Golfcrisis treft toch al broze economieen in Afrika zwaar; Koken in Kenia nu duurder door flink hogere kerosineprijs

NAIROBI, 22 sept. Bij menig Keniaans benzinestation worden de meeste zeken niet gedaan bij de pomp voor autobrandstof. Bij de pomp voor kerosine staan geduldig de wachtenden met hun kleine jerrycan of groenteblikje. Vooral in de stedelijke gebieden verving kerosine steeds meer de traditionele brandstof houtskool om het potje op te koken. De Keniaanse regering probeerde de kerosineprijs laag te houden om zo de dramatisch snelle ontbossing tegen te gaan. Deze politiek dreigt nu te mislukken.

Milieubescherming, armoedebestrijding en economische groei, al deze regeringsplannen blijken op drijfzand gebouwd sinds de energieprijzen door de Golfcrisis omhoog schoten. Na tien jaar economische achteruitgang op het armste continent ter wereld krijgen de verpauperde Afrikanen een nieuwe schok te verwerken. Niet alleen de prijs van kerosine voor de keuken ging flink omhoog, maar ook de prijzen voor het openbaar vervoer. Uiteindelijk zullen voor de stadsbewoners ook de voedselprijzen stijgen. In de Oegandese hoofdstad Kampala verdubbelde in een maand de prijs van het basisvoedsel matoke (kookbananen). In Kenia namen de brandstofprijzen gemiddeld toe met 30 procent, in Oeganda met 60 procent, in Ghana met 50 procent en in Mozambique met 100 procent, om enkele voorbeelden te noemen.

Niet alleen de verhoogde olieprijs treft de zwakke Afrikaanse economieen. Enkele Arabische landen lieten al doorschemeren dat van hun zijde minder ontwikkelingshulp valt te verwachten. Bovendien konden tot nu toe vele regeringen hun financiele positie versterken door de harde valuta die Afrikaanse gastarbeiders in Irak en Koeweit naar huis stuurden. Vooral landen als Soedan en Somalie waren in aanzienlijke mate hiervan afhankelijk geraakt. 'Er bestaat een groot gevaar voor een recessie', analyseert een econoom in Kenia. 'De armste landen zullen de hardste klappen krijgen. Waar moeten ze de tientallen miljoenen dollars extra vandaan halen? De inflatie zal toenemen en dan slaat uiteindelijk de recessie toe'. In Oeganda vormen zich lange rijen voor de benzinestations en de zwarte markt voor brandstof floreert. In Zambia, dat zijn olie in Irak kocht, moest een raffinaderij sluiten en evenals Zimbabwe ziet het land zich genoodzaakt olie te kopen bij de aartsvijand Zuid-Afrika.

Kenia behoort tot de weinige Afrikaanse landen met een relatief sterke economie. De daling van de internationale prijs voor koffiebonen twee jaar geleden stak de eerste spaak in het wiel. In 1989 groeide de economie nog slechts 4,5 procent tegen 5,2 procent het jaar ervoor. Pessimistische berekeningen, opgesteld voor de olieprijsstijgingen, kwamen uit op een groeipercentage van 3,5 procent voor dit jaar. Dat impliceert een vrijwel negatieve groei wanneer de bevolkingstoename wordt ingecalculeerd. In geheel Afrika, dat steeds minder ontvangt voor zijn grondstoffen en gebukt gaat onder een enorme schuldenlast, steken de Keniaanse cijfers nog gunstig af.

