Zwartrijder kan betaling boete nog even aanhouden

DEN HAAG, 21 sept. Omdat het gebeurde op de dag waarop de Tweede Kamer de Val van Braks besprak, speelde een ander debat zich af in de marge van de vaderlandse politiek. Een debat waarin toch, naar menig Kamerlid vaststelde, niets minder dan de geloofwaardigheid van de overheid aan de orde was.

Het betrof hier de situatie dat de zwartrijder in het openbaar vervoer met een boete van 100 gulden wordt bestraft, terwijl hij bij vasthoudend gedrag, namelijk niet betalen, bij de officier van justitie of de kantonrechter er uiteindelijk met een standaard-schikking of standaard-boete van 65 gulden afkomt. Sindsdien wordt aangenomen dat wanbetalers zullen proberen zich dit voordeeltje van 35 gulden niet te laten ontgaan.

Iets is dus mis gegaan met de coordinatie tussen de ministeries van verkeer en waterstaat en van justitie, tussen minister Maij-Weggen en minister Hirsch Ballin.

In het algemeen spraken zij in diplomatieke bewoordingen, maar feitelijk konden de woordvoerders van vrijwel alle fracties zich wel vinden in de formulering van het Kamerlid Lankhorst (Groen Links) dat hier 'stommiteiten' waren begaan. De overheid maakt 'een belabberde indruk' vond Korthals (VVD.

Welnu, gaven de beide bewindslieden toe, er had ook wel iets gemankeerd aan de coordinatie en de communicatie. Minister Maij-Weggen gaf zelfs tweemaal toe dat haar 'het boetekleedje' past. Ook Hirsch Ballin erkende dat het overleg met zijn collega beter had gekund. Hij had haar brief over de boeteverhoging nooit beantwoord en dat betekende voor Maij-Weggen, 'al 46 jaar' zoals ze zei: geen bericht, goed bericht. Beide bewindslieden hadden elkaar 'in de marge van de ministerraad' ook nog gesproken over de boete voor zwartrijders en de wenselijkheid van een gecoordineerde aanpak, maar elkaar vervolgens verkeerd begrepen. Het leek Hirsch Ballin daarom beter, 'voor de helderheid', voortaan ook schriftelijk met zijn collega te communiceren.

Gaat het op die manier wel goed? Niet altijd. Dat de boete voor de zwartreiziger in de trein nog niet is verhoogd en nog altijd 25 gulden bedraagt, is het gevolg van een brief. Dat wil zeggen: een brief waarvan minister Maij-Weggen zeker wist dat Verkeer en Waterstaat hem had verzonden, maar waarvan de hoofddirectie van de NS stellig beweert dat hij nooit in Utrecht is aangekomen. De PTT kreeg de schuld en die valt niet meer onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van verkeer en waterstaat. Kamerleden konden nog slechts constateren dat hoewel zowel Hirsch Ballin als de NS toch ook via de media van de plannen van Maij-Weggen kennis hebben kunnen nemen, daar blijkbaar geen alarmerende werking van uitgaat.

Impliciet ontkende Maij-Weggen dat afkeer van de NS tegen de hogere boete een rol heeft gespeeld bij de aanvankelijk geweigerde medewerking. Evenmin bevestigde Hirsch Ballin dat Justitie de hogere boete van Verkeer en Waterstaat een onverstandig besluit vond, omdat er zojuist ideeen waren ontwikkeld zwartrijders omwille van de werkdruk bij het Openbaar Ministerie maar helemaal te negeren, zolang er geen betere preventie- en controlemaatregelen zijn getroffen.

Hoe moet het nu verder? Minister Maij-Weggen belooft meer controle. Volgens haar eigen woorden kost het zwartreizen haar departement per jaar 'tientallen miljoenen', dus menig controleur kan zichzelf terugverdienen. Bij metrostations in Amsterdam komen tourniquets om mensen zonder kaartje tegen te houden. Kortom, er wordt gewerkt aan maatregelen die beter aan de boeteverhoging vooraf hadden kunnen gaan, was de algemene opinie in de Kamer.

Maar gaat het nu voortaan ook beter met de coordinatie? Is de boete die op last van Maij-Weggen wordt opgelegd straks wel in overeenstemming met het vonnis van een kantonrechter? Dat is allerminst zeker. Van een discrepantie, zei Maij-Weggen, tussen de boete van de controleur en de schikking van justitie is geen sprake meer, omdat het openbaar ministerie de vervolging van zwartrijders tot na 1 november opschort. De bedoeling is dat de richtlijn aan de officieren van justitie dan in overeenstemming is met de boete die aan de controleur kan worden betaald.

Hoe de procureurs-generaal, aan wie Hirsch Ballin advies heeft gevraagd, daarover denken, moet worden afgewacht. Zij hebben te maken met een vergelijking van het zwartrijden met andere (verkeers)overtredingen. Het Kamerlid Lankhorst kwam gisteren met voorbeelden. Wie op een rotonde tegen het verkeer inrijdt en dus voor een behoorlijk gevaarlijke situatie zorgt, kan rekenen op een schikking van 50 gulden. Een automobilist die trampassagiers bij het uitstappen bijna omver rijdt, moet 65 gulden aan de Staat der Nederlanden overmaken. Het zijn sancties die misschien in de loop van volgend jaar worden verzwaard, als de herziening van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens wordt doorgevoerd. Van de procureurs-generaal wordt nu gevraagd daarop voor het zwartrijden vooruit te lopen. En tijdelijk de afweging met andere overtredingen te herzien.

Mochten ze daartoe niet bereid zijn, dan kan Hirsch Ballin hun advies in zijn richtlijn aan het openbaar ministerie negeren, maar daarmee is hij er niet. Uiteraard heeft hij niets te zeggen over het vonnis van de kantonrechter. Die mag ten slotte naar eigen inzicht voor elke overtreding een boete van maximaal 5.000 gulden opleggen, of 25 gulden, of niets. Uit de reactie van de Kring van Kantonrechters valt op te maken dat het nog maar de vraag is of zij zwartrijden zoveel ernstiger vinden dan andere overtredingen. Dus of zij een boete van 100 gulden gerechtvaardigd achten. Helemaal valt te betwijfelen dat zij in hun vonnis rekening houden met een richtlijn die het openbaar ministerie met terugwerkende kracht toepast op een overtreding die voor de datum van inwerkingtreding is begaan.

De ministers moeten voor 1 november aan de Kamer duidelijk maken hoe zij tot een goede coordinatie denken te komen. Tot zolang lijkt het voor een zwartrijder winstgevend geen boete aan het openbaar-vervoerbedrijf te betalen.

    • John Kroon