Altijd gedacht dat Gerrit Krol een verstandig man was

Deze week verschenen: De memoires van de socialist Hein Roethof. Hij heeft zijn leven lang onverschrokken standpunten ingenomen over vraagstukken als vrijheid van meningsuiting, abortus, zedelijkheidswetgeving en wat de Engelsen 'capital punishment' plegen te noemen. Bovendien heeft hij ervoor gezorgd dat een eventuele herinvoering van de doodstraf een grondwetswijziging behoeft, hetgeen constateert Henry Faas in zijn voorwoord nieuwe verkiezingen, een kabinetswisseling en een tweederde Kamermeerderheid zou impliceren. Elk pleidooi voor het van rijkswege aanstellen van een scherprechter is dus bij voorbaat kansloos. Gelukkig maar, zegt Faas. 'De walgelijke discussies, de rode hoofden, de geldverslindende campagnes, de golven drukinkt die het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten geregeld aan pleidooien voor de doodstraf besteden, worden Nederland bespaard.' Het blijkt een vergissing.

Zo blijkt uit Gerrit Krols eveneens pas verschenen essay 'Voor wie kwaad wil', dat, dwars tegen Faas' blijmoedige constatering in, 'een bespiegeling over de doodstraf' behelst. Waarvan Krol een voorstander is.

Ik vat het zestig pagina's omvattend opstel samen: De roep om de doodstraf 'is de roep van een machteloze', zegt Krol. 'Wie mensen persoonlijk vraagt naar hun mening over de doodstraf krijgt nog wel 's twee opinies te horen: 'tegen' uiteraard, want ze denken in het openbaar te spreken, om voorts onder vier ogen ('als je diep in m'n hart kijkt') te bekennen dat ze 'in bepaalde gevallen' zeker voor de doodstraf zijn.' De misdadiger is zich van een zeker risico bewust. 'Dit risico moet je niet alleen vertalen in vrijheidsstraf. Extra risico voor de delinquent is het risico dat hij deelt met het eventuele slachtoffer. Als dat de dood is, zou dit volgens de regels van de democratie (gelijke monniken, gelijke kappen) voor hem niet anders mogen zijn.' Onze 'verlichte kranten' hanteren een 'humane maatstaf', zo signaleert de schrijver. Vandaar dat zij van de herinvoering van de doodstraf niets willen weten. Ten onrechte. 'Tegenover doden kun je het leven, en het recht, alleen maar meten in termen van de dood.'

Hoe dient dat in de praktijk te worden vertaald? 'De beste straf voor een moordenaar van onschuldige mensen is de straf die hij zichzelf oplegt door na zijn daad zelfmoord te plegen.'

Er zijn echter criminelen die daar niets voor voelen. Dan is volgens Krol pas 'de echte smeerboel' begonnen: 'De verhoren, de eindeloze psychiatrische onderzoeken naar het waarom, het begrip, de inspanningen en mogelijk succes van de verdediging.' Tja, de aanblik van een ter dood veroordeelde op weg naar het schavot schijnt ondraaglijk te zijn. 'Maar ondraaglijker lijkt mij het lot van een slachtoffer dat door het recht is verlaten. Met vijf a zes doodstraffen in het beruchte Spaanse spijsolieproces zou de nagedachtenis zijn geeerd van achthonderd slachtoffers en zou het bestaan van tienduizend overlevenden, die 'geen leven meer hebben', iets gemakkelijker te dragen zijn geweest. In een middeleeuws Spanje zouden die straffen en de liefst publieke uitvoering ervan, geen probleem hebben gegeven.' Het voornaamste probleem waarvoor dat 'Wetboek van Onrecht' (de term is van Krol) ons stelt, is het feit dat wij niet in het middeleeuwse Spanje leven, maar in het verlichte Nederland waarin een delinquent, wat hij ook misdeed, recht op een behoorlijke behandeling heeft en het 'oog-om-oog-tand-om-tand' is afgezworen, hoe decoratief het hakblok, de brandstapel, de strop, de guillotine en de garrotte ook moge ogen.

Het is jammer voor de stamtafel van de dorpskroeg waaraan Gerrit Krol inmiddels in zijn volle breedte heeft plaatsgenomen, maar het is juist een van de aardigere trekjes van de Nederlandse samenleving dat te onzent de doodstraf indiscutabel is.

De schrijver beroept zich op de enquetes waaruit blijkt dat de meerderheid van de bevolking aan zijn zijde staat. Het bewijst alleen maar dat hij niet weet in wat voor een maatschappij hij leeft. Het is een liberale democratie, waarin niet alleen met getalsmatige meerderheden wordt gewerkt, maar waarin minoriteiten en majoriteiten elkander in wankel evenwicht trachten te houden.

Godbeware je trouwens voor een samenleving waarin de meerderheid vrij spel zou hebben. Het televisiescherm zou van 'smorgens vroeg tot 'savonds laat door de meest wezenloze kwizzen vergeven zijn. Langharigen, zigeuners, homoseksuelen en intellectuelen werden naar de bollenpellerijen nabij Hoogovens afgevoerd. Het podium van het Concertgebouw zou worden ontruimd ten behoeve van het wereldkampioenschap modderworstelen, terwijl het huisorkest onderwijl in playback te beluisteren viel in het programma Op Losse Schroeven. Bovenal, ons fijnmazige meer-partijenstelsel zou tot een twee-partijenstelsel worden vergroofd, aangevoerd door een gekozen minister-president, waarschijnlijk Rob Out, Henny Huisman, Ruud Lubbers of Willem van Hanegem.

En inderdaad, de beul zou overuren maken. Ik herlees wat oude vraaggesprekken en constateer: het afstoffen van de doodstraf is zowel Krols overtuiging als zijn obsessie. 'Als je iemand gedood hebt, moet je voor jezelf vaststellen dat je een even grote straf hebt verdiend' (NRC Handelsblad). 'Dat onderwerp is in Nederland taboe, tenminste in de hogere kringen. Het gewone volk vindt dat je sommige bandieten moet straffen met de dood, maar de bovenlaag heeft maling aan het gewone volk en wil dit per se niet ter discussie stellen.' Het is een vorm van rancuneus populisme dat je vandaag de dag zelfs niet meer in De Telegraaf aantreft. Laat ik altijd gedacht hebben dat die Krol zo'n verstandige man was, die zowel kan schrijven als rekenen! Wat is er in hem gevaren? Wat is er met hem gebeurd? Is hij in zijn kinderjaren door een fietsendief gebeten? 'De laatste beslissende maatstaf met behulp waarvan je kunt bepalen of iemand tot je vrienden zou horen, of al onherroepelijk bij de vijand is, betreft zijn mening over de doodstraf. Wie voor is, deugt niet.'

(S. Montag, d.d. 2 juni 1979 in NRC Handelsblad).

    • Martin van Amerongen