Keniaanse financiele planners krabben zich op het hoofd: hoe moeten ze deze tegenslag verwerken? De rek is uit de drie belangrijkste sectoren die harde valuta binnenbrengen: toerisme, thee en koffie. Het toerisme heeft zich hersteld van de terugslag na politieke rellen in juli maar een grote opleving op korte termijn valt niet te verwachten. Na aanvankelijk optimisme eerder dit jaar bleven de koffieprijzen laag en die voor thee stabiel. Verdere ontwikkeling van de tuinbouwsector biedt goede mogelijkheden maar zal niet op korte termijn het enorme financiele gat dat door de oliecrisis is ontstaan, kunnen dichten. 'Landen als Rwanda, Burundi en Oeganda komen in nog veel grotere problemen dan Kenia', meent een hoge functionaris van een oliemaatschappij in Nairobi. 'Zij zullen alleen nog beetje bij beetje olie kunnen kopen. Oeganda heeft al berekend dat het geen extra geld voor olie kan uitgeven en daarom koopt het nog slechts 60 tot 75 procent van zijn oorspronkelijke olie-import'.

Het ontwikkelingsproces in Oeganda ondervond al zeer nadelige gevolgen van de lage koffieprijs. Het land verdient zijn harde valuta komen voor tachtig procent met de verkoop van koffie. De heropbouw van Oeganda, die na vele jaren burgeroorlog op gang is gekomen, wordt door de oliecrisis wel zeer moeilijk gemaakt.

Volgens recente gegevens van het IMF stroomt meer geld uit dan naar Afrika. Hoe kan Afrika op korte termijn de ontstane tekorten opvangen? Met de teruglopende buitenlandse investeringen, door de toenemende politieke instabiliteit, met de Westerse hulpstroom die steeds meer ombuigt richting Oost-Europa, kortom met de marginalisering van Afrika zijn er weinig oplossingen voorhanden. Westerse noodhulp lijkt de enige overgebleven mogelijkheid.

Ook deze door humanitaire overwegingen ingegeven oplossing kan niet onmiddellijk soelaas bieden. 'Het hulpsysteem is niet flexibel genoeg om snel op deze financiele crisis in te springen', zegt een Westerse diplomaat in Nairobi. 'De Wereldbank en het IMF stellen doorgaans extra voorwaarden aan extra gelden. En vrijwel de meeste hulp van Westerse donorlanden is gebonden aan ontwikkelingsprojecten en niet bestemd om begrotingstekorten te dichten.' De Keniaanse regering moet dit jaar 166 miljoen dollar zien te vinden wil ze de olie-import op hetzelfde niveau houden, gesteld dat verdere prijsverhogingen uitblijven en olie-experts achten dit onwaarschijnlijk voor de Keniaanse markt.

Kenia beschikt volgens een deskundige in Nairobi over een enorm potentieel aan alternatieve energie. Rivieren, golfslag, zonne-energie zijn slechts enkele mogelijkheden. 'Maar', zo meent de deskundige, 'dit land kent nog slechts een kleine industrie en het is doorgaans de industrie die investeert in alternatieve energie. Er heeft dus weinig ontwikkeling plaats gevonden op dit terrein. De door rivieren opgewekte elektriciteit biedt perspectief, maar de infrastructuur om de stroom naar alle woningen te brengen ontbreekt nog grotendeels. De enige manier om nu een recessie te voorkomen is extra harde valuta'. Enkele staten in sub-Sahara-Afrika zullen profiteren van de Golfcrisis. De olieproducerende landen Nigeria, Gabon, Kongo, Kameroen en Angola kunnen rekenen op hogere inkomsten. Vooral Gabon moet in staat worden geacht in korte tijd zijn produktie op te schroeven. Angola, potentieel het rijkste land van Zwart-Afrika, produceert al 500.000 vaten olie per dag. Een onzekerheid vormt de burgeroorlog. De rebellenbeweging Unita blies vorige maand, volgens de Angolese regering, veertien oliepijpleidingen op in het noorden.

In Nigeria tenslotte hebben de Westerse oliemaatschappijen haastig extra investeringen gedaan om de produktie te kunnen opvoeren. Westerse schuldeisers oefenen tegelijkertijd druk uit op het Nigeriaanse regime om versneld schulden af te betalen nu het beschikt over extra inkomsten.

    • Koert Lindijer