Openhartig Frans filmportret van Nederlands koningshuis

UTRECHT, 22 sept. Dit weekeinde vertonen de Nederlandse Filmdagen twee keer een unieke Franse televisiedocumentaire uit de serie Etoiles, getiteld Juliana de Hollande. Een fragment werd in de VPRO-serie Zomergasten onlangs uitgekozen door Adelheid Roosen. Een eeuw oranjevorstinnen op de troon is het onderwerp van een adembenemende compilatie van archiefmateriaal, poetisch en psychologiserend becommentarieerd door Frederic Mitterrand. In zijn stem klinkt jaloezie door op een land met een monarchie waar je een schitterend familie-epos over zou kunnen schrijven. Omgekeerd geldt onze afgunst regisseur Philippe Venaut dat hij zo'n film heeft kunnen maken. In Nederland zou niet alleen de RVD een belemmering hebben gevormd, maar ook ontbreken de afstand en de filmische verbeeldingskracht om zo'n documentaire, wars van plichtmatige adoratie, tot stand te brengen. Venaut last ook speelfilmfragmenten in om de wederwaardigheden van de leden van het koninklijk huis meer dramatisch en historisch relief te geven: de overspelige professor aan de echtelijke ontbijttafel in Der blaue Engel als illustratie van koningin Wilhelmina's ingrijpen na de misstappen van prins Hendrik, een Duitse operettescene bij de verloving van prinses Juliana en prins Bernhard. De laatste komt uit de film naar voren als een sympathieke, wat roekeloze bon vivant, prinses Juliana wordt afgeschilderd als een sentimentele schat, bijna de perfecte belichaming van het beeld dat Fransen van Nederland hebben: eenvoudig, rechtschapen, rijk en een beetje boers.

Als de film een bredere verspreiding zou krijgen in ons land, ontstaat er een fikse rel. Volkomen ten onrechte, want Juliana de Hollande is een eerlijke, zij het overgedramatiseerde ode aan de Oranjemonarchie, die van staatsieportretten levende mensen maakt. Andere hoogtepunten van de tiende Nederlandse Filmdagen zijn de in een voorstelling vertoonde lange speelfilm Alissa in Concert van Erik van Zuylen en Paolo Pistolesi's korte film Schroderings Kat. Van Zuylens fil, die eerder van een gelijknamige theatervoorstelling deel uitmaakte, is misschien wel zijn meest consequente werk tot nu toe: een ironische fantasie over een celliste (Frances-Marie Uitti) die als Orpheus in het dodenrijk naar haar geliefde (Michael Matthews) zoekt.

Paolo Pistolesi, acht jaar geleden winnaar van de prijs voor de beste eindexamenproduktie van de Filmacademie (Weladam) wist eindelijk weer een film te voltooien. Schroderings Kat bevestigt Pistolesi's reputatie als een van de meest talentvolle Nederlandse filmers. Het mysteriespel is zowel een hommage aan magisch Amsterdam als de parafrasering van een requiemmis, met schoolkinderen als engelen en de galerij van een Bijlmerflat als altaar. Een man (Bruno Ganz) sterft in stilte en niemand weet dat er een lijk in die flat ligt. Pistolesi's fantastische juweeltje verdient internationale aandacht en minstens een Gouden Kalf.

Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst deelt jaarlijks 70.000 gulden uit aan een wisselend aantal regisseurs. Uit het aanbod van de recent zo tot stand gekomen films springen twee titels naar voren. Barbara Hin debuteert overrompelend met Door de muur, waarin twee naast elkaar gelegen trappenhuizen het decor vormen voor nog niet perfect gearticuleerde, maar visueel zeer inventieve interacties tussen de bewoners. Peter Dop maakte Baito, een aardig speelfilmpje met zijn broer, cutter Jan Dop, in de hoofdrol als Italiaanse tolbeambte, die in zijn autostrada-hokje gek wordt van het lawaai, dat vergeefs bestrijdt met Beethoven en dan de kont tegen de krib gooit.