ALLEMAAL INSTINCT

Wim Kieft speelt na omzwervingen in Italie en Nederland dit seizoen als aanvaller bij voetbalclub Girondins de Bordeaux. Afgelopen weekeinde brak hij zijn arm, waardoor hij twee maanden is uitgeschakeld. Wim Kieft over de kunst van het afschermen, PSV, de mislukking van het Nederlands elftal in Italie, racisme en discriminatie en de schaduwzijde van het fortuin: 'Mensen die het minder hebben aanbidden je, de rest trapt je het liefst de grond Door de hoge ramen van het kasteel staart Wim Kieft naar buiten. Hij kijkt naar de trainingsvelden van voetbalclub Girondins de Bordeaux, hij ziet het gras van Madjoe, amateurvereniging in Amsterdam-Oost. Wim Kieft (28), achtereenvolgens pupil bij Madjoe, talent en Europees topscorer bij Ajax, spits van Pisa, Torino, PSV, het Nederlands elftal en sinds twee maanden van Bordeaux: ' Ik houd er niet zo van om als een professional over voetbal te praten. Geef mij maar de gesprekken over voetbal in de de kantine van de amateurclub. Afstandelijker, gemoedelijker. Wat kan het schelen of nummer vier zijn zone-dekking hanteert?' Het is warm, de zon strooit parels in het water uit de sproeiers. In de verte deinen vijf gezichtloze poppen in de wind - het gestolde oefenmuurtje voor vrije trappen. ' Het lijkt me schitterend om anoniem, ergens waar niemand me kent, lekker een partijtje te voetballen. Hier, op het grasveld, met een paar jongens. Geen publiek er omheen, geen druk, niet achter je man aan moeten lopen als je dat niet wilt. Dat is het leukste wat er is.' Wim Kieft kent Bordeaux beter dan Bordeaux hem. In zijn sponsorauto vindt hij moeiteloos zijn weg in het drukke middagverkeer. Hij constateert lachend dat hij nog nooit is herkend op straat: ' Dat zegt natuurlijk niet veel goeds over mijn prestaties.'

Kieft vraagt naar het Nederlandse voetbal, beter gezegd: naar Ajax, de club waar hij van zijn twaalfde tot negentiende speelde. Is Bryan Roy geblesseerd? Waarom stond die nieuwe, die Kreek, dan pas op links? En Dennis Bergkamp, die gaat niet naar Feyenoord? Logisch, die weet natuurlijk ook dat het contract van Van't Schip afloopt, en Johnny wil naar het buitenland, dus Bergkamp kan op rechts.

Clubliefde mag het afgelegd hebben tegen commercie, Ajax blijft iets speciaals. ' Het bijzondere aan Ajax is moeilijk uit te leggen. Het is de stijl van die club: leuk-arrogant, grote mond. Het leeft, het swingt, het straalt wat uit. Dat heb ik bij geen andere club meegemaakt. Ik zou er best mijn carriere willen beeindigen. Het lijkt me ideaal. Maar Ajax heeft financiele problemen, ze kunnen niks kopen.' Voorlopig bevalt de luwte van het Franse voetbal hem. Hij speelt op een hoog niveau, bij de tweede club van Frankrijk waar hij voor vier jaar tekende, en hij verdient goed (de Franse pers schat de inkomsten van voetballers bij Bordeaux tussen 25.000 en 175.000 gulden per maand). Als hij die overspannen toestanden rond Gullit, Van Basten en Rijkaard in Milaan ziet, denkt Wim Kieft wel eens: je kunt beter een subtopper zijn dan een topper.

Op een ongelukkige manier is Kiefts anonimiteit in Bordeaux voorlopig gegarandeerd. Afgelopen zaterdag, enkele dagen na deze vraaggesprekken, brak hij in een competitiewedstrijd tegen Cannes zijn linkerarm. Een verdediger schopte hem zonder opzet vol op de elleboog. Kieft is geopereerd en verlaat vandaag het ziekenhuis na een week stoeien met zijn schaakcomputer. Hij kan twee maanden niet spelen. Het maakt het begin bij zijn nieuwe club nog moeizamer: Bordeaux zit midden in een financiele crisis en het seizoen begon slecht. De club herstelde zich langzaam en staat nu in de middenmoot. Kieft maakte twee doelpunten.' Ik heb altijd die twijfel in het begin van het seizoen: ik kan het niet meer. Dat duurt vijf tot zes weken. Dan kom ik altijd een stap te laat, de ballen springen van m'n voet af. Ik kom gewoon in het stuk niet voor. Daar word je hopeloos van. Je weet dat het wel weer goed komt, maar je trapt er elke keer weer in. Je twijfelt in je domme angst.

