren helemaal niet of uiterst traag en hier neemt men zonder meer aan dat we de vereiste toestemming van het ministerie hebben. De aloude Aziatische angst voor gezichtsverlies weerhoudt de provinciale bestuurders er kennelijk van om hun verbazing over onze komst uit te spreken. We besluiten om deze plotse vrijheid uit te buiten en verschijnen niet meer op onze afspraak met de helicopterpiloot.

Waterbuffels

De weg van Sisophon naar het 24 kilometer verderop gelegen Svay Chek is niet meer dan een zandspoor, omzoomd door rijstvelden. Er kan dit jaar alweer alleen maar sporadisch geoogst worden. Waterbuffels, het kostbaarste bezit van de gemiddelde boerenfamilie, trappen vaak op de mijnen die de strijdende partijen begraven voor ze zich terugtrekken. In het district Svay Chek, waar de burgeroorlog steeds heen en weer golft, weet niemand meer waar de mijnen precies liggen en hoeveel het er zijn. De mijnen die de Rode Khmers gebruiken zijn van Chinese makelij; ze doden hun slachtoffers niet, maar rukken ze een arm of een been af. Op die manier berokkenen ze meer schade aan de economie, is de redenering. Vanwege de mijnen is er langs de hele weg naar Svay Chek een draad gespannen; betreden van het achterliggende gebied, waar toch het voedsel vandaan moet komen en huizen weer opgebouwd dienen te worden, is voor eigen risico. We rijden op een tank richting Svay Chek en passeren hele kolonnes vluchtelingen die met hun schamele bezittingen op hun ossekarren gepakt op weg zijn, sommigen richting Svay Chek, anderen de kant van Sisophon op. Niemand lijkt te weten waar het veilig is. De vlucht is in dit gebied een doel op zichzelf en voor de families die voorbijtrekken is de ossekar al lang hun enige woning. Veel kinderen lopen met krukken. In dit gebied zijn 25000 mensen ontheemd, vertelt Try Chheang Huot, die ons begeleidt op weg naar een vluchtelingenkamp in de buurt van Svay Chek. Daar wachten mensen tot ze kunnen terugkeren naar hun dorp, waar regeringssoldaten bezig zijn de mijnen zoveel mogelijk op te ruimen. In het kamp vertelt een man dat Svay Chek werd ingenomen door de nationalistische KPNLF (Khmer Peoples' National Liberation Front) van Son Sann een van de drie verzetsfracties, maar hij heeft in de buurt ook Rode Khmers en guerilla's van prins Sihanouk gezien. Zijn vader heeft hem nog opgevoed met het idee dat Sihanouk een soort God-Koning was, zegt de man. Later heeft hij met eigen ogen gezien wat de duivelse Rode Khmers in het land aanrichtten. Hij kan niet begrijpen dat Sihanouk nu samen met dezelfde Rode Khmer oorlog voert in Cambodja.

Geblakerde staketsels

Tien kilometer verderop ligt Svay Chek. De meeste huisjes aan de rand van het dorp zijn afgebrand. Hier en daar smeulen de geblakerde staketsels nog na. Hoewel Svay Chek vrijwel verlaten is wordt het dorp vanuit guerillakampen nog regelmatig beschoten, zodat het voor de provinciale autoriteiten moeilijk is om te besluiten de vluchtelingenkampen te ontruimen. In ons gezelschap is de gouverneur van de provincie, de pas tweeendertigjarige Ith Loeur. Monter vertelt hij dat de guerilla's zich nu vrij ver in de bergen hebben teruggetrokken en dat de regeringstroepen een groot offensief voorbereiden. Om dat te demonstreren schieten zijn soldaten, die iets buiten Svay Chek hun basis hebben, kanonnen af in de richting van het dichtbeboste gebied dicht bij de Thaise grens, waar men guerillakampen vermoedt. Onmiddellijk na het salvo blijkt Ith Loeur heel wat minder overtuigd van de superioriteit van z'n troepen; haastig worden we gelast op een tank plaats te nemen die het dorp zo snel mogelijk achter zich laat, op weg naar Sisophon. Die nacht horen we vanaf het balkon van ons onderkomen in Sisophon langdurige beschietingen uit de richting van Svay Chek.' De minister verzoekt u hem te vergezellen op weg naar Battambang.'

