ANALFABETEN IN NEDERLAND

'Sorry, ik ben mijn bril vergeten.'

Dat is de standaardsmoes, waarvan na genoeg iedere analfabeet zich bedient om te verhullen dat hij niet of onvoldoende kan lezen en schrijven. Jolanda Keesom en Marianne Swankhuisen maakten er de titel van voor hun boek over analfabetisme. Als de gemakzucht waarmee ze voor deze titel kozen, kenmerkend is voor de inhoud, dan staat de lezer niet veel diepgravends te wachten. En zo blijkt het ook in veel opzichten te zijn. Vooral voor insiders draagt het werkje nogal wat sporen van oppervlakkigheid. Er worden te weinig nieuwe, originele gezichtspunten aangedragen.

De auteurs, beiden betrokken bij het alfabetiseringswerk, menen met acht geraadpleegde boeken te kunnen volstaan. Wetenschappelijk onderzoek van enig niveau zit er niet bij, hoewel dat ruimschoots beschikbaar is.

Het boek is geschreven naar aanleiding van gesprekken met tien Nederlanders die als analfabeet te boek staan, en het verschijnt in het internationale jaar van de alfabetisering. Het aantal ondervraagden blijkt nogal aan de hoge kant, want in de tweede helft vervalt men nogal eens in herhaling. Het boek is gericht op het Nederlandse taalgebied. Daarom wordt ook Vlaanderen een paar maal genoemd, maar terwijl de schrijvers weten dat er in Nederland naar schatting achthonderdduizend analfabeten zijn, noemen ze voor Vlaanderen alleen een percentage, namelijk vijf, en geen antal. Daar is na een telefoontje gemakkelijk aan te komen: de schattingen komen neer op tweehonderdduizend op een totaal van ruim vijf miljoen Vlamingen.

De schrijftrant is gemakkelijk, de taal is helder en gelukkig gespeend van jargon. De weergave van de ondervraagde analfabeten komt respectvol over, maar kennelijk heeft bij het interviewen de kritische noot ontbroken. De oorzaken van het analfabetisme worden uitsluitend extern gezocht: de slechte sociaal-economische achtergrond, onvoldoende aandacht in het regulier onderwijs zodat het probleem te laat wordt onderkend, en de ontoegankelijkheid van de informatiebronnen. Allemaal op zich juiste vaststellingen. Maar kritische vragen zijn aan de ondervraagden zelf niet gesteld. Het zou niettemin hun emancipatie bevorderen als ze niet uitsluitend als slachtoffers zouden worden benaderd, maar ook als mensen die zichzelf best kunnen redden en door eigen initiatief een heel eind op streek kunnen raken.

Daar is veel moed voor nodig, want analfabetisme is, zoals ook de schrijvers vaststellen, een taboe, een nauwelijks geaccepteerd maatschappelijk probleem. Aan een beter algemeen begrip voor het analfabetisme draagt het boek zeker bij. Het is goed te weten dat de meeste analfabeten lijden aan faalangst, dat ze achterdochtig zijn en dat ze in het arbeidsproces vaak, zoals de auteurs zeggen, voor hun veertigste zijn 'afgebrand' door al dat verzwijgen en het op hun tenen lopen. Maar ook dat ze anderzijds beschikken over een vaak fenomenaal geheugen, allerminst dom zijn en zich, zoals mezelf bij interviews met analfabeten is gebleken, doorgaans uitstekend kunnen uitdrukken. Dat ze bovendien vindingrijk zijn in het uitdenken van compensatie van hun handicap: drie kruisjes is melk, twee puntjes is brood.

Tien punten is uitmuntend, maar Sorry, maar ik ben mijn bril vergeten komt daar niet op uit. Het mag vooral niet worden beschouwd als een standaardwerk. Daarvoor is het te snel, soms wat te flodderig geschreven.

    • Bruna 1990
    • Marianne Swankhuisen 153 Blz
    • Max Paumen Sorry