'Scoren is nog steeds het moment van de spits. Je moet die doelpunten maken - het is je visitekaartje. Het vreet aan je als ze uitblijven. Zeker als je als buitenlander wordt gekocht, je wordt erop beoordeeld. Het grote publiek heeft geen boodschap aan je nut voor het elftal.' Een spits die niet scoort, gaat geforceerd lopen doen voor de goal. Die dwang komt erbij. Je speelt niet meer op je instinct, het gaat niet meer vanzelf. Je gaat bij alles nadenken, je gaat schieten als je niet moet schieten.' Een doelpunt maakt alles goed. Belangrijke doelpunten, daar teer je maanden op. De mooiste zijn de doelpunten die het resultaat bepalen, en liefst vlak voor tijd. Dat is me in het Nederlands elftal regelmatig gebeurd, maar ook in kleine wedstrijden met PSV tegen Haarlem of Den Bosch. Dat is even mooi.' Vroeger vond ik het leukste: voorzetten van de zijkanten en die ballen erin koppen of verlengen. Maar voor dat soort spitsen is geen plaats meer in het voetbal. Ik heb er nu meer plezier in om mee te doen in de opbouw van het spel. Je moet met je tijd mee, je wordt completer.' Kiefts specialiteit is: het afschermen van de bal.

Hij is niet snel en krijgt daarom de bal liefst in de voeten aangespeeld - om vervolgens te kaatsen of de bal af te leggen. Kieft draait en beweegt, en wat de verdediger met gebruik van armen en benen ook vaak probeert, hij krijgt de bal niet te pakken.' Het zit in mijn speelstijl - gericht naar de bal toe, zodat je de verdediger in je rug houdt. Je zoekt altijd contact met de tegenstander. Als je hem voelt, zit je goed. Je duwt, je trekt een beetje, dan kan hij nooit meer aan de bal komen. En dan is het de taak weg te draaien en de bal zo neer te leggen dat je medespelers er wat mee kunnen doen. Je handelt instictief. Zo gauw je erover gaat nadenken, lukt het niet. Als je in zo'n sterk team speelt als PSV in z'n beste tijd, krijg je ook zelfvertrouwen: dan komt er helemaal niemand meer aan de bal.' De aanvaller is het meest gewaardeerd in de sport. De mandekker staat er alleen maar om de spits het scoren te beletten. Een ondankbare taak. Het is de vechter tegen de artiest. Ik heb meestal een goed contact met mijn verdedigers. Over het algemeen is het voetbal fair, het is incasseren en uitdelen. Je ziet van die voetballers die bij elke sliding vallen en gillen, maar dat is mijn stijl niet. Ik ben niet zo'n zeikerd.' Mooie acties, vraag niet hoe je het doet. Geen mens kan het uitleggen. Op het veld denk je niet na. Als je een hele grote ploeg hebt, kun je misschien een beetje bepalen hoe je wilt spelen, afspreken waar je loopt. Maar als individu is het onmogelijk te bepalen wat je doet, het is allemaal instinct. Alleen de groten, de uitzonderlijken, als Cruijff en Maradona kunnen nadenken. De rest mag blij zijn met een goeie actie.' Het kasteel is het luxueuze middelpunt van Le Haille, het trainingscomplex van Girondins de Bordeaux. Na de training lopen de spelers er binnen om, gezeten onder moderne schilderijen, te lunchen en de sportkranten na te lezen op de perikelen bij hun club die elders in het kasteel woeden.

Bordeaux strijdt dezer dagen niet zozeer op het veld, maar in de bestuurskamer en op het stadhuis. De club heeft een tekort van 40 tot 70 miljoen gulden en is, omdat de gemeente veel geld in de Girondins heeft gestoken, onderwerp van een politiek steekspel tussen de burgemeester, oud-premier Jacques Chaban-Delmas, en de socialistische oppositie in de gemeenteraad. De clubvoorzitter, zakenman Claude Bez, zou volgens de socialisten schuldig zijn aan de financiele crisis en moet verdwijnen. Vooralsnog staat diens zwarte Bentley glimmend op de oprijlaan en komt hij de spelers in de lunchzaal joviaal de hand schudden.

