Analfabeet Toulali houdt van poezie, en niet van disco

'Kaars, vertel mij waarom je huilt terwijl je verlicht bent? Waarom huil je de hele nacht? Je hoeft niet te huilen, bij jouw licht worden de mooiste werken geschreven, bij jouw schijnsel genieten geliefden van elkaar.' Hussein Toulali, in 1924 op het Marokkaanse platteland geboren, is jarenlang bloemenkoopman geweest in de stad Meknes. Hij draagt de poezie een even warm hart toe als Ben Ali die in 1822 het lied Chamaa (kaars) schreef, waar de bovenstaande regels uit afkomstig zijn.

Na in het Utrechtse RASA een muzikaal voorproefje te hebben gegeven van zijn concert vanavond in Vredenburg, wil hij graag vertellen hoe hij in de Malhoun-kunst is beland. Trots en waardig zoals dat bij zijn leeftijd past verhaalt hij van de eeuwenoude tradities die hij doorgeeft. Al op zijn zesde begeleidde hij zichzelf op de souissan, een klein drie-snarig instrument. Tegen de wensen van zijn ouders trok hij later naar de stad, op zoek naar cheiks, leermeesters die hem verder konden helpen. 'Van de vijftienhonderd families uit mijn geboortestreek ben ik de enige die de muziek is ingegaan', vertelt hij alsof het een wonder is. En dat is het eigenlijk ook, omdat Toulali volledig analfabeet is en alle liedteksten uit zijn hoofd heeft moeten leren.

In de Medina van Meknes kreeg hij de zangkunst gaandeweg onder de knie maar pas in 1961, toen hij via een talentenjacht de aandacht van radio Rabat had getrokken, kon hij het bloemenvak vaarwel zeggen. Hij zong veel voor de radio, werd in 1976 leraar op een muziekschool en promoveerde vervolgens naar het conservatorium van Meknes waar hij de studenten leert hoe zij de woorden van een Malhoun-gedicht moeten intoneren.

Adem

Toulali leerde het Malhoun-zingen zelf 'op straat' en onderwijst die kunst nu op een conservatorium. Vindt hij dat niet vreemd? Toulali benadrukte dat hij heel gelukkig is dat hij zo ver gekomen is, en legt vervolgens uit dat leren 'op straat' vrijwel niet meer mogelijk is. Een deel van de Marokkaanse jeugd vindt het Malhoun-zingen niet meer van deze tijd en zij die er wel wat in zien hebben er de grootste moeite mee. De articulatie van de tekst vergt veel nuances, het gebruik van adem moet heel beheerst zijn en ook de plaatsing van het rijm is geen kleinigheid. De speciale tonaliteiten moet je van jongsaf leren aanvoelen. Zelfs Marokkanen met inzicht in de structuur van de diverse soorten Malhoun kunnen meestal niet meer dan de helft van een lied goed voordragen.

Zelf kan hij dank zij dat conservatorium goed leven van zijn muziek, maar geldt dat ook voor de leden van zijn groep? Helaas niet, bekent Toulali. Sommigen zijn overdag ambachtsman, anderen zitten zonder werk. Hij kan er helaas niets aan veranderen. Er is voor de groep nog wel wat werk in het verenigingsleven, maar veel te weinig om van rond te komen. De meerderheid van de jeugd hoort liever 'onbenullige muziek om op te stampen'.

Als de interviewer het woord disco laat vallen knikt Toulali heftig.

En de uit het buurland Algerije overgewaaide zeer populaire Rai-muziek, heeft hij daar een oordeel over? 'De Rai-zangers gebruiken de taal van de straat. Daar kun je in het gezelschap van de ouders niet naar luisteren. Naar de teksten van de Malhoun kan iedereen luisteren, jong en oud. Ik heb het liefst dat het publiek helemaal stil is, dan voel ik dat ik boven mezelf uitstijg'. Na het openingsconcert in Vredenburg wordt Muziek uit Marokko van 28 t/m 30 september voortgezet in RAZA (Utrecht), Soeterijn (Amsterdam) en de Evenaar (Rotterdam).