Ritzen handhaaft voorkeurspositie allochtone student

ROTTERDAM, 22 sept. Minister Ritzen (onderwijs) blijft allochtone studenten die een studie willen volgen waarvoor een studentenstop geldt, voorrang geven boven andere studenten. Wel komen minder studenten voor deze vorm van positieve discriminatie in aanmerking dan de minister oorspronkelijk van plan was. Dit blijkt uit de nieuwe 'Nota van wijziging op de wet voor het hoger onderwijs' die hij deze week naar de Tweede Kamer heeft gezonden.

In april wilde de minister het wetsvoorstel nog zo wijzigen dat alle allochtone studenten een extra kans zouden krijgen om in een gesloten richting aan een studie te beginnen. Dit zou moeten gebeuren door ze zonder meer in te delen in de categorie 'studenten met de hoogste eindexamencijfers'. Dat levert de grootste kans op om te worden ingeloot. De regeling zou, volgens Ritzen, ook moeten gelden voor allochtonen uit de tweede en de derde generatie.

Ritzen beperkt nu de groep allochtone studenten met een voorrangspositie tot studenten uit minderheidsgroepen waarvan aanzienlijk minder scholieren na het voortgezet onderwijs gaan studeren dan bij andere groepen. De minister komt daarmee tegemoet aan de kritiek die de Raad van State en de Onderwijsraad hebben geleverd op de Nota van wijziging.

Volgens de Onderwijsraad was de groep te ruim geformuleerd. Bovendien, aldus de Onderwijsraad, worden de kansen op hoger onderwijs voor allochtonen bepaald door hun kansen in het voorafgaande traject. De raad wijst erop dat die het gunstigst zijn als allochtonen vanaf de basischool in Nederland onderwijs hebben gevolgd.

In hun commentaren leverden Raad van State en Onderwijsraad scherpe kritiek op de veranderingen die de minister in het wetsvoorstel aanbracht. Zij vonden dat de minister voor de wijzigingen te weinig argumenten aanvoerde. De Onderwijsraad wees er daarnaast op dat Ritzen erg veel bevoegdheden bij de universiteiten en hogescholen legt. De raad betwijfelde of de minister zijn verantwoordelijkheid voor de deugdelijkheid van het hoger onderwijs straks nog wel kan waarmaken.

Ritzen ziet op aandringen van de beide adviescolleges nu ook af van zijn plan om een apart bureau op te richten dat een register voor het hoger onderwijs zou moeten gaan beheren. Die taak krijgt de inspectie er nu bij. In het register moeten de universiteiten en hogescholen beschrijven welke opleidingen zij verzorgen en welk kwaliteitsoordeel over deze opleidingen wordt gegeven door onafhankelijke deskundigen. Zowel de Raad van State als de Onderwijsraad zetten vraagtekens bij de zin van het registratiestelsel. Ze vrezen dat het stelsel alleen maar tot meer bureaucratie leidt.

De Raad van State heeft op uitdrukkelijk verzoek van de Tweede Kamer een reactie opgesteld op de Nota van wijziging. Minister Ritzen zei tijdens het debat met de Kamer, in april, dat zo'n advies niet nodig was omdat de aangebrachte wijzigingen gering waren. Drie weken na het debat had de Raad van State een advies over de Nota opgesteld. Minister Ritzen heeft dit advies, met zijn reactie daarop, deze week naar de Kamer gestuurd.