Ik heb nog nooit langer dan jaar een constante vorm gehad; 10vragen aan Jan Timman

Jan Timman verkeert bij het Interpolis-schaaktoernooi in Tilburg in de onderste regionen van de ranglijst. Een merkwaardige ontwikkeling voor de 38-jarige schaker die in maart dit jaar tegen Anatoli Karpov uitkwam in de finale van het kandidatentoernooi met als inzet wereldkampioen Kasparov te mogen uitdagen. Timman verloor die tweekamp in Kuala Lumpur. Begin volgend jaar begint de nieuwe cyclus om de wereldtitel, iets waarnaar Timman uitkijkt. Heftiger is toch het verlangen naar een constante vorm. 'Dat zit me dwars. Ik heb nog steeds hoop dat het me zal lukken, maar ik ben hierin mijn eigen tegenstander.' Kunt u omschrijven wat u in Tilburg is overkomen? Het heeft me niet erg meegezeten, maar afgezien daarvan heb ik in veel partijen het middenspel slecht geschaakt. Iets dergelijks is me drie jaar geleden ook overkomen toen ik het toernooi in Linares won en vervolgens vlak daarna in Amsterdam heel slecht speelde. Kort geleden sloot ik het evenement in Praag winnend af, maar nu gaat het weer mis. Voor een dergelijk vormverlies heb ik eigenlijk geen volledig bevredigende verklaring. Je wilt partijen winnen en wanneer dat niet gemakkelijk gaat krijg je op een gegeven moment te maken met een ommekeer. Vervelend, maar ik denk toch dat het wat ver gezocht is om mijn nederlaag tegen Karpov hierbij te betrekken.

Hoe ingrijpend was die tweekamp tegen Karpov? Het vervelende met dit soort zaken is dat ze de toekomst bepalen, in die zin dat je wordt teruggeworpen. In dit geval was de nederlaag minder ingrijpend, omdat ik pas in een ver stadium van de kandidatenmatches ben gestruikeld. Het herstel ging daardoor sneller. Ik geloof niet dat ik van dit toernooi in Tilburg veel last zal hebben. Natuurlijk is een dergelijke score nooit leuk. Bij de openingen gaat alles in Tilburg nog wel goed. Dat is het terrein waarmee iedere schaker is vertrouwd. Het probleem ligt in het middenspel, de belangrijkste en moeilijkste fase. Er blokkeert niets, maar er is dan iets mis met wat je intuitief moet aanvoelen. Je overziet kleine dingen. Vervelend, maar van voorbijgaande aard. Ik maak me er in elk geval niet veel zorgen om.

Hoe luidt de zelfkritiek dan? Ik beschouw de huidige vorm niet als een crisis. Het is ook onjuist te veronderstellen dat de crises elkaar sneller zouden opvolgen. De laatste had ik in 1988, daarvoor in 1986. Wel zou ik graag eens een constante vorm zien te vinden en kunnen handhaven. Ik heb nog steeds de hoop dat dit zal lukken. Als ik eenmaal zover ben, dan kan ik in de volgende cyclus om de wereldtitel nog verder komen. Inderdaad, de uitdager van de wereldkampioen. In mijn hele schaakloopbaan is het nog niet gelukt een constante vorm langer dan een jaar vast te houden. Dat zit me dwars, het is een lastig probleem om op te lossen. Ik ben hierin mijn eigen tegenstander.

De gemiddelde professionele sportman staart bij dergelijke perikelen al snel naar het plafond in de spreekkamer van haptotherapeut Ted Troost. In welke vorm zoekt u hulp? Ik moet het zelf doen. De problemen waarmee schakers kampen zijn zo specifiek en dermate verweven met het spel dat je daar eigenlijk alleen met iemand over kan praten die je heel goed kent of iemand die zeer veel verstand van schaken heeft. Ik zou nooit langsgaan bij iemand als Troost of iemand anders die weliswaar zijn sporen heeft verdiend, maar in dit geval machteloos staat. De praktijk heeft bovendien bewezen dat ik altijd weer over tegenslagen heenkom.

Wordt de leeftijd een factor om rekening mee te houden? Ik denk over een aantal jaren, laten we zeggen de volgende eeuw. Deze eeuw speelt mijn leeftijd geen rol. Ik heb net als Kortsjnoi een late ontwikkeling gekend, wat dat betreft kan ik nog een aantal jaren vorderingen maken.

Maar hoe is het dan om van een 16-jarige jongen als Gata Kamski in Tilburg te moeten verliezen? Met het verliezen had ik absoluut geen moeite, wel om me tijdens de partij te concentreren. Kamski lispelt voortdurend. Hoorbaar denkt hij alle varianten uit. Ik denk dat hij dit zelf niet merkt, maar dat het een gewoonte is. Eigenlijk had ik moeten protesteren. Maar ach, een jongen van zestien. Daar houd ik dan niet zo van. Overigens kan Kamski in de toekomst nog een dominate rol in het schaken spelen. Zijn stijl is nu nog niet uitgekristalliserd. Hij heeft er nog wel eens zwakke dag tussen. Maar Kamski is door Botwinnik getipt als talentvolste Russische speler en sommige stellingen behandelt hij heel ervaren.

