Afscheid van de gloeiende spijker; Een goede fietsdynamo

Waarom doet de verlichting van de fiets het meestal zo slecht? Het antwoord is heel eenvoudig: doordat de meeste fietsers er geen cent voor over hebben. Verlichting interesseert ze niet als die het doet, is het meegenomen, en als die stuk is, tja, dan doet hij het maar niet. Gewoon doorrijden, niets aan de hand. (En eerlijk gezegd: om gezien te worden is de fietsverlichting langzamerhand naar het tweede plan verdrongen sinds de invoering van de verplichte achter-, zij- en pedaalreflectie.)

De fabrikanten van fietsverlichting hebben het dan ook niet gemakkelijk. Het enige waar het publiek op let is de prijs van een lamp, achterlicht of dynamo. De gemiddelde consument neemt altijd het goedkoopste, of dat nu rommel is of niet. Het gevolg is dat veel fietsspullen die in de schappen liggen beneden iedere kwaliteitseis blijven. Dat is jammer voor degenen die wel prijs stellen op een goede verlichting. Zie maar eens aan een goede dynamo te komen. En vooral: hoe kom je erachter wat een goede is? Afgelopen maand werd de nieuwe Axa-dynamo gepresenteerd. Axa, de merknaam van Stenman BV te Veenendaal (onderdeel van de Engelse Guest, Keen en Nettlefolds groep, maar vroeger van het Zweedse Assa, waar de naam Axa niet geheel toevallig nog een beetje aan doet denken) heeft een weinig revolutionaire, maar zeer goede fietsdynamo ontwikkeld, die de komende jaren uitsluitend op fietsen van Batavus, Gazelle en Sparta zal worden gemonteerd. Alleen de goedkope modellen van die firma's worden nog met een eenvoudige dynamo geleverd. In de handel kost de nieuwe Axa HR (hoog rendement) dynamo ongeveer 35 gulden.

De meeste mensen kennen de fietsdynamo alleen in zijn klassieke vorm: een flesvormig dingetje links aan de voorvork (rechts is zeldzaam) met een draadje aan de onderkant. Een wieltje loopt tegen de zijkant van de band die daar een speciaal ribbelprofiel voor heeft. Met een drukmechanisme kan hij op en van de band gezet worden, meestal tijdens het rijden. Vroeger waren deze dynamo's halve melkflessen, maar sinds de magneten krachtiger zijn geworden, zijn ze een stuk kleiner geworden.

De klassieke dynamo bevat in zijn binnenste een permanente magneet die door het wieltje aan het draaien wordt gebracht. Wikkelingen van koperdraad daaromheen fungeren als een spoel die bij een veranderend magneetveld een wisselspanning afgeeft. Een collector met koolborstels, die oude gelijkstroomdynamo's nog wel eens hadden, is niet nodig. De meeste dynamo's leveren 3 Watt bij 6 volt.

Maar er zijn ook vele andere typen dynamo's. In februari publiceerde de ANWB de resultaten van een onderzoekje van fietsverlichting (voor leden nog steeds ter inzage) waarbij twaalf verkrijgbare dynamo's werden getest verkrijgbaar maar lang niet altijd gangbaar, want sommige dynamo's moeten speciaal besteld worden en zijn zeker niet bij iedere fietsenwinkel te koop.

Zo is er sinds enkele jaren de zogeheten bracketdynamo die op het bracket wordt gemonteerd (de plaats waar meestal de standaard zit) en die op het loopvlak van het achterwiel loopt. De goede bracketdynamo (Union 8601, van 54 tot 59,50 gulden) is sinds kort leverbaar met afstandsbediening voor aan/uit, want zonder die voorziening moest de fietser afstappen en behoorlijk door de knieen. Een bracketdynamo slipt niet gauw door zijn grote aandrijfvlak en is ook niet zo gevoelig voor een slag in het wiel. Bij een band met langsnaden kan hij heel stil zijn, maar hij is juist luidruchtig bij een band met een zwaar blok- of dwarsprofiel.

