Obligatiemarkt gelooft niet zo in officielevoorspellingen

UTRECHT, 22 sept. De Golfcrisis en de stijgende olieprijzen blijven de obligatiemarkt parten spelen. Dit in weerwil van de optimistisch lijkende vooronderstellingen omtrent de inflatie en olieprijsontwikkeling in 1991 van het IMF en het Centraal Planbureau. Via de Macro Economische Verkenning 1991 welke ter gelegenheid van de Miljoenennota werd gepubliceerd, maakt het CPB duidelijk in 1991 een gemiddelde invoerprijs van 21,50 dollar per vat te verwachten. De inflatie zou in dat geval 2 procent bedragen en het gemiddelde niveau van de lange rente 8 procent. In een van deze centrale projectie afwijkend scenario dat een prijs per vat ruwe olie van 30 dollar inhoudt wordt aangegeven dat de inflatie met drie kwart procent en de lange rente met een vol procent opwaarts zouden moeten worden bijgesteld. Voor het financieringstekort van het Rijk zou het 'olie-effect' neerkomen op 0,3 procent van het Nationaal inkomen, dat wil zeggen een bescheiden meevaller.

Voor 1992 liggen de zaken evenwel anders, doordat voor dat jaar uitgegaan wordt van een gemiddelde rentestand van slechts zes procent. Het financieringstekort zou bij een (onveranderde) rentestand van 8,75 procent vier miljard hoger uitkomen zodat in termen van de Miljoenennota het tekort niet op 5,2 procent (regeerakkoord 4,25 procent) maar op circa zes procent zou uitkomen.

Een pleister op deze toekomstige wonde is het gegeven dat ook elders, met name in West-Duitsland en in de Verenigde Staten met oplopende inflatiecijfers en begrotingstekorten moet worden geleefd.

Opmerkelijk in dit verband is dat het rendementsverschil binnen het 10-jaarssegment ten opzichte van Duitse staatsobligaties deze week is opgelopen van zo'n 15 tot 20 basispunten. Nadat door het Ministerie van Financien dinsdag de uitgifte van de 9 procent toonbanklening was gestaakt, noteerde deze gistermiddag in de markt 98,50 procent. Het effectief rendement ad 9,22 procent was nauwelijks hoger dan dat van concurrerende leningen. De Duitse mark kon, geholpen door een marginaal hogere Duitse geldmarktrente, zijn niveau van iets boven het EMS-interventiepunt (f. 1,1267) goed handhaven.

Eurokapitaalmarkt

Ondanks de gestegen olieprijzen konden de meeste obligatiemarkten terugzien op een rustige week qua koersfluctuaties en omzetvolumina. De richting waarin de rentestanden zich bewogen werd veelal bepaald door binnenlandse ontwikkelingen.

In de Verenigde Staten zorgde Fed-voorzitter Greenspan voor enige opschudding door ten overstaan van de Commissie Economische Zaken van het Congres zijn bezorgdheid aangaande de inflatoire ontwikkelingen binnen de Amerikaanse economie kenbaar te maken. In de maand augustus steeg de index voor consumentenprijzen met 0,8 procent.

De uitlatingen werden door de markt geinterpreteerd als uitstel van monetaire verruiming waarbij zelfs de mogelijkheid van een verhoging van de federal funds-rate niet werd uitgesloten.

Gevolg hiervan was dat de korte rente een stijging vertoonde. Gegeven het kleiner worden van de kans op een monetaire verruiming, welke op zich inflatieverhogend werkt, konden voor langlopende leningen donderdag koersstijgingen worden genoteerd.

Al met al vertoonde de Amerikaanse yieldcurve een vlakker verloop, een beeld dat ongebruikelijk is geworden sinds het begin van de crisis in het Midden-Oosten. Ook de 'spread' (het renteverschil) tussen binnenlandse en eurodollarleningen nam aan het einde van de week iets af, vermoedelijk ten gevolge van de aan kracht winnende dollar.

Het emissiefront van de eurokapitaalmarkt bood een weinig florissant beeld. De meeste activiteiten speelden zich af buiten de dollarsector. De Wereldbank emitteerde drie leningen in Italiaanse lires, Zweedse kronen en Japanse yens, waarvan de ontvangst goed was. Het Spaanse ministerie van financien maakte bekend dat de markt voor peseta-leningen weer was opengesteld voor buitenlandse debiteuren. Naar aanleiding van de kracht van de peseta, die toen tegen het EMS-interventiepunt aan lag, werd deze zogenaamde Matador-markt twee maanden geleden gesloten om zodoende de druk, veroorzaakt door de hoge Spaanse rente, van de peseta te halen.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek