E: Lord Randolph Churchill, Sir Winstons vader, zei over hem: ' Mislukking, misluk king, gedeeltelijk succes, opnieuw mislukking, uiteindelijke en volledige overwinning'. Benjamin Disraeli, over wie Churchill deze woorden sprak, wordt op 21 december ...

Benjamin Disraeli heeft een rommelige jeugd. Hij bezoekt kostschool noch universiteit, neust daarentegen veel in de boekerij van zijn erudiete vader, is een paar jaar advocatenklerk in Lincoln's Inn, maakt een langdurige psychische crisis door en verliest door beursspeculaties veel van zijn geld en goede naam.

In 1830 en 1831 knapt hij wat op door een reis naar de Middellandse Zee en na zijn terugkeer wordt hij een social climber in het Londense West-End. Al klimmend bereikt hij min of meer de top want in 1836 wordt hij als Tory erkend en tot de Carlton Club toegelaten.

In 1838 trouwt hij. Niet met een vrouw uit duizenden maar met duizenden. Bekend is echter Disraeli's uitspraak over zijn vrouw: ' I loved my wife for her money but I loved her'.

Een bon mot waarvoor mrs. Disraeli hem jaren later beloont door, wanneer een adellijke dame op de schoonheid van enkele antieke beelden in hun huis wijst, te antwoorden: ' But you should see my Dizzy in his bath'. Ongeveer een jaar voor zijn huwelijk heeft Disraeli zijn maiden speech gehouden als Conservatief parlementslid voor Maidstone, waarbij hij opvalt door zijn opzichtige vest. Wat hem als politicus nog onconventioneler maakt, is dat hij al jaren de ene roman na de andere heeft geschreven.

In 1843-1844 treedt in Engeland een beweging op die in Disraeli een romantische snaar raakt. Het is die van 'Young England'. Deze bestaat in feite slechts uit drie Conservatieve MP's die net van Cambridge zijn gekomen. Young England komt op voor de armen en dat wordt door Marx en Engels in het Communistisch Manifest feodaal socialisme genoemd. Disraeli heeft zijn sympathie voor de ideeen van het overigens maar kortstondig bestaande Young England al geuit door de Chartisten te steunen die onder meer kiesrecht voor arbeiders eisen en door viermaal te stemmen tegen de gehate 'Poor Laws', die de armen geen verbetering brengen.

In 1846 brengt hij over de kwestie van de Graanwetten Tory-premier Sir Robert Peel ten val. Hij is nu tweede man in de Conservatieve partij. Boven hem, in het Hogerhuis, torent Lord Derby. Hij wordt niettemin de facto Tory-leider in het Lagerhuis en deze wending in zijn leven maakt van hem qua uiterlijk een deftige landjonker. Maar een landjonker zonder landgoed! Aan deze 'ill-manored' wantoestand komt een einde doordat de steenrijke Tory-voorman Bentinck er een voor hem bekostigt. Lord Bentinck is al jarenlang Disraeli's vriend en tevens paardenvriend de twee staan bekend als 'the Jew and the Jockey' en Disraeli zal de vriendschap honoreren door na diens dood Bentincks biografie te schrijven.

Ruim twintig jaar zal Disraeli tweede man in de Conservatieve partij blijven. Dan trekt, in 1868, Lord Derby zich terug. In dat jaar komt dan Disraeli's eerste, korte periode als regeringsleider. Hij heeft de jaren daarvoor de basis van de partij verbreed door haar te profileren als de partij van het anglicanisme, dat is dus de Church of England. Zo heeft hij 1860-1865 een reeks toespraken als 'Verdediger des geloofs' gehouden, waarbij hij in 1862, drie jaar na Darwins Origin of Species, de uitspraak doet: ' Is man an ape or an angel? My Lord, I am on the side of the angels.' OVERWINNINGVan 1874 tot 1880 na heel wat verloren verkiezingen, er zijn nu eenmaal minder Tories dan Liberalen komt dan Disraeli's grote ministerie, wat Randolph Churchill de 'uiteindelijke en volledige overwinning' noemde. In weerwil van zijn Young England-jaren komt er evenwel in dit tweede kabinet-Disraeli geen gestage sociale legislatie van de grond. Wel is er onder andere vakbondswetgeving, waarbij stakers het later zo berucht geworden recht om te posten ('picket') krijgen. Wanneer deze wetten worden aangenomen, zit Disraeli te slapen.

