DE DIKKE MAN (XXIII)

De Dikke Man krabbelde moeizaam overeind, stak vervolgens resoluut de straat over, posteerde zich breed en onverzettelijk voor De Amerikaanse Toerist, die daar, bijkans onmachtig van het lachen, naar die zorgvuldig vastgeketende fiets stond te kijken, waarvan beide wielen zo deerniswekkend verbogen waren, en sprak met donderende stem, zeggende: 'Blinde haat niet meer of minder dan dat. Ziehier het resultaat van een totaal op haar kop gezette maatschappij.

Kijk maar goed, beste man en lach. Wij, u en ik, zijn het die werkelijk ten onder gaan, en niet De Junk. Die naamloze crimineel, mijnheer, is le plus nouveau riche van deze samenleving, waartoe, per slot van rekening, ook u behoort. Per dag consumeert deze verslaafde, pakweg, zo'n tweehonderd gulden schoon aan zijn felbegeerde vergif; en dit driehonderdenvijfenzestig dagen per jaar. Belastingvrij, dus. Reken maar uit. En als het daar nu slechts bij bleef maar hoeveel moet diezelfde man of vrouw niet stelen, roven en vernielen om aan dat zoeven vermelde netto-bedrag te komen? Welk percentage van de nieuwwaarde om maar iets te noemen is de gemiddelde heler bereid neer te leggen voor al die geratste goederen? Aldus berekend, dient men de jaaromzet der addicts naar alle waarschijnlijkheid niet minder dan te vervijfvoudigen. We hebben het dan al gauw over drie tot vier ton jaarlijks zwart, wel te verstaan. Verder gegeven dat de gewone, gedweee belastingbetaler ongeveer zestig procent van zijn top-inkomen aan de fiscus dient af te dragen, komen we voorzichtig berekend op deze wijze nog altijd op een jaarsalaris van circa anderhalf tot twee miljoen gulden uit.

En dan wanneer het dagelijkse quotum van die zakkenvuller niet gehaald kan worden bij voorbeeld omdat de hardwerkende, rechtmatige eigenaar zijn kostbare fiets beveiligd heeft met een doeltreffend slot, dat overigens vaak ongeveer net zo duur is als het rijwiel zelf ja, dan verwoest de omnipotente miljonair eenvoudigweg het armzalige bezit van de underdog.' De Amerikaanse Toerist had zich inmiddels opgericht uit zijn gekromde houding van onbekommerd geuit plezier. Terwijl de lach-grimas als het ware met moeite zijn gezicht verliet, drukten de ogen al peilloze angst en paniek uit. De Dikke Man zette, even onverhoeds als onbeheerst, een stapje naar voren. De Amerikaanse Toerist deinsde enigszins achteruit, en klapte voorts ruggelings tegen het plaveisel hetgeen, vreemd genoeg, geen ferme dreun gaf, maar een decent plofje. 'I'm only on my way to the supermarket', zei De Dikke Man, terwijl hij hulpeloos zijn armen hief. 'Oh, no', kreunde De Amerikaanse Toerist. 'Did you hurt yourself?' vroeg De Dikke Man. 'My God', steunde De Amerikaanse Toerist. 'Zo komen we niet verder', wilde De Dikke Man in het Amerikaans zeggen in dat ontoereikende Engels van zijn generatie. De derde klas van dat gymnasium, in die windstille provinciestad, gedurende de jaren vijftig. Pas in de derde klas kregen ze Engels, van een vrouw die let op! haar lippen stiftte; bloedrode mond leest voor uit Winnie The Pooh, terwijl twintig onanisten annex masturbantjes ademloos luisteren. De Dikke Man knielde naast De Amerikaanse Toerist neer, die, krampachtig schokkend, ietwat achteruit schoof, met een vreemd vertrokken gezicht. 'Iets gebroken?' vroeg De Dikke Man, in het Nederlands.

De Amerikaanse Toerist sloot de ogen. De Dikke Man zeeg naast de vreemdeling neer, en viel daarbij plat op de grond. Nu keek hij recht in diens harige oor, en wist zeker: die is gestorven. Nooit maak ik iets mee; tenminste, dat zegt iedereen om mij heen, dacht hij en nu dit.