De verwevenheid van voetbal en politiek gaat in Frankrijk zo ver, dat de burgemeester onlangs in de kleedkamer opdook om de spelers gerust te stellen. ' Ik wist niet eens dat het de burgemeester was', zegt Kieft laconiek. ' Het zijn problemen op bestuurlijk niveau die het voetballen niet raken. Als voetballer heb je weinig te maken met bestuurders. Het interesseert me niks, ik heb geen zin me erin te verdiepen. Soms is het een voordeel dat je de taal niet beheerst. ' Met meer enthousiasme praat hij over het tenue van Bordeaux: marineblauw met een witte V en lange broeken. ' Alleen jammer dat de stof zo glimmend wordt. Mat vind ik mooier. Maar natuurlijk is het een verbetering ten opzichte van Nederland.' Ajax mag een blijvend sentiment zijn, overigens ziet Kieft de relatie tussen club en voetballer vooral als een zakelijke. Als bij Philips de werknemers bij duizenden hun baan verliezen, ligt de speler van PSV, ondanks de reclame op zijn borst, er niet wakker van. ' Ach, je volgt het wat meer, je hoopt ook wel dat de koersen omhoog gaan, al heb ik geen Philips-aandelen. Verder staat het ver van je af. Ik heb al zoveel verschillende shirts aan gehad. Je taak is goed te voetballen. Dan doe je het goed voor de sponsor. De club leeft ervan, de speler komt er verder niet mee in aanraking. Ik voetbal voor de club - niet voor Philips, TDK of Opel.' Ondanks een conflictueus laatste seizoen, is Kieft positief over drie jaren in Eindhoven bij PSV. Hij maakte er opkomst en, na het winnen van de Europa Cup voor landskampioenen, ondergang van een elftal mee. ' In het jaar dat Soren Lerby en ik bij PSV kwamen, was Ruud Gullit er net weg. Een aantal spelers had de frustratie dat alle aandacht altijd naar Gullit ging. Het was echt een moment dat iedereen heel dicht bij elkaar kroop: we zullen eens laten zien dat we een sterk elftal hebben.

De successen komen, we winnen bijna alles wat er te winnen valt, en dan vloeit de eensgezindheid langzaam weg.' Het komt zelden voor dat een elftal jarenlang met dezelfde spelers domineert. Als er maar drie spelers zijn die door het succes meer willen doen dan ze kunnen, gaat zo'n elftal ten onder. Je hebt het als speler in de gaten, maar denkt dat het wel goed komt. We bleven in de competitie winnen, we werden met twee vingers in de neus kampioen. Maar toen verloren we de Wereldbeker en de Supercup, die we niet echt serieus namen. Dat alles willen winnen was eraf.' In een team moet je veel respect voor elkaar hebben. Niet respect in de menselijke zin, maar voetbalrespect. Vuil werk opknappen voor een ander. Als je je eenmaal een grote ster voelt, wil je dat niet meer. Dat is dodelijk.' In januari deelde Wim Kieft met trillende stem voor de televisie mee dat hij niet langer voor PSV wilde spelen. Hij had het idee om 'niet-voetbaltechnische redenen' op de reservebank te zijn gezet. Met andere woorden: enkele spelers hadden achter zijn rug om voor verwijdering uit het team gepleit. Nooit zag men Kieft, altijd rustig en bescheiden, zo kwaad. ' Ik voelde al een tijdje aankomen dat er iets gaande was bij PSV. Ik heb heel sterk m'n grens; er moet niet met me gesjoemeld worden. Ik voel het meteen als ik belazerd word. Op dat moment moest ik laten zien wie ik was, wat ik in me had, anders was ik het lachertje van PSV geweest. ' De zaak werd zo'n beetje bijgelegd en Kieft speelde door, al bleef hij bij zijn besluit weg te gaan. Het elftal was definitief verdeeld. ' Voor mij is het gebeurd, ik heb geen rancune meer. PSV was geen groots elftal, maar er is het maximale uitgehaald.' Kieft kijkt met tegenzin terug. Er is wat hem betreft al te veel gezegd over PSV. Dat geldt ook voor het Nederlands elftal tijdens het teleurstellend verlopen toernooi om het wereldkampioenschap, deze zomer in Italie. Als een van de weinige Nederlanders speelde de invaller Kieft daar op niveau, maakte een doelpunt (tegen Egypte) en bereidde er een subtiel voor (tegen Ierland).' Ik heb geen WK-trauma.

