Britse pond later toch in EMS

WASHINGTON, 22 sept. De industrielanden moeten vasthouden aan een strak monetair beleid om de inflatie-verhogende effecten van hogere olieprijzen tegen te gaan. De fout van de jaren zeventig, toen de industrielanden toelieten dat hogere olieprijzen leidden tot een spiraal van inflatie, moet niet worden herhaald.

Dit zei de Britse minister van financien John Major gisteren aan de vooravond van een bijeekomst van de ministers van financien van de Groep van zeven belangrijkste industrielanden in Washington.

In reactie op de scherpe koersdaling van het Britse pond gisteren kelderde de Britse munt opnieuw met vier cent tot 3,2820 gulden zei Major dat de Britse rente hoog zal blijven zolang nodig is. Hij zei dat de inflatie binnenkort zal dalen als gevolg van lagere economische groei, maar dat groeivertraging nog niet heeft doorgewerkt in lagere inflatiecijfers. Major noemde lagere groei een pijnlijke, maar noodzakelijke manier om de inflatie te verminderen. Het pond kwam deze week onder zware druk door twijfel over een spoedige toetreding van het pond tot het Europese monetaire stelsel. Major beklemtoonde dat het pond zo snel mogelijk tot het EMS zal toetreden, maar dat eerst sprake moet zijn van kleinere inflatieverschillen tussen Groot-Brittannie en de overige EMS landen. 'We zoeken geen vertraging, maar ik ga me niet vastnagelen op een datum', aldus Major.

De president van de Duitse Bundesbank, Karl-Otto Pohl, zei deze week dat het gevaarlijk is om bij grote inflatieverschillen snelle stappen te nemen naar een gemeenschappelijke Europese munt. Deze opmerking sloeg op de snelheid waarmee de EG streeft naar een monetaire unie en had volgens Major niets te maken met toetreding van het pond tot het EMS. 'Pohl en ik zijn het daarover volkomen met elkaar eens', aldus de Britse minister.