De toplaag van het schaken is door de jaren heen breder geworden, een gevolg van de populariteit en de commercie. Heeft dat naar uw mening de sfeer bij het schaken veel veranderd? Ik geloof nu niet dat de schaker zich vandaag de dag als manager opstelt. Er is aan de sfeer niet veel veranderd, er overheerst in elk geval geen Nieuwe Zakelijkheid. Schakers zijn dan ook niet echt zakelijk, anders hadden ze wel een ander beroep gekozen. Dat geldt ook voor mij. Natuurlijk zijn de omstandigheden en de voorwaarden er met prijzengeld en startgelden beter op geworden, maar dat heeft weinig invloed op het bord. Wat dat betreft is het met de ethische normen in de schaakwereld over het algemeen goed gesteld. Als spelers zich niet aan de etiquette houden betreft het meestal Sovjets of ex-Sovjets. Die tillen daar niet zo zwaar aan. Ik heb daar wel eens met andere topspelers over gesproken, maar het is heel goed mogelijk dat ze worden getraind in het op het psychologische vlak treffen van de tegenstander. Lang aankijken, hard op de klok slaan en meer van dit soort zaken. Het zijn methodes die eigenlijk van Kasparov afkomen. Karpov is dan toch een veel correctere speler. Jonge schakers kiezen natuurlijk hun voorbeeld, maar wat etiquette betreft is Kasparov niet zo gelukkig. Er zijn in het verleden al wat momenten met hem geweest, zoals het in zijn vuistje lachen bij de blunder van Karpov. Iedereen wilde dat nog eens zien. Wat dat betreft was het voor de populariteit van het schaken niet eens zo slecht, maar het kon eigenlijk niet. Nu kan je zeggen dat Kasparov zich destijds niet in de hand kon houden. Maar het gebeurt te vaak. Op een gegeven moment begrijp je toch dat het een onderdeel is van zijn wapenarsenaal.

Vormde de opstelling van Kasparov ook een van de redenen voor u om voorzitter van de Grand Masters Association te worden? Onder de omstandigheden was het de enige manier om de huidige problemen op te vangen. Vooral de houding van de wereldkampioen was problematisch, waarbij het hem vooral te doen was de overeenkomst met de wereldschaakbond ongedaan te maken. Dat is hem bijna nog gelukt ook via ongeoorloofde methodes, zoals bijvoorbeeld het in het vooruitzicht stellen van schitterende baantjes bij de tweekamp in New York. Dat is weer een voorbeeld dat de Sovjets niet begrijpen wat daar nu verkeerd aan is. Ik beschouw het thans als mijn taak maximaal profijt te trekken uit de overeenkomst met de FIDE. We hebben nu in elk geval geen last meer van voorzitter Campomanes. Hij kan niet zomaar beslissingen meer nemen zoals in 1985 toen hij eigenhandig de WK-tweekamp tussen Kasparov en Karpov stopzette. Die affaire vormde een aanleiding voor het oprichten van de Grand Masters Association. We hebben een tijd in de schaduw van de FIDE gewerkt, maar thans is de situatie anders.

De volgende WK-cyclus begint in januari. Ziet u daar tegen op? Natuurlijk is het een enorme opgave die veel spanningen met zich meebrengt, maar ik beschouw het toch meer als iets om naar uit te kijken. Tegen Karpov heb ik in de finale niet slecht gespeeld, maar het ontluisterende van schaken is dat een fout al het voorgaande tenietdoet. Nu ben ik van plan alle matches te winnen, hoewel de eerste, tegen Robert Hubner, al heel moeilijk zal worden. Hubner is een geduchte tegenstander. Ik zal in elk geval een match zonder secondaten spelen. Dat is eigenlijk een gevolg van de vorige cyclus. Tegen Karpov werd ik bijgestaan door Sax en Andersson, Hort is nooit meer naar Kuala Lumpur gekomen. Andersson en Sax hadden daar last van het klimaat. Juist toen ik ze heel hard nodig had bij het analyseren van de stelling van een afgebroken partij beschikten zij niet meer over genoeg energie om dit op een juiste wijze uit te voeren. Dat was heel vervelend. Natuurlijk kan je het ook zelf doen, maar zij waren er daar speciaal voor. Bovendien vertrouw je in die situatie op ze. Daar was ik dus niet erg tevreden over.

Na afloop van de match tegen Karpov moest u veel kritiek verwerken. Hoe gaat u daar in het algemeen mee om? Ik vind het kwalijk als er onwaarheden rondgaan, zoals bij dit toernooi in Tilburg waar ik met twee pionnen minder remise zou hebben aangeboden aan Andersson. Dat was uit de lucht gegrepen, verzonnen, maar het stond wel in veel kranten. Daar kan ik slecht tegen. Verder ben ik over het algemeen aan kritiek gewend geraakt. Ik vind het niet prettig, maar er zijn mensen die nog wel op mij zijn gesteld. Of heel Nederland bij vlagen tegen mij is? Die indruk had ik in elk geval wel na de verloren tweekamp tegen Karpov. Maar daarover ga ik me niet beklagen. Dat staat zo beroerd. Over het algemeen sta ik als een betweter bekend en ik geef de hoop niet zo snel op. Deze twee eigenschappen liggen niet in het verwachtingspatroon van de meeste Nederlanders.