Crisis in de Golf stimuleert Europese politiekeeenwording

ROTTERDAM, 22 sept. Maandag in het Brusselse Karel de Grote-gebouw. De EG-ministers van buitenlandse zaken hielden hun zogeheten Algemene Raad. Onderwerp van gesprek: de crisis in de Golf. Het was een gedenkwaardige bijeenkomst. Want vrijwel ongemerkt verwisselden de bewindslieden tijdens de vergadering hun communautaire pet, waarop de letters EG prijken, voor hun intergouvernementele hoofddeksel met de lettercombinatie EPS, de afkorting voor Europese Politieke Samenwerking. Wat nog niet zo lang geleden ondenkbaar was gebeurde nu: in een vergadering die normaliter was bestemd voor de bespreking van aangelegenheden die de Europese Gemeenschap betreffen, werd voor het eerst een verklaring opgesteld en aangenomen over buitenlandse politiek een beleidsterrein dat nog volledig onder de bevoegdheid van de nationale regeringen van de Twaalf valt. De EG-lidstaten besloten het militaire personeel van de Iraakse ambassades in hun hoofdsteden uit te wijzen en beperkten de vrijheid van andere Iraakse diplomaten als vergelding voor invallen van Iraakse troepen in Europese ambassades in Koeweit.

De procedure lijkt een juridisch trucje, maar er is meer aan de hand: werd tot voor kort angstvallig vermeden dat ook maar een schijn van vermenging van EG en EPS kon ontstaan de bijeenkomsten werden zelfs meestal in verschillende hoofdsteden gehouden de crisis in de Golf heeft ervoor gezorgd dat deze steeds kunstmatiger wordende scheiding poreus werd. 'Aan het eind van het overleg vroegen we ons af: 'is dit nu vervlechting van EG en EPS?' En ons antwoord was: ja', aldus een deelnemer, die niet genoemd wil worden. En hij verwacht dat het niet bij deze ene keer zal blijven.

Een dag later kwam een groot deel van het gezelschap elkaar opnieuw tegen. Ditmaal in Parijs voor spoedoverleg van de Westeuropese Unie (WEU). Het verband tussen beide vergaderingen was maandag voor de Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, gelegd: 'Wij zijn bezig besluiten te nemen over acties van juridische en diplomatieke aard, en morgen, tijdens de WEU-raad zullen we besluiten nemen over acties van militaire aard'.

En zo gebeurde het. De ministers van buitenlandse zaken en van defensie van alle EG-landen, behalve Denemarken, Griekenland en Ierland, riepen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op een luchtblokkade tegen Irak in te stellen. Nederland bood in het WEU-forum een squadron F 16's aan om vliegtuigen te onderscheppen die zich niet houden aan zo'n luchtblokkade.

Solidariteit

De Westeuropese landen zijn onder invloed van de gebeurtenissen in de Golf bezig hun buitenlandse beleid nauwer dan ooit op elkaar af te stemmen. Zij schuwen daarbij zelfs niet een voorzichtige koppeling te leggen met militaire aangelegenheden, zo kan de conclusie zijn na het overleg van begin deze week. Zelfs Denemarken, hoewel geen lid van de WEU, heeft een korvet naar de Golf gestuurd. Voor de luchtverdediging van dit oorlogsschip wil WEU-lid Nederland Stinger-raketten afstaan. Over solidariteit gesproken! Dat is een heel verschil met de wijze waarop begin augustus werd gereageerd toen de crisis in de Golf uitbrak. 'Onwennig en schuchter', werd toen in de meeste lidstaten tegen de Iraakse bezetting van Koeweit aangekeken, zegt een beleidsmaker.

De Europese Gemeenschap leek in dit soort situaties vleugeillam te zijn en geen eigen rol te kunnen spelen. In EPS-verband spraken de lidstaten weliswaar routineus hun bijval uit voor maatregelen die de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties had genomen. En in EG-verband werd begin deze maand in principe een akkoord bereikt over een economisch hulppakket voor de meest getroffen landen in de regio. Maar toen het aankwam op daadwerkelijke politieke profilering, bijvoorbeeld via militaire ondersteuning van het afgekondigde handelsembargo tegen Irak, het te hulp schieten van Saoedi-Arabie of het verlenen van bijstand aan de Amerikaanse militaire ontplooiing in het Golfgebied, waren het vooral nationale reflexen die telden. 'Eens te meer bleek dat de Twaalf er niet op voorbereid waren hier slagvaardig te reageren', aldus een betrokken diplomaat.

Nu lijkt aan die verwarrende toestand een einde te zijn gekomen. Sinds begin augustus hebben de lidstaten van de Europese Gemeenschap 'een belangrijk leerproces doorgemaakt', zoals een ingewijde het uitdrukt. Het resultaat daarvan is dat de samenwerking tussen de EG-landen hechter is geworden. Sterker nog: het heeft er veel van weg dat de bedreiging van buitenaf die de Golfcrisis voor West-Europa inhoudt een positieve invloed heeft op de politieke eenwording van de Gemeenschap.