Disraeli is nu een alom geacht man, al vallen er wel antisemitische geluiden te beluisteren, vooral van de kant van de Liberals. Zo schrijft de dichter Robert Browning hoe klein kan een groot man zijn ' We don't want to fight, but by Jingo if we do, the head I'd like to punch, is Beaconsfield the Jew'.

(Disraeli is inmiddels als graaf Beaconsfield in de adelstand verheven). Disraeli's recente biograaf, John Vincent, is sceptisch over dit 'grote' ministerie. De ministers deden gewoon hun kabinetswerk, aldus de biograaf. Vincent is trouwens toch niet zo juichend over zijn onderwerp. Disraeli hield, zegt hij, de Tory-partij bijeen en kan daarom de Harold Wilson van het Conservatisme worden genoemd. Hij volgde met zijn jingoisme (extreem nationalisme) Palmerston op. En waarom werd hij na zijn dood in 1881 zo populair? Omdat de Tories op dat moment behoefte hadden aan een held. De auteur eindigt het biografische gedeelte van zijn boek met de zinsnede: ' Maar kunnen we ooit een Disraeli kennen die meer is dan de som van zijn opgelegde poses?' ROMANSDisraeli heeft slechts een politiek-theoretisch werk geschreven, Vindication of the English Constitution van 1835. Als romanschrijver debuteerde hij in 1826-27 met het succesvolle Vivian Grey, een sterk autobiografisch werk. Hij zou nog vijftien andere pulpromans schrijven voordat zijn eerste goede fictie uitkwam. In 1831 verscheen The Young Duke, waarvan de opbrengst Disraeli's Middellandse-Zeereis moest subsidieren. Het kwam uit in een tijd toen Disraeli nog geen kennis had gemaakt met de high society en zijn vader vroeg dan ook heel terecht: ' Wat weet onze Ben van hertogen af?' Niemand zou ook veel aandacht hebben besteed aan The Wondrous Tale of Alroy van 1833, ware het niet dat het joodse thema hier opduikt. De joden in dit boek zijn een trots en halsstarrig ras, immer geneigd tot rebellie. Ze zijn oorlogszuchtig. De held Alroy wenst wel een machtige staat in het Midden-Oosten waarin Arabier en jood in vrede naast elkaar kunnen leven. Disraeli zou slechtere dingen schrijven.

In 1979 ontdekten de Canadese bezorgers van Disraeli's brieven een lang vergeten roman die in 1834 onder pseudoniem was verschenen, Hartlebury or The Election. Het meeste ervan is geschreven door Disraeli's zuster Sarah; hij zelf droeg slechts vijftig bladzijden bij, die een verkiezing beschrijven. Met een boude vergelijking noemt Vincent Hartlebury Disraeli's Mein Kampf: veel uit de toekomst ligt erin opgesloten, zoals kiesrechtuitbreiding en sociaal beleid voor de armen.

In de jaren veertig verschenen Disraeli's Young England-romans, de eerste fictie die, naar algemeen oordeel, de moeite waard is: Coningsby (1844), Sybil (1845) en Tancred (1847). De eerste twee gaan over de vraag wie Engeland regeert, respectievelijk moet regeren, en de laatste behandelt wat men moet geloven. Als ideeenroman is Coningsby allereerst een anti-Tory roman, aldus Vincent, listig vermomd in de vorm van het zoeken naar de Heilige Graal van een waarachtig conservatisme. Coningsby en Tancred voeren voor het eerst na Alroy het joodse motief weer op. De jood Sidonia is ' s werelds grootste kapitalist', en ' had alle bronnen van de menselijke kennis uitgeput; was bedreven in de geleerdheid van iedere natie, van alle talen, dood of levend, van iedere literatuur, westers of oosters. Hij had zich overgegeven aan de speculaties van de wetenschap... en had de mens in elke fase van de beschaving geobserveerd'.

Hij was behept met die absolute ' vrijheid van vooroordeel die het compensatoire bezit van een man zonder land is'. Ziedaar het portret van een joodse uomo universale, die natuurlijk al evenmin Disraeli 'is' als dat hij Rothschild 'is' maar die in Coningsby wel vaak Disraeli's meningen verwoordt.

In Tancred figureert dan Disraeli's bovengenoemde uitspraak: ' Arabieren zijn gewoon joden te paard.'