Het is gewoon een niet-positieve moment-opname uit een voetbalcarriere. Jammer. We doen er allemaal zo dramatisch over, maar het was gewoon slecht. Ik weet ook niet wat Beenhakker heeft bedoeld met zijn opmerking dat de buitenwereld maar 25 procent weet van wat er in de spelersgroep is gebeurd. Hij heeft interessant willen doen, denk ik. Ik weet van niets.' We moeten ophouden met te roepen: we hebben de beste spelers, want dat is niet zo. Als je de beste spelers hebt, word je wereldkampioen. Op het moment dat we het konden bewijzen, hebben we het niet bewezen. We hebben geen wedstrijd gewonnen, zelfs niet van Egypte. Dan ben je niet rijp om nummer 1 van de wereld te zijn.' We waren elf eenlingen. Op het Europees Kampioenschap in '88 was het elftal een collectief, dat veel geluk heeft gehad. Er is natuurlijk veel fout gegaan in de voorbereiding op het WK. We hebben twee jaar lopen klooien. Dat is niet de schuld van Libregts, maar van de spelers en de KNVB. Als er interlands waren, kwamen acht van de elf niet opdagen.' Iedereen was na de Europese kampioenschappen op een voetstuk geplaatst. Iedereen wilde meer, niet meer alleen achter z'n man aanlopen. Van Aerle is ineens een wereldvoetballer, Wim Kieft is een wereldvoetballer - maar dat zijn we natuurlijk nooit geweest. Voor een elftal is dat dodelijk.' In Italie hadden te veel spelers niet de vorm, die je van ze had verwacht.

Daardoor hebben we constant achter de feiten aangelopen. Spelers waren permanent met zichzelf bezig. Het was exact hetzelfde gevoel als bij PSV. Je hebt eigenlijk al heel snel door dat het niet goed gaat, maar je wilt het niet toegeven. Het moment van de afgang werd steeds uitgesteld.' Maar ach, voetbal is eigenlijk heel simpel, we zitten er nu al weer veel te veel over te lullen. In Italie is het veel simpeler, als je wint is het goed, als je niet wint is het niet goed. Punt. Al dat geanalyseer, dat doordrammen is typisch Nederlandse betweterigheid.' Dezelfde journalisten die twee jaar geleden de voeten likten van het Nederlandse superelftal, schrijven ons nu naar beneden. Zo betrekkelijk is het. De pers heeft Nederland al voor de WK naar de wereldtitel geschreven. Al die vooraf-analyses dat we er al waren... Dan is het voor de pers toch net zo'n grote afgang als voor ons?' De vraag was: praten voetballers onderling, in het trainingskamp bij voorbeeld, over andere zaken dan dat de bal weer rond was? Het lijkt een eendimensionaal bestaan - trainen, kaarten, slapen en De Wedstrijd.

De vraag irriteert Wim Kieft. Zijn stem schiet uit.' Dat is het heersende beeld van de voetballer: hij praat alleen over voetballen. Met alle respect, maar jullie begrijpen er geen bal van wat het inhoudt om zes weken weg te zijn met het Nederlands elftal. Je staat om zeven uur op, je traint intensief, je hebt de spanning van zo'n toernooi... als je dan drie uur vrij hebt, ga je rusten, dan ben je gebroken.' Je moet presteren, de hele wereld zit te kijken. De arbeid is niet heel intensief, maar er komen zo veel spanningen bij. Dat is buitenstaanders heel moeilijk aan het verstand te brengen. Je leert wel omgaan met die druk, je leert te relativeren, maar je bent sterk prestatiegericht, ambitieus, je moet altijd uitblinken, altijd die twee punten halen. Dat kost veel energie, tijd en kracht. Je hebt geen tijd of fut voor discussies of kranten.' Het is laat en nog warm in de tuin. Het huis is van het type huis-van-geslaagde-voetbalmiljonair-in-buitenland: een ruime bungalow met twee bijgebouwen op veel grond. Wim Kieft en zijn echtgenote Sylvia vinden het een prettig leven, maar ze hechten er niet aan. Ze zeggen net zo lief weer op een flat in Amsterdam te wonen, maar omdat niemand het gelooft, zeggen ze het niet meer. Alles is tijdelijk. Na een paar jaar, als het voetballen is afgelopen, keren ze terug naar Amsterdam. ' Thuiskomen', noemen ze het.

