De tuin der vergetelheid

Ook voor ik zelf een tuin had was ik niet dol op chronologisch geordende tuin-handboeken: Het tuinjaarboek, Uw tuin van maand tot maand. Ze hebben altijd iets moeizaams, te veel voorschriften, fantasieloos, alsof het enige doel was de lezer, of dwangarbeider, veilig naar hoofdstuk XII te slepen en vandaar weer naar hoofdstuk I terug, een spoor van efficient verrichte tuinwerkzaamheden achter zich latend. Zijn we in maart? Dan snoeien we de clematis; zijn we in juli? Dan zien we hem bloeien. Niet dat het niet ook iets troostends heeft, een geordend universum zonder onvoorziene ontwikkelingen, de maand die voor je ligt als een horoscoop.

De ervaren tuinier, zoals ik mij haar/hem voorstel, heeft zulke boeken niet eens nodig, die waren voor hem hoogstens een ladder die hij lang geleden beneden zich omver heeft gegooid. Hij is ingegaan tot het traditionele plantaardige universum - een wereld vol wijze ouderdom, rustige observatie, afwezigheid van ongeduld, hard werk; hij vertegenwoordigt de oude waarden, overgebleven uit de dagen dat alles nog op de natuurlijke manier werd gedaan.

Dat is een staat die ik nooit zal bereiken. Een dergelijk harmonisch tuinieren is voor mij zelfs met die voorschrift-boeken niet weggelegd. Dat komt omdat er iets is dat - bij mij tenminste - altijd weer roet in het eten gooit: mijn geheugen. Het laat mij regelmatig in de steek. Trouwens ook bij anderen is het, naar de literatuur te oordelen, niet altijd het meest betrouwbare tuiniershulpje. Een karakteristieke formulering luidt: ' Wanneer u dit of dat doet is het zaak dat u niet vergeet om... '

of, onheilspellender: ' Als U er niet aan gedacht hebt dit of dat te doen zal later onvermijdelijk... '

En dan komt er weer een van die dingen die, voor zover er nog iets aan te doen is, op zijn vroegst pas volgend jaar weer goed kunnen komen.

Tuinieren is een voortdurende strijd tegen het vergeten. Een recent voorbeeld in mijn geval zijn de muurbloemzaden, die ik dit voorjaar iemand gevraagd had uit Engeland mee te nemen. ' Zaaitijd mei tot juni', stond op het pakje. Het staat er nog steeds. En het gebruikelijke vonnis van een jaar wordt in dit geval verdubbeld: aangezien het een tweejarige plant is zullen ze nu niet kunnen bloeien voor 1992. Zaad uit eigen tuin verzamelen, een (nog niet bereikte) stap verder dan in pakjes kopen en dan vergeten, is nog hachelijker. ' Welnu, het verzamelen van zaad gebeurt meestal in de eigen tuin en het zou dus doodeenvoudig moeten zijn om het op het juiste tijdstip te doen. Maar het is niet te geloven hoe vaak het tijdstip ongemerkt voorbij glipt als je met je gedachten ergens anders bij bent en als je het je dan herinnert (terwijl je in het bad zit, hoogstwaarschijnlijk) kun je alleen nog maar constateren dat de vogel weer voor een jaar gevlogen is.' Christopher Lloyd geeft als voorbeeld de witte vorm van Cyclamen neapolitanum (nu bekend als C. hederifolium), waarvan de zaden een paar weken minder dan een jaar nodig hebben om te rijpen. ' Als het een heel jaar duurde zou er geen probleem zijn, want de bloemen van het nieuwe seizoen zouden mij er aan herinneren de oogst van het vorige jaar binnen te halen. Het verstandigste is misschien je nieuwe agenda al bij aanschaf vol te zetten met opvallende verwijzingen naar de vermoedelijke rijpingsdata.'

In een Hollands huishouden is het aangewezen hulpmiddel ongetwijfeld de verjaarskalender; maar ook dan nog is er de gevreesde 'verjaarskalenderblindheid'. Een voorbeeld van tuinierswijsheid dat ik me uit mijn kinderjaren herinner is dat mijn grootmoeder haar lathyrussen altijd op mijn verjaardag placht te zaaien. Dat maakte op mij als kind altijd een diepe indruk; nu ik zelf tuinier denk ik dat ik wel weet welke van de twee gebeurtenissen het belangrijkst voor haar was. Er bestaan ook meer algemene rituele data: 1 mei is de dag waarop de planten uit de orangerie worden gehaald en 1 november de dag waarop zij er weer in teruggaan. In Frankrijk zijn dat makkelijke data doordat het allebei openbare feestdagen zijn; in Engeland, waar het vrije dagen waren op de beurs, werden ze door Walter en Margery Fish gebruikt voor de jaarlijkse ceremonies van het Planten en Rooien der Dahlia's.

Christopher Lloyd is minder slaaf van de kalender en bekent sommige dingen ' in het totaal 'verkeerde' seizoen' te doen; hij schrijft het toe aan een neiging het ideale moment te laten voorbijgaan ' om redenen van vergeetachtigheid en preocupatie met andere zaken.'

En dus, voegt hij er aan toe, ' heb ik geconstateerd dat op de eeuwig herhaalde vraag van de amateurtuinier: 'wanneer moet ik..?' en 'wat is de beste tijd voor..?' in negen van de tien gevallen het antwoord is: 'wanneer je er aan denkt'; 'wanneer je er voor in de stemming bent'.' Tenzij men zijn leven aan het tuinieren heeft gewijd 'om vergetelheid te vinden' zijn er nog heel wat meer vormen van vergeetachtigheid verbonden aan tuinieren. Zoals naar een kwekerij gaan en vergeten naar de plant te vragen waar je voor gekomen bent en waar je al maanden naar zocht; vergeten, na een paar jaar (zo heb ik mij laten vertellen), de eenjarigen te zaaien waarvan je gezworen had dat ze nooit in je tuin zouden ontbreken; en niet in staat zijn zich te herinneren, bij het kijken naar een bepaalde plant, wat je in vredesnaam bezield heeft die ooit te kopen en in je tuin te zetten.

Maar de hinderlijkste ervaring is wanneer je onverwacht wat vrije tijd hebt en extatisch de tuin in vliegt - en dan tot staan wordt gebracht: wat was ik ook weer van plan? Wat wilde ik ook weer doen? Alle bomen omhakken? De vijvers dempen? Het grasveld omploegen en er een moestuin van maken? Ik weet dat ik iets ging doen...

    • Sarah Hart
    • Buitenlust 12