De uitspraak impliceert de eenheid die het semitische ras voor Disraeli heeft. Er wordt een heel hoofdstuk aan Disraeli als raciaal denker gewijd door Vincent, die van mening is dat het onderwerp van zijn boek veel meer een raciaal dan een sociaal of religieus denker is.' Alles is ras, er is geen andere waarheid, ' zegt Sidonia en dat is een mot d'auteur. Ras is niet alleen de sleutel tot de geschiedenis, maar sommige rassen zijn ook superieur aan de andere. Dat is een biologische kwestie, aldus Disraeli, en rassenvermenging is dan ook uit den boze, zeker voor superieure rassen. Wanneer de blanken van Noord-Amerika zich met de zwarten zouden vermengen, zou het land weer terugvallen aan de Indianen. BLANKE BLADZIJDisraeli dacht dat raciaal denken modern en wetenschappelijk was. In 1853-55 kwam de graaf de Gobineau met zijn boek Essai sur l'inegalite des races humaines). Het is uitgesloten dat Disraeli als 'rasdenker' beperkt moet worden tot wat hij zijn romanfiguren laat zeggen, want het racisme komt ook tot uiting in de biografie van Lord Bentinck. Ten gunste van Disraeli moet worden opgemerkt dat hij weinig zegt over de 'lagere' rassen omdat hij liever prijst dan kritiseert.

Vincent vindt al dergelijke uitspraken van Disraeli gerechtvaardigd omdat ze uitmonden in de verheerlijking van het zuivere joodse ras, een goede zaak naar zijn zeggen. Over het jodendom schrijft Disraeli onder meer dat, ofschoon alle neigingen van het joodse ras conservatief zijn, vervolging maakt dat joden aan het hoofd komen te staan van geheime genootschappen die voorlopige regeringen vormen. ' Het volk van God werkt samen met atheisten; de bedrevenste ophopers van bezit verbinden zich met communisten.'

Het is alsof je de Protocollen van de Wijzen van Zion of Mein Kampf leest. Vincent moet dan ook toegeven dat filosemitisme even sinister kan zijn als antisemitisme.

De verheerlijking van het joodse ras, hoe zonderling dus ook, is merkwaardig voor iemand die sinds het begin van de jaren dertig Tory is en al sinds 1817 anglicaan. ' Ik ben de blanke bladzij tussen het Oude Testament en het Nieuwe, ' zegt hij van zichzelf. Er is wel geopperd dat dit Disraeli's antwoord zou zijn op in zijn jeugd ondervonden antisemitisme. Maar in zijn fragmentarische autobiografie lezen we weinig over dat antisemitisme. Wat dat weinige betreft: wanneer er op zijn school eens werd gezinspeeld op zijn donkere krullen en olijfkleurige huid, verdedigde hij zich met een stevige rechtse die zijn tegenstander knock out sloeg.

En na zoveel oordeelvellingen van Vincent over Disraeli, een oordeel van schrijver dezes over Vincent. John Vincent schrijft niet zo best. Hij doet veel lapidaire uitspraken en hij heeft ook niet de gewoonte de lezer even rust te gunnen door af en toe conclusies aan te kondigen of gedeelten te recapituleren. Door zijn stacato-stijl is het hem ook mogelijk in het bestek van een vrij kort boek veel overhoop te halen, waarbij hij bovendien nogal eens feiten over Disraeli bekend veronderstelt. Tegenover dit alles staat dat Vincent soms briljante inzichten in Disraeli's doen en denken schenkt. En dan bedoel ik niet zijn opmerking dat Disraeli de Harold Wilson van het conservatisme was, want Disraeli hield de partij niet bijeen. Hij was daarentegen de splijtzwam in de partij door zijn controverse met Peel, die Vincent ook duidelijk uit de doeken doet. En hoewel Vincent het woord 'moed' voor Disraeli wel gebruikt, zou ik bij hem toch meer waardering willen zien voor de lef van 'Dizzy'. ' Der alte Jude hat es wieder gemacht, ' zei Bismarck over hem op het Congres van Berlijn in 1878. Welnu, dat dus, maar dan ontdaan van de lichtelijk antisemitische bijsmaak die de uitspraak bij Bismarck heeft.

    • Oxford University Press 1990
    • Romancier Disraeli Door John Vincent 127 Blz
    • Leo Rijkens Staatsman