Hoofdstad Berlijn het blijft een moeizame geschiedenis; Diplomatieke ruines en onzekerheid

BERLIJN, 22 sept. Op de plaats waar eens de Turkse ambassadeur charmante recepties gaf, werken nu autoprostitues tussen de bosjes hun klanten af. De bunker, het enige deel van het gebouw dat nog overeind staat, bewijst in dit verband ook goede diensten, net als de ruine van de Griekse ambassade aan de overkant van de straat. Planten overwoekeren de sierlijke trap naar de ingang van de kanselarij.

Dit zijn de resten van de diplomatenwijk in Berlijn, gelegen in het westelijk stadsdeel, armzalig overblijfsel uit de tijd van de Hoofdstad Berlijn, zoals deze in 1945 met het Derde Rijk ten onder is gegaan. De meeste landen hebben overduidelijk nooit meer omgekeken naar hun gebouwen of grond, maar hebben deze nog wel in bezit. De ruines en overwoekerde tuinen hebben derhalve wel diplomatieke status en zijn dus verboden gebied voor de Westberlijnse politie.

Dit tot vreugde van de prostitues, en van de krakers die huizen in de ambassade van Estland, in de veilige wetenschap dat hun woning niet ontruimd zal worden. Nou ja, zolang Estland door de Sovjet-annexatie een spookstaat blijft tenslotte. De recente ontwikkelingen in Tallin stemmen hen wat zorgelijk. Rustiger leeft de kunstenaar die de grond van de Afghaanse ambassade heeft omheind: in Kabul heeft men voorlopig andere zorgen.

Druipsteengrot

Pronkstuk in deze wijk van vergane glorie is de in 1942 in fascistische protsstijl geopende Italiaanse ambassade. Aan de ene kant is het reusachtige complex van deze as-mogendheid dichtgemetseld, de monumentale zijingang verandert sinds decennia langzaam in een druipsteengrot. De gefascineerde wandelaar die de hoek omgaat, merkt dat aan de Westzijde het gebouw keurig is onderhouden. Aan deze kant doet het gebouw dienst als 'militaire missie' van Italie.

Aan de overzijde van de straat heeft de voormalige as-mogendheid Japan haar niet minder imposante ambassadegebouw uit 1942 inmiddels keurig laten opknappen tot een in 1987 geopend handels- en cultureel centrum. Voor straf heeft het Westberlijnse gemeentebestuur, weinig gecharmeerd van deze complexloze omgang met het verleden, de straat langs de keizerlijke leeuwen voor de ingang omgedoopt in Hiroshima-straat.

Hoofdstad Berlijn het blijft een moeizame geschiedenis. Zonder dat er bommen aan te pas komen verdwijnt op 3 oktober weer een hoofdstad Berlijn, ditmaal die van de DDR. En er komt er eentje bij - Berlijn als hoofdstad van de Bondsrepubliek. Maar het is voorlopig nog zeer onzeker of parlement, regering en ministeries binnen afzienbare tijd uit Bonn naar Berlijn zullen verhuizen. Krijgt Berlijn, in de oostelijke helft van de stad, er nu een nieuwe hoeveelheid diplomatieke ruines bij? 'Het is hier nu heel gezellig', meent een vooraanstaand Westers diplomaat in Oost-Berlijn. 'Er is wel bijna iedere dag een afscheidsreceptie, want alle ambassadeurs zullen in de nacht van 2 op 3 oktober, zoals dat heet, defungeren'.

Zonder al te veel weemoed, zo verluidt in Oostberlijnse diplomatieke kring, 'we just fade away'.

Hongarije maakte zich als enig land aan vaandelvlucht schuldig, riep al begin dit jaar de ambassadeur uit de DDR terug en gaf de man in Bonn een tweede acreditatie in Oost-Berlijn.

Toen in de jaren zeventig steeds meer landen de DDR als staat erkenden, was er natuurlijk behoefte aan ambassades en residenties. Veel landen beschikten wel over onroerend goed in Berlijn, maar dat lag meestal in het westelijk deel van de door de Muur verdeelde stad: de ruines van vroeger en de consulaten in West-Berlijn, die omdat hun hoofden zijn geacrediteerd bij de Westerse geallieerden daar 'militaire missies' heten. De DDR-staat bood echter ruimhartig kantoorruimte te huur aan, veelal in wat onpersoonlijk aandoende nieuwbouwcomplexen. Als waardig onderkomen voor de ambassadeurs verrees in de wijk Pankow een tot voor kort zwaar bewaakt gettootje, bestaande uit tientallen eendere kubussen van rode baksteen. In architectonisch opzicht ontbeerde het diplomatieke leven in de 'Hoofdstad van de DDR' bepaald de elders vaak zo ruim voorhanden grote stijl en gratie.

Slechts de 'socialistische broederlanden' beschikken tot op de huidige dag over enorme, speciaal voor dit doel opgetrokken paleizen, waarin bureaucratien van ministeriele omvang het planmatig verloop van de onderlinge handel narekenden. De portier van de op het oog volstrekt verlaten Tsjechoslowaakse ambassade aan de Otto Grotewohlstraat kan niet zeggen wat er met het gebouw gaat gebeuren, en nee, er is ook niemand die de verslaggever over de toekomst van het gebouw te woord kan staan.

Dan lijken de landen van NAVO en Europese gemeenschap duidelijker plannen te hebben met hun diplomatieke vestigingen in beide delen van Berlijn. De consulaten in West- en de ambassades in Oost-Berlijn worden samengevoegd tot 'Buros der Botschaft', filialen als het ware van de vestigingen in Bonn, die onder verantwoordelijkheid van de ambassadeurs aldaar zullen werken. 'Ik geloof niet dat die bureaus veel nuttig werk kunnen doen, maar de gedachte achter deze politiek is dat als het verenigde Duitsland besluit om van Berlijn weer regerings- en parlementszetel te maken, er een enorme stormloop op de onroerend-goedmarkt in Berlijn zal ontstaan', verklaart een Westers diplomaat. 'Totdat er duidelijkheid ontstaat over de toekomstige status van Berlijn, willen de meeste Westerse landen in Berlijn houden wat ze hebben'.

Schandaaltje

Geen nieuwe ruines dus, maar wel veel onzekerheid, niet in het minst in protocollair opzicht. 'Die 'bureaus der ambassade' komen wel voor in de Geneefse conventie, maar tot nu toe weet niemand precies hoe je er vorm aan moet geven', aldus een diplomaat die als opdracht heeft het protocol voor zijn vestiging vast te stellen. Of er voor de 'bureaus' veel meer te doen zal zijn dan wat consulair werk, lijkt onwaarschijnlijk. De veelal omvangrijke handelsafdelingen in Bonn doen Saksen en andere delen van de ex-DDR er wel even bij, is de algemene verwachting.

De politieke rapportage uit Berlijn is inmiddels al maanden geleden feitelijk tot stilstand gekomen. 'Er gebeurt hier weinig meer, en het is al een hele tijd geleden sinds we iets hebben gemerkt van het Oostberlijnse ministerie van buitenlandse zaken', zegt een vooraanstaande diplomaat. Een eerste protocollair schandaaltje rond de nieuwe bureaus dreigt inmiddels: geen diplomaat uit Oost-Berlijn is uitgenodigd voor de Berlijnse feestelijkheden rondom de Duitse hereniging op 2,3 en 4 oktober.

    • Raymond van den Boogaard