Dit verschijnsel deed zich al eens eerder voor binnen de EG. In het midden van de jaren tachtig wist het grote bedrijfsleven in de Gemeenschap de regeringen van de Twaalf en de bestuurders in Brussel ervan te overtuigen dat de Westeuropese economieen dodelijk bedreigd werden. De industriele sectoren zouden een voor een het loodje zouden leggen tegen de Japanse en Amerikaanse concurrentie als er in West-Europa niet snel een grotere economische eenheid zou ontstaan. Daar zijn de 'interne markt' en het '1992-proces' uit voortgekomen.

Binnenboord

Andere potentiele bedreigingen voor de Europese Gemeenschap waren de plotselinge omwentelingen in Oost-Europa en de grote snelheid waarmee de Duitse eenwording zich voltrok. De EG slaagde erin Duitsland binnenboord te houden, soepel het besluit te nemen het Oostduitse grondgebied bij de EG te trekken, in stevig tempo door te koersen naar de Economische en Monetaire Unie en bovendien een politieke unie op stapel te zetten. De aspiraties van Saddam Hussein hebben de laatste zes weken als katalysator gewerkt op deze verdieping van de samenwerking tussen de Twaalf, en dan vooral waar het gaat om integratie van de buitenlandse politiek. Ingewijden verwachten dat de externe betrekkingen van de EG, die vallen onder de Nederlandse commissaris Frans Andriessen, in de toekomst 'steeds meer van een politieke toets zullen worden voorzien'.

Nu worden de relaties met het 'buitenland' van de Gemeenschap door de Europese Commissie veelal nog op bureaucratisch-technische wijze aangepakt zonder buitenlands-politieke beleidskeuzes erin te verweven.

Het leggen van een verbinding met de EPS, waar de 'echte' buitenlandse politiek aan de orde komt, verliep tot voor kort 'zelden glad', merkt een diplomatieke bron op. Met de revoluties in Oost-Europa en de coordinerende rol die de Europese Commissie bij de hulpverlening aan dit gebied kreeg toebedeeld is hierin langzamerhand verandering gekomen. 'En ik denk dat Europa nu op een aantal punten een gezamenlijk buitenlands-politiek optreden zal ontwikkelen', aldus deze zegsman.

Stap verder

De Italiaanse minister van buitenlandse zaken, Gianni de Michelis, wil nog een stap verder gaan. Hij betoogde deze week dat de Twaalf, na de militaire afstemming die zij in het Golf-conflict hebben bereikt, 'een militair instrument zouden moeten hebben voor verdedigingsoperaties buiten het eigen gebied ('out-of-area-defence')'.

De minister stelde een voorstel van zijn regering in het vooruitzicht (Italie bekleedt het halfjaarlijkse voorzitterschap van de EG) om de Westeuropese Unie bij de Europese Gemeenschap te trekken. De komende Europese Politieke Unie zou op die manier een militaire dimensie moeten krijgen.

Dit idee van De Michelis is meer dan een vuurpijl van een flamboyante bewindsman. Het past in een reeks plannen die de laatste tijd naar voren zijn gebracht. Zo pleitte Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie en al jaren voorstander van een militaire rol voor de EG, zondag in een vraaggesprek met de Franse radio voor de oprichting van een militare 'interventiemacht' van de Twaalf om grote conflicten in de Derde wereld, 'waar men over ballistische en chemische wapens beschikt', te voorkomen. Verder maakt de Britse EG-commissaris Leon Brittan zich al enkele maanden sterk voor een Europese defensiegemeenschap. En deze week voegde de Belgische premier Wilfried Martens zich bij het koor door namens de Europese christen-democraten voor te stellen in de EG een 'veiligheidsraad', bestaande uit de ministers van buitenlandse zaken en van defensie, op te richten en ook een aparte raad van Europese ministers van defensie in het leven te roepen.

Negatieve reacties op De Michelis' uitlatingen ('Veel te voorbarig', volgens de Deense minister van buitenlandse zaken Uffe Elleman-Jensen en 'duidelijk op persoonlijke titel gedaan', aldus diens Ierse ambtgenoot Gerry Collins) nemen niet weg dat er iets in de lucht hangt wat een eigen dynamiek kan krijgen, zoals zo vaak met de Europese eenwording is gebeurd.

In Den Haag is men zich zeer bewust van de stimulerende invloed die de crisis in de Golf op het denken over een Europees veiligheidsbeleid uitoefent. 'De koppeling van de Westeuropese Unie aan de Europese Politieke Samenwerking zou een hele stap vooruit zijn', zegt een hoge ambtenaar op Buitenlandse Zaken, al voegt hij er direct aan toe 'dat we daar nog lang niet aan toe zijn'.

    • W. H. Weenink