Een vrouwwier haarzojuist gekapt isdoor een onbetekenendecoiffeureetlangzaameen broodje-balin de snackbarom de hoekdichtte De Dikke Man.

H ij lag daar op dat trottoir in wijk De Buis, hartje Amsterdam, volle dag, naast die dode Amerikaanse Toerist, en wilde voorlopig niet meer opstaan. Eerst peinsde hij over De Slavisch-Duitse Regisseur, aan wie hij tegenwoordig op de meest vreemde momenten moest denken; een geliefde dode. Toen die Slavisch-Duitse Regisseur nog leefde, voelde De Dikke Man maar zeer zelden de behoefte om een gedachte aan hem te wijden; maar na de plotselinge wrede, zegt men dood des te meer. Als de man vandaag nog geleefd had, was hij op dit ogenblik niet in mijn gedachten geweest, wist hij zeker de rouw is een gat dat voortdurend de meest grillige vormen aanneemt, citeerde hij een geliefde leraar.

Daarna kwamen in hem de titels op van historische werken die hij niet of nauwelijks gelezen had: Aera Van Europa, Op Het Breukvlak Van Twee Eeuwen, Revolutie Der Eenzamen. En dat had, indirect, te maken met die lerares van wie geen fatsoenlijk onderricht in de Engelse taal te verwachten viel en dan pas in de derde klas van dat Gym. 'Altijd maar mijmeren, en nooit iets meemaken', fluisterde De Dikke Man. Ook hij sloot de ogen maar geenszins om te sterven, integendeel. Ik wil niets meemaken alleen maar denken, mijmerde hij, net als de historici, met wie ik opgevoed werd.

Wij hoefden geen Engels te leren, constateerde hij, omdat onze ouders Frans dan wel Duits spraken wanneer de kinderen buitengesloten moesten worden. Attention, les enfants! Of: Das ist mir ekelhaft! Dit in een samenleving die, onafwendbaar, steeds sterker toegroeide naar Het Amerikaanse Model Van De Bevrijders. Waarom moest ik eigenlijk stiekem luisteren naar een onschuldig radioprogramma als Tijd voor Teenagers? vroeg hij zich af, en hoorde vaag een melodie van The Everly Brothers. Iets later vielen De Amerikanen toch nog het land binnen, en vandaag de dag was er geen krant, tijdschrift, radio- of televisieprogramma meer dat niet min of meer naar USA-model vervaardigd werd.

Nu spreek of schrijf ik ternauwernood Amerikaans, dacht De Dikke Man, maar heel mijn denken en wezen wordt wel door die taal en cultuur gedomineerd. Titels die hij goed, maar naar eigen bevinden zeer gebrekkig, had kunnen lezen, passeerden thans treiterig de revue: MacSorley's Wonderful Saloon, The Right Stuff, Hollywood, City Of Nets historici die bij voorkeur het alledaagse leven beschreven, althans, de beschreven helden en heldinnen daaraan ondergeschikt maakten; goden als gewone mensen de mens Een Ster.

D e Dikke Man stond op, veegde zijn kleren een beetje schoon, en liep verder. Hij keek niet op of om.

Als erooit beter gewoond iswaarom danmindere huizenneergezet?dichtte hij, en zette de pas erin. Niet ver van hier bevond zich het Plein Van De Schilderes Der Uitstekende Portretten, waaraan Amsterdamse-School-achtige flatgebouwen stonden die leken op molens zonder wieken, een minieme, hermetische wereld van tegen elkaar aan leunende Stomme Reuzen. Het leek hem prettig daar even te zijn.

In de verte hoorde hij het geluid van de ambulance.

Als erooit beter geleefd iswaarom danmindere gravengedolven?dichtte hij. De ambulance passeerde hem rakelings. En hij moest sterk denken aan de man die toevallig de begrafenis van een hem volstrekt onbekende bijwoonde, en toen pas kon huilen.(wordt vervolgd)

    • Ischa Meijer