Hoewel de functionaris die me met deze mededeling wekt vriendelijk blijft kijken laat hij er geen twijfel over bestaan dat dit verzoek gelijk staat aan een bevel. De autoriteiten hebben inmiddels bericht ontvangen uit Phnom Penh dat we hier zonder toestemming zijn en we zullen nu in een escorte van de minister van transport terug moeten keren naar de hoofdstad. De weg loopt via Battambang en dat is een uitgelezen kans om deze plaats te bezoeken. Volgens het verzet zijn er in Battambang, vanwege z'n enorm strategisch belang, duizenden Vietnamese elitetroepen gestationeerd, gekleed in Cambodjaanse uniformen. Dat is wellicht de belangrijkste reden waarom het ministerie in Phnom Penh verzoeken van journalisten om naar Battambang te reizen al geruime tijd afwijst. Officieel heet het nu eens dat de wegen te slecht zijn, dan weer dat de veiligheid niet gegarandeerd kan worden. Op weg naar Battambang begin ik de waarde van die twee argumenten in te zien; de rijstvelden langs de weg lijken beter berijdbaar dan de weg zelf, maar voor die stukken land geldt nog sterker het gevaar van mijnen. De weg, of wat daarvoor doorgaat, kent slechts hier en daar verharde gedeeltes, voor de rest is het een stoffige verzameling kuilen en kraters, die duidelijk maken hoe moeilijk het in Cambodja is om vluchtelingen te bevoorraden of om troepen te verplaatsen in een strijd tegen guerilla's. De minister schijnt de deplorabele toestand van de verkeersader nauwelijks te deren. Bij tijd en wijle stapt hij uit om een brug te inspecteren, maar hij schept aanzienlijk meer genoegen in het afschieten van een granaatwerper. Telkens wanneer we stoppen beveelt hij zijn lijfwacht het schiettuig te laden, waarna hij het nonchalant afvuurt in het vrije veld. Rustig wacht hij tot enkele honderden meters de granaat explodeert, waarop de reis kan worden voortgezet.

Battambang

Eenmaal in Battambang aangekomen lukt het me om de lunch in het gemeentehuis te vermijden en het dichtbijgelegen pagodeterrein op te gaan. Het vrolijke geroezemoes dat opklinkt uit een open bijgebouw waar tientallen monniken gezamenlijk de maaltijd gebruiken valt op slag stil wanneer men mij gewaar wordt. Ik begroet de monniken met de traditionele sompeah (waarbij de handen gevouwen naar de kin worden geheven) en een van hen gebaart me te gaan zitten. Een jongetje brengt een bord met rijst, bananen en wat vruchten. ' Ruski?' vraagt een wat oudere monnik. Mijn ontkenning in het Frans wekt verwondering. Na enige tijd gedelibereerd te hebben vragen ze naar de toestand in Phnom Penh en Sisophon. Op mijn beurt vraag ik of er rond Battambang vaak gevochten wordt. De oudere monnik zegt dat er eind maart hevige aanvallen zijn geweest, maar dat de regering alles nu onder controle heeft. ' De regering of de Vietnamezen?' vraag ik. Besmuikt gelach is de enige reactie. ' Zijn er veel Vietnamese soldaten in Battambang?' probeer ik weer. De monnik kijkt me even aan en keert vervolgens een kommetje rijst om op het bord dat ik zojuist terzijde heb geschoven. Met een stokje verspreidt hij de rijstkorrels over het bord. ' Kunt u ze tellen?' vraagt hij, waarop onze disgenoten in bulderend gelach uitbarsten.

Offensief

In de weken na het bezoek aan Cambodja blijken de berichten over een sterke controle van het regeringsleger te berusten op zelfoverschatting of wishful thinking. Eens te meer laten de Rode Khmers zien dat ze hard kunnen toeslaan op het moment dat hen dat uitkomt. In een offensief dat in zeven provincies tegelijk losbarst veroveren de guerilla's grote gebieden en brengen ze enorme verliezen toe aan de troepen van premier Hun Sen. De reele dreiging dat massamoordenaar Pol Pot opnieuw de macht in Cambodja zou kunnen overnemen leidt er toe dat de Verenigde Staten hun politiek wijzigen en kontakt opnemen met Vietnam om te praten over een vredesregeling. Vorige week heeft volgens diplomaten een grote doorbraak plaatsgevonden, omdat eerst China en vervolgens de Rode Khmer hebben ingestemd met een plan dat het bestuur van het land tijdelijk overdraagt aan de Verenigde Naties, die zouden moeten toezien op de ontwapening van de strijdende partijen en op de organisatie van vrije verkiezingen. Premier Hun Sen heeft zich echter altijd verzet tegen een ontmanteling van zijn regering met als argument dat de Rode Khmers over geheime wapenvoorraden beschikken en op ieder gewenst moment de strijd kunnen hervatten. Hun Sen houdt vooralsnog vast aan zijn positie, zodat ook deze poging om tot vrede te komen in Cambodja ondanks alle optimistische geluiden uiterst fragiel is.

    • Jos de Putter