Wim Kieft: ' Door je financiele positie kom je in aanraking met luxe. Je reist veel, je ziet wat van de wereld. Je bent de trots van de familie, als elk kind dat vertrekt en succes heeft, maar dan in het extreme. Je verandert sterk, maar het is moeilijk toe te geven dat je verandert. Voor je naaste omgeving is dat ook wel eens moeilijk.' Ik hoop dat de rijkdom niet mijn persoonlijkheid heeft veranderd. Als ik net als mijn vader in de bouw was beland, zou ik wel anders zijn geworden, maar mijn karakter niet. Je ziet wel dat mensen zich minderwaardig tegenover je opstellen omdat je rijk bent.' Ik ben rustig en bescheiden, weet ik van mezelf. Wat dat betreft pas ik in het milieu waar ik uit kom. Maar ik ben terechtgekomen in een leven waarin je daardoor moeilijker een positie verwerft.' Sylvia Kieft: ' Mensen die je nu ontmoet, zoals advocaten, mensen met een universitaire opleiding, die kijken toch op je neer: 'Ach zo'n voetballer. Je mag dan geld hebben, maar je stelt niets voor'.' Wim Kieft: ' Mensen die het minder hebben aanbidden je, de rest trapt je het liefst de grond in.' Sylvia Kieft komt van Curacao. Op 16-jarige leeftijd ging ze met Witoen 19, mee naar Italie. Nu hebben ze twee gekleurde kinderen, volgens Wim Kieft ' niet donker, maar zeker geen ariers'.

Het is geen toeval dat racisme en discriminatie onderwerpen buiten het voetbal zijn, die Wim Kieft bezighouden. ' Zoals Ruud Gullit zijn nek uitsteekt is prijzenswaardig - tegen de apartheid, voor Mandela. Maar je moet dat niet van elke topsporter verwachten. Gullit is in de positie om het te doen: een wereldster, hij knipt met zijn vingers en iedereen hangt aan zijn lippen. Naar hem wordt geluisterd. Als Kieft het zegt, of Van't Schip, dan maakt het niet veel indruk. Je moet het ook maar willen, zo'n rol als spreekbuis. Bij mij zit het niet zo in mijn karakter.' Discriminatie houdt me heel erg bezig. Ik ben er kritisch op. Ik kan nachtmerries krijgen na een documentaire over jodenvervolging. Het valt mij ook eerder op dan Syl. Als ik met haar ben, ben ik er erg op gespitst. ' Sylvia Kieft: ' Wel eens te veel. Je zoekt de confrontatie. Ik let er ook wel op, Wim reageert agressief.'

Wim Kieft: ' Er is een keer wat gebeurd, in Amsterdam. Sylvia zat aan de bar en er kwamen drie gasten binnen, die heel vervelend deden. Syl zegt tegen mij: 'Geef die jongens toch een drankje, daar zijn ze toch op uit'. Zegt die jongen: 'Sinds wanneer mogen zwarten ook wat zeggen?' Toen kreeg ie een hoek van me. Hij zou de Telegraaf gaan bellen... ik heb niks gelezen.' Sylvia Kieft: ' In Italie en Nederland, maar hier ook: als ik de deur open doe vragen ze altijd: 'Is de eigenares er ook?' 'Ja, dat ben ik' - dan moet je ze zien kijken.' Wim Kieft: ' In Milaan tijdens de WK, bij de wedstrijd tegen Duitsland, daar was het heel erg. Elke keer als Gullit, Rijkaard of Winter aan de bal waren, maakten de Duitse supporters zo'n oe-oe-oe-geluid. Vreselijk.' Sylvia Kieft: ' Alle spelersvrouwen mochten met grote volle tassen doorlopen toen we daar het stadion binnenkwamen. Ik had een klein tasje, ik werd gefouilleerd.' Wim Kieft: ' Toen ik bij PSV speelde, woonden we in Bergeyk. Ik loop daar met m'n zoontje op straat, zegt een man die ik helemaal niet kende: 'He Kieft, is dat je zoon? Geadopteerd zeker?' En ik ga hem nog uitleggen ook: 'Nee, m'n vrouw is donker'. Later denk ik dan: Wat ben ik eigenlijk een lul.'

    • Peter ter Horst