Er zijn sinds kort ook dynamo's ontwikkeld voor mountainbikes (ATB's). Die hebben vaak banden met aan de zijkant zo'n zwaar profiel, dat een klassieke dynamo er geen grip op heeft. De GS-2000 (circa 65 gulden) wordt gemonteerd rond de naaf van het voorwiel, al is het geen echte naafdynamo hij lijkt meer op een kleine kettingkast langs de voorvork. De as van het voorwiel drijft een snaar aan, die op zijn beurt weer een tweede snaar aandrijft waardoor tenslotte een dynamootje met zeer hoge snelheid ronddraait. Volgens de ANWB is de GS-2000 vrij goed.

Slecht daarentegen was de Cordo Danimo (vanaf 79,50 gulden) die overal op de fiets kan worden gemonteerd en die via een aandrijfkabel (vergelijkbaar met de kabel van een klassieke snelheidsmeter) vanaf de voornaaf wordt aangedreven. Ook slecht is de Sanyo NH-151SYE tire/rim (vanaf 62,75) die met een soort wieltje tegen de hiel van de band of zelfs tegen de velg van het fietswiel loopt.

Niet langer verkrijgbaar en dus niet onderzocht is de echte naafdynamo die tot een jaar of tien geleden nog wel op betere Engelse fietsmerken werd gemonteerd. Het was een dynamo die er uitzag als een trommelrem en die altijd meeliep. Vermogen leverde hij pas als je een knopje over zette op de voorlamp, waarna het licht aanfloepte, een mysterieuze gang van zaken voor mensen die geen verstand van elektriciteit hadden en een bron van triomfantelijke momenten. (Agent: 'U voert geen verlichting, meneer'. 'O, neemt U mij niet kwalijk, ik was haar vergeten aan te zetten'. 'Geen grapjes, meneer, Uw fiets heeft niet eens een dynamo'. 'Toch wel, ziet U wel, alles in orde zo? Goedenavond'.)De naafdynamo, die met een krans van twintig kleine permanente magneetjes werkte die rond een stervormige wikkeling draaide, was nogal duur (200 gulden, inclusief koplamp met schakelaar) en nooit zo'n succes. Het toerental op de naaf was laag, waardoor hij bij lage snelheden niet veel vermogen leverde en ook niet bij hoge snelheden: slechts 1,8 Watt in plaats van de gebruikelijke 3 Watt. In principe moest de dynamo, als de verlichting niet werkte, nauwelijks weerstand leveren (er werd immers geen vermogen geleverd), maar in werkelijkheid was er toch wel enige weerstand voelbaar, het gevolg van de opgewekte kringstroompjes. Volgens Sturmey Archer is er de laatste jaren toch weer enige vraag naar, dus misschien wordt hij over enige tijd weer gemaakt, en dan verbeterd met nieuwe materialen.

De nieuwe Axa HR-dynamo is uiterlijk een klassiek ogende dynamo van grijs plastic die hooguit wat dik oogt. Maar van binnen is hij sterk verbeterd. De ontwikkelingskosten werden ten dele betaald door Gazelle, Gazelle en Sparta, de afnemers van de dynamo.

Het hinderlijke slippen, vooral bij regen en sneeuw, werd verminderd door het gehard stalen wieltje een grotere diameter te geven: 3 centimeter in plaats van de gebruikelijke 2. Het wieltje heeft zo veel meer grip op de band. De omwentelingssnelheid werd wel veel geringer, maar dit werd opgevangen door betere wikkelingen en door de magneet om de wikkelingen te laten draaien, in plaats van andersom zoals gebruikelijk. De magneet is dan ook heel afwijkend van constructie: het is geen massief ijzeren geval, maar een lange strook die enkele malen werd opgevouwen en in een cilinder werd geperst. De cilinder omvat de spoel. Hetzelfde principe vinden we ook in de bracketdynamo van Union.

De dikke hals van de Axa HR dynamo is nep: de vormgever vond een dikke hals nodig om aansluiting te vinden bij het grote 3 centimeter wiel en bij de brede romp van de dynamo; de hals is verder leeg. Axa is een van de eerste dynamo's van kunststof: het is een ABS-pc blend van DSM, ook wel Stapron-c geheten, die veel in de automobielindustrie wordt gebruikt.

Omdat bij hoge omwentelingssnelheden de spanning te groot zou worden, werd een spanningsbegrenzer ingebouwd, een zener-diode die de spanning keurig aftopt. Bij een gewone dynamo wordt de begrenzing door de weerstand van de wikkelingen van de dynamospoel zelf verzorgd, een minder nauwkeurige techniek die leidt tot lage rendementen in het hoge-toerengebied.

Ten slotte werd ook een begin gemaakt met een serieuze bedrading voor de fietsverlichting. Zoals bekend loopt bij een fiets meestal een enkele draad naar de voorlamp en naar het achterlicht. De 'retourleiding' is afwezig, men maakt gebruik van de massa van de fiets. Vooral het achterlicht doet het daarom meestal slecht, omdat de stroom zich vanaf de voorvork via een lager met fietskogeltjes en smeervet een weg naar de rest van het frame moet zoeken. De tocht voert verder door roestige boutjes en spatborden. Eigenlijk is het een wonder dat het achterlicht het doet precies het soort gevoel dat de gemiddelde fietser ook heeft.

Veel beter zou zijn wanneer gebruik wordt gemaakt van dubbele bedrading, net zoals in huizen en door auto's. Er gaan dan vanaf de dynamo twee draden naar de koplamp en twee naar het achterlicht. Bij de Axa HR dynamo zijn vier aansluitpunten te vinden die spatdicht zijn aangebracht, een wezenlijke verbetering. Jammer is alleen dat deze constructie nogal zwak is uitgevoerd, en voor het verwijderen van de bedrading dat kan soms nodig zijn moet de gebruiksaanwijzing worden geraadpleegd. En die is dan natuurlijk al weg. Hoe goed is de nieuwe Axa HR-dynamo? Dat kan alleen blijken uit prestatie-metingen. Een dynamo moet bij lage rijsnelheid al voldoende spanning leveren om het licht te doen branden. De internationale norm ISO 6742-1 eist bij 5 kilometer per uur een spanning van 3 volt, bij 15 kilometer 5,7 volt en bij 30 ten minste 5,7. De spanning mag nooit boven 7 volt komen omdat anders de lamp kan doorbranden.

Verder is het rendement belangrijk: een dynamo moet niet te veel verliezen opleveren. De fietser die een zware weerstand voelt en toch nauwelijks licht ziet branden, heeft waarschijnlijk een dynamo met een laag rendement. Het rendement is het geleverde (elektrische) vermogen gedeeld door de toegevoerde arbeid.

Uit TNO-metingen blijkt dat de Axa HR (hoog rendement) dynamo zijn naam eer aan doet: de dynamo heeft een zeer hoog rendement, hoger dan alle andere verkrijgbare fietsdynamo's. Ook de spanningskarakteristiek is zeer goed. De enige dynamo's die in de buurt komen zijn de bracketdynamo Union 8601 en de GS-2000. Veel slechter zijn volgens de ANWB de Cordo Danimo kabeldynamo, een Sanyo bracketdynamo en de Sanyo tire/rim. Opvallend is dat de meeste klassieke dynamo's van circa 12 gulden vrij redelijk zijn het rendement van de Axa ligt er zo'n 30 procent boven. De goedkope importdynamo's van een gulden of vijf moest men eigenlijk maar in de rekken laten liggen. Ze lijken op een dynamo, maar daar is alles mee gezegd.

Kortom, sinds een maand kan de fietser die niet alleen gezien wil worden, maar op onverlichte buitenwegen ook zelf behoorlijk wil zien, voor 35 gulden zijn verlichting verbeteren. Als hij ook nog zo verstandig is een halogeen koplamp te monteren (voor circa 25 tot 30 gulden; de ANWB raadt de Intercycle halogeen K10740 en de Union U100H aan), kan hij proberen om 'snachts automobilisten te verblinden. Hij kan dan wat terugdoen, want binnenkort teisteren automobilisten hem de hele dag met hun lampen.

